De Millenniumdoelen lokaal vertalen

01-09-2005
Door: Tekst: Evelijne Bruning


Het leuke van de bijeenkomst waren de deelnemers. Die kwamen voor het overgrote deel uit de regio's waar de Millenniumdoelen moeten worden verwezenlijkt. En uit de lokale organisaties en overheidsdiensten die ze moeten gaan uitvoeren. Juist omdat, volgens Dirk Elsen van SNV, 'de plannen tot nu toe te veel worden gemaakt in New York en Den Haag.' Voorafgaand aan de Haagse bijeenkomst was er dan ook een serie conferenties in de regio's zelf georganiseerd. Het verslag van die bijeenkomsten en de belangrijkste conclusies ervan vormden de basis waarop de kleurrijke bijeenkomst in het Congresgebouw verder bouwde.

Behalve mensen die aan de uitvoeringskant van de Millenniumdoelen werken, waren er ook de nodige hooggeplaatste gasten op de bijeenkomst afgekomen: ministers, directeuren-generaal, voorzitters en vice-presidenten. Zoals Jur Bulthuis, hoofd Voorlichting van SNV, zei: 'We gaan bijna aan ons eigen succes ten onder. Want al die belangrijke deelnemers willen natuurlijk graag iets zeggen in de plenaire bijeenkomsten. En je wil toch voorkomen dat die ontaarden in een lange saaie opeenstapeling van toespraken.' De conferentie slaagde daar redelijk in. Ook door de rij onvermijdelijke speeches te onderbreken door optredens van opbeurende artiesten. Maar echt leuk werd het pas toen de deelnemers inhoudelijk met elkaar aan de slag gingen. Eerst in een serie ronde- tafelgesprekken, waar aan de hand van een stelling tien wildvreemden met elkaar in discussie gingen. Maximaal twintig minuten lang. Letterlijk rond een dertigtal tafels. Waarna iedereen van tafel en partners moest wisselen. Een soort intellectuele speed-dates. Dat leverde een serie totaal verschillende maar steeds weer boeiende gesprekken op, en een heleboel nieuwe contacten. Er werd meteen druk gekwartet met visitekaartjes.

Absorptiecapaciteit

Vervolgens was er een hele serie inhoudelijke workshops. Over sluimerende en open conflicten, over uitsluiting, gender en toegang tot natuurlijke hulpbronnen. Over handel, publiek-private samenwerking en resultaatmeting - nou ja, u kunt zich het rijtje allicht voorstellen. Maar ook daar was het steeds weer boeiend. Soms ging de discussie uiteindelijk over heel andere dingen dan die formeel op het programma stonden. Gelukkig was ook daar ruimte voor. Bijvoorbeeld in een bijeenkomst over ongelijkheid met Rob de Vos, plaatsvervangend directeur-generaal Internationale Samenwerking van ons ministerie. Over feitelijke ongelijkheid ging het er eigenlijk nauwelijks. Des te meer over Nederlandse beleidskeuzes. De deelnemers legden de Vos het vuur na aan de schenen. Diens zorgen over het gebrek aan absorptiecapaciteit van de ontvangende landen werden weggehoond. 'Hoezo absorptiecapaciteit?' vroeg mevrouw Takoubakoye Animata Boureima van het kabinet van de minister-president van Niger. 'Wij hebben negenhonderd miljoen dollar per jaar nodig, en we krijgen er maar honderdtwintig. We doen echt vreselijk hard ons best in Niger, we hebben heel veel aangepast en veranderd, maar de meeste donoren kijken niet voorbij hun slechte ervaring met onze oude regimes in de jaren negentig.' Shoab Sultan Khan uit Pakistan vertelde over de strijd die hij al twintig jaar voert om ook geld te krijgen voor sociale mobilisatie. 'Want je kan "de armen" niet versterken. Je kan alleen organisaties versterken. En daar is geld voor nodig. Maar van onze regering, en van de donoren, komt er altijd alleen maar geld voor de sectoren. Zo kan het nooit wat worden.' Ook waren er behoorlijk wat vragen over de Nederlandse landbouwsubsidies. De groep deelnemers was blij verrast toen De Vos toegaf dat het in Nederland ook niet altijd van een leien dakje gaat. 'We voeren hier een behoorlijke strijd tussen het ministerie van landbouw en dat van ontwikkelingssamenwerking. Er is gewoon niet één eenduidige Nederlandse positie daarover.' 'Het is misschien niet het antwoord wat we wilden horen,' zei een Nicaraguaanse deelnemer achteraf, 'maar het was wel verfrissend. Zoiets zou de overheid bij ons nooit toegeven.'

Voorbeelden sprokkelen

Ook andere deelnemers waren enthousiast. Burgemeester Ladan van de middelgrote stad Konni in Niger, had op de regionale conferentie in West-Afrika al een presentatie gegeven over een evaluatieonderzoek dat zijn stad uitgevoerde naar de kansen die de Millenniumdoelen bieden. Maar, zo vertelt hij, 'ik ben hier niet gekomen om die presentatie nog een keer te doen. Die staat al in het verslag van onze regionale conferentie. Ik ben hier om meer goede voorbeelden te zien die ons thuis kunnen helpen. En die zijn er volop.'

Peniel Uliwa, een consultant van het internationaal opererende Match Maker Associate in Tanzania, vindt de bijeenkomst een succes. Hij heeft, zegt hij, 'vooral veel geleerd over operationele systemen in Mali, en in Latijns-Amerika. Die kan ik in mijn werk gebruiken. En ik heb een veel breder overzicht over de Millenniumdoelen gekregen. Normaal focus ik echt op mijn eigen sector, het midden- en kleinbedrijf, maar de samenhang blijkt veel belangrijker dan ik dacht.'

Maria dos Santos Lucas van de Mozambikaanse ambassade in Brussel is gekomen om succesverhalen van andere landen in haar regio te horen. 'Normaal gesproken delen we nooit echt wat we weten. Zelfs niet met de andere leden van onze formele regionale netwerken, zoals het Sadec. En ik wou graag president Mkapa zien.' Cheick Abdoulaye Cissé, een consultant uit Mali die gespecialiseerd is in de private sector, vond het een 'geweldig initiatief. Ik ben er zeer door geïnspireerd. Als ik terug ben gaan we een groep oprichten om in dialoog te gaan met de overheid. Net zoals ze dat in Latijns-Amerika doen. Dat werkt beter dan de regering onder druk zetten. Heb ik hier geleerd.'

Tegengeluiden

Er zijn ook wel wat andersdenkenden op de conferentie. De directeur van CEPIA - het Centrum voor Politieke en Institutionele Expertise in Afrika - is Ousmane Sy. 'Ik schud graag aan schijnbaar vastgeroeste ideeën.' Volgens Sy moeten vooral ontwikkelingsorganisaties worden veranderd. 'Het is toch belachelijk dat die onderling zo heftig concurreren dat het soms wel lijkt of ze oorlog voeren? Laten ze alsjeblieft samenwerken.' Tarsis Kabwegyere is minister van lokaal bestuur in Uganda. Hij raakt een gevoelige snaar bij het publiek wanneer hij de donoren oproept om zijn land niet 'te hard te duwen om democratie in te voeren terwijl we nog zo arm zijn. Laten we daar eerst wat aan doen, en dan nog eens kijken naar democratie.' Er wordt alom luid geapplaudisseerd. Niet vanwege die opmerking over democratie, leggen desgevraagd veel conferentiedeelnemers me later uit, maar vanwege de donoren. Die hebben zich blijkbaar in veel hoofdsteden buitengewoon impopulair gemaakt. En dat durven niet veel ontvangende landen te zeggen, hardop, in het openbaar. Vandaar het applaus. En de oproep tot meer democratie staat gewoon in de slotverklaring.

Dominique Hounkonnou, consultant in Benin, vindt het 'belachelijk om de Millenniumdoelen te lokaliseren. Je zou juist lokale doelen moeten globaliseren.' John McArthur, de tweede man van het Milleniumproject van de UNDP, is het niet met hem eens. 'De doelen zijn zo universeel, daar passen bijna alle lokale prioriteiten in. Het zijn cruciale stappen voor een productief leven. Natuurlijk komt het voor dat landen er voor kiezen om eerst aan het ene doel te werken, en daarna aan een volgende.' Ook Kevin Watkins, hoofdredacteur van UNDP's Human Development Report, is het niet met Hounkonnou eens: 'Het is een geïntegreerde benadering. Je hebt alle doelen nodig. Als je je doelen op het gebied van gezondheid niet bereikt, kan je nooit het onderwijsdoel halen. En ga zo maar door.' En als de lokale prioriteiten er niet inpassen, dan maak je gewoon een extra doel. Volgens Abdul Wassay, coördinator van een grote ngo in Afghanistan, heeft de Afghaanse overheid formeel een negende doel ingevoerd: veiligheid. 'Want zonder veiligheid kan je helemaal niks doen.' Dat kan dus ook.

Positief slotakkoord

Tussen de omvangrijke en luidruchtige Afrikanen in hun kleurrijke gesteven lappen viel Kanika Phommachanch ogenschijnlijk in het niets. Een bescheiden dame in een donkerblauw mantelpakje. Maar de directeur-generaal van het departement internationale organisaties van het Laotiaanse ministerie van Buitenlandse Zaken gebruikte op de achtergrond wel alle mogelijkheden om de slotverklaring mee vorm te geven. Phommachanch blijkt dan ook een zeer ervaren conferentietijger, en net terug van de VN-top in New York. 'In Laos,'vertelt zij, 'hebben we de afgelopen jaren al een heel uitgebreid proces gehad om de nationale armoedebestrijdings- en groeistrategie vast te stellen. Die hebben we nu geïntegreerd met de Millenniumdoelen. Dat was helemaal niet moeilijk. Onze eigen doelen waren misschien net een klein beetje ambitieuzer. Nu zijn we in de laatste fase: het vaststellen van de kosten, en van onze prioriteiten. Zodat we die aan de donoren kunnen voorleggen. Voor mij is daarom deze conferentie heel belangrijk, want ik heb veel kunnen leren van de Afrikaanse ervaringen. Die zijn namelijk al aan het invoeren.' Op de vraag of ze het dan niet jammer vond dat er zo veel tijd werd besteed aan toespraken, antwoordt Phommachanch: 'Welnee! Het is juist geweldig om te zien hoe jullie overheid de Millenniumdoelen steunt. Anders zouden er nooit zo veel belangrijke ministers, burgemeesters en staatshoofden voor deze bijeenkomst gemobiliseerd zijn.' En zo kan je het natuurlijk ook bekijken.

 

Voor wie meer wil weten over de uitkomsten van de regionale conferenties, de slotverklaring of andere vragen: info@snvworld.org



Reacties