De markt op met OS

01-01-2005
Door: Tekst: Marc van der Sterren


Het was aangekondigd. Enkele maanden na haar aantreden noteerde minister Van Ardenne in haar beleidsnotitie 'Aan Elkaar Verplicht' dat het medefinancieringsprogramma (MFP) en de thematische medefinanciering samengevoegd zouden worden. In het voorjaar zal de Tweede Kamer debatteren over het concept van het nieuwe Medefinancieringsstelsel (MFS). In haar brief aan de Kamer meldt Van Ardenne dat er, na intensief overleg met de vertegenwoordigers van de betrokken organisaties, 'in hoge mate overeenstemming is bereikt'. Navraag leert echter dat de verschillende organisaties niet onverdeeld gelukkig zijn met het nieuwe beleidskader.

Directeur Jan Gruiters van Pax Christi is voorzitter van het TMF-platform, waar zo'n veertig thematische organisaties bij zijn aangesloten. Hij signaleert nogal wat tegenstrijdigheden in het plan van de minister. 'Ze doet een aantal aardige aanzetten, maar die worden elders in het stuk ontkracht.'

Luis in de pels

Als eerste contradictie noemt Gruiters de onafhankelijke rol die maatschappelijke organisaties moeten spelen. 'Het stuk onderstreept de noodzaak van die onafhankelijkheid, maar er staat ook dat organisaties zich moeten conformeren aan het vigerende overheidsbeleid.' Geen probleem, vindt Gruiters, wanneer er consensus is. Het wordt pas ernstig wanneer een organisatie geen luis in de pels kan zijn. Als voorbeeld noemt hij het verdelingsvraagstuk, een thema waar veel organisaties zich mee bezighouden. 'Dat is erg politiek geladen. Organisaties mogen de overheid best aanspreken op ondersteuning, maar het is ook hun taak een betrokken tegenspeler te zijn.'

Een andere contradictie is volgens Gruiters de inzet van de minister op kwaliteitsverbetering en innovatie, en op het aanjagen van het zelflerend vermogen. Tegelijkertijd krijgt het financieel beleid wel erg veel nadruk. 'Het beheer van publieke middelen is natuurlijk essentieel, maar we moeten waken voor een institutioneel wantrouwen. Het lijkt erop dat alles zich richt op financiële verantwoording. Dat werkt risicomijdend gedrag in de hand, wat leren en innoveren juist in de weg staat.' De laatste tegenstelling die Gruiters aankaart, is het partnerschap. 'Samenwerken staat hoog in het vaandel, maar tegelijkertijd wil de minister de concurrentie vergroten.'

25-procentsregel

Hiermee brengt Gruiters de gewraakte 25-procentsregel aan de orde. In het nieuwe MFS wil de minister de subsidies beperken tot maximaal 75 procent van de uitgaven van de betreffende organisaties. De rest van het geld zullen de organisaties zelf bijeen moeten schrapen.

Louk de la Rive Box was voorzitter van de commissie die in 2002 in opdracht van het ministerie de financieringsaanvragen van de medefinancieringsorganisaties (MFO's) beoordeelde. Box wil de contradictie van de 25-procentsregel nog wat aanscherpen: 'Het lijkt wel of de beoordeling niet meer plaats zal vinden op basis van kwaliteit, maar op basis van het werven van fondsen.' De nieuwe rector van het Institute of Social Studies (ISS) bestempelt het investeren van publiek geld in het werven van leden als misbruik. 'Meer leden betekent echt geen verhoging van de kwaliteit.'

Verschillende organisaties deden over dit criterium reeds hun beklag in de media. Zo stelt Hivos-directeur Manuela Monteiro in het laatste nummer van onzeWereld dat de minister ontwikkelingsorganisaties dwingt zich met zaken bezig te houden die niets te maken hebben met de kwaliteit van hun werk. In dezelfde uitgave zegt Jack van Ham, directeur van ICCO en voorzitter van brancheorganisatie Partos, niet te begrijpen dat de minister denkt dat je de samenwerking tussen organisaties stimuleert door ze tegelijkertijd nog meer met elkaar te laten concurreren op het gebied van fondsenwerving. 'Dan maak je volgens mij een klik die niet deugt.'

Strategische allianties

Kamerlid Theo Brinkel is woordvoerder MFO's voor het CDA en ziet geen tegenstelling in die 25-procentsregel. Hij kan de redenering van Van Ardenne dat concurrentie leidt tot samenwerking wel duiden: 'Juist uit competitie ontstaan samenwerkingsverbanden rond een profiel. Geen fusies, maar strategische allianties. Je ziet nu al dat grote MFO's een samenwerking aangaan met kleinere organisaties, zoals Cordaid met Justitia et Pax.'

Volgens de CDA'er is het ook in het belang van de organisaties zelf om met elkaar te concurreren. 'Het is een manier van profilering. Je kunt laten zien dat je iets voorstelt. MFO's zijn autonome organisaties die niet in opdracht van de overheid werken. Als je dat wil waarmaken, moet je ook iets laten zien.'

Brinkel hecht veel belang aan de 'vermaatschappelijking' van het beleidsstuk. De 25-procentsregeling mag wat hem betreft nog wat krachtiger worden geformuleerd, in die zin dat er expliciet op wordt aangedrongen dat organisaties dit geld zelf ophalen in de maatschappij. 'Daarmee kunnen organisaties hun draagvlak aantonen', aldus Brinkel.

Verbouwereerd

Hoe het ook zij, binnen de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO) hebben de ministeriële plannen een serieuze discussie veroorzaakt, vertelt directeur Henny Helmich. Momenteel is zijn organisatie belast met de taak het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking te vergroten. Op de vraag of de NCDO voor haar toekomst vreest, wil Helmich niet vooruitlopen. Toch reageert hij enigszins verbouwereerd: 'De minister heeft zelf verklaard dat de NCDO op een unieke manier draagvlak weet te creëren.' Op het moment dat omliggende landen juist een soort NCDO aan het opzetten zijn, lijkt in Nederland de zaak te worden omgedraaid.

Wanneer organisaties hun eigen draagvlak moeten gaan aantonen door zo veel mogelijk geld op te halen bij het publiek, zou dat wel eens het einde kunnen betekenen van een periode waarin de Nederlandse bevolking in een ongedwongen sfeer bij het thema werd betrokken. Draagvlak zal voortaan moeten worden aangetoond met collectebussen en fondsenwervingscampagnes. Middelen die eerder afschrikken dan het draagvlak versterken, meent ook Jack van Ham: 'Wanneer de sector met financiële cijfers het draagvlak moet onderbouwen, dan is dat al gebeurd', stelt hij. 'De particuliere giften overstijgen de overheidsbijdragen van ruim 500 miljoen. Daarmee is het draagvlak in Nederland groter dan in de rest van de wereld.'

Wanneer alle collectebussen en reclamecampagnes weer uit de kast moeten, zal dat draagvlak juist afnemen, vreest Van Ham. Bovendien kost het heel wat inspanningen om een fondsenwervingsapparaat op te tuigen. Voor wie al zoiets heeft, zal het niet zo'n probleem zijn. Maar organisaties die zich voor het eerst op die markt begeven, zullen miljoenen moeten investeren. 'Waar moeten die vandaan komen?', vraagt Van Ham zich af. 'Overheidssubsidies mogen ze daarvoor niet gebruiken.'

Achter de oren krabben

De ICCO-directeur heeft er alle vertrouwen in dat de Tweede Kamer verstandig over het voorstel zal oordelen. 'Ik denk dat ze zich daar ook wel even achter de oren zullen krabben.' Stemt de Kamer toch in met het voorstel van de minister, dan zou Van Ham graag een proefperiode willen zien: 'Begin bijvoorbeeld eerst met 15 procent en evalueer over vier jaar wat het heeft opgeleverd.'

CDA'er Brinkel bewaart dit soort discussies graag tot het debat in de Tweede Kamer. Daar zal hij onder meer PvdA-Tweede-Kamerlid Diederik Samsom tegenover zich vinden. Volgens Samsom slaat de minister de plank volledig mis wanneer ze meent met de 25-procentsregeling samenwerking te bereiken. Hij heeft een beter plan dat tot samenwerking moet leiden: 'Stel een minimumbedrag in voor MF-projecten. Twee miljoen bijvoorbeeld. Willen kleine organisaties in aanmerking komen voor zo'n MF-budget, dan zullen ze hun krachten moeten bundelen.'

Samsom heeft zich laten inspireren door de Samenwerkende Hulp Organisaties, die zich momenteel in nauwe samenwerking bezighouden met de wederopbouw van Zuid-Azië. 'Zoiets moet toch ook mogelijk zijn voor reguliere ontwikkelingshulp?' De PvdA'er vindt het uitstekend wanneer de minister de lappendeken aan ontwikkelingsorganisaties enigszins glad probeert te strijken. 'Alle organisaties kennen belangrijke verschillen, maar wanneer je ze bij elkaar optelt, krijg je een bord spaghetti. Daar mag de minister best wat ordening in aanbrengen.'

Samenvoegen subsidiepotjes

Met het samenvoegen van het medefinancieringsprogramma en de thematische medefinanciering doet de minister een belangrijke aanzet, vindt Box. Al tijdens zijn voorzitterschap van de vorige MFO-ronde liet hij zich positief uit over het koppelen van de twee subsidiepotjes. 'Je krijgt pas eerlijke concurrentie in een speelveld waar iedereen gelijk is.' Maar zo'n 'level playing field' functioneert niet vanzelf. Het beleidskader van de minister laat volgens de rector van het ISS nog wel wat aan duidelijkheid te wensen over: 'Er dient goed rekening gehouden te worden met de uiteenlopende doelen. Een organisatie die alleen aan rampenbestrijding doet, is natuurlijk heel anders dan een club die structurele ontwikkelingen op zich neemt.'

De minister dient keuzes te maken. Box is echter van mening dat de criteria hiervoor nog onvoldoende duidelijk zijn. Hetzelfde geldt voor de beoordeling. Voorheen was er een externe commissie, ingesteld door de minister. Als voormalig voorzitter van deze commissie kent hij de waarde van dit systeem. 'Die commissie was ongevoelig voor welke pressie dan ook.' Wanneer de minister de TMF-gelden binnen de burelen van het departement verdeelt, vreest Box dat de kwaliteit in het gedrang komt.

Bovendien dreigen kleine organisaties ondergesneeuwd te raken door de richtlijnen die vanuit het ministerie op ze afkomen. 'Hoe kleiner de organisatie, hoe groter de last van een bedrijfsplan weegt. En dan is er nog de kwestie van de buitenlandse hulporganisaties die zichzelf een Nederlands tintje aanmeten. Het plan van de minister geeft aan dat er minder geld wordt besteed aan organisaties uit het buitenland, maar hoe zit het met organisaties die een Nederlandse afdeling oprichten?'

Overgang

Aan de TMF-ronde die gepland staat van 2006 tot 2010 verandert niets, al gaat het nieuwe MFS-programma al in 2007 van start. Tussen 2007 en 2010 is er sprake van een overgangsperiode. Dit houdt in dat een organisatie pas meedraait met het nieuwe MFS op het moment dat de TMF ten einde loopt.

De Kamer heeft heel wat om over te debatteren, verwacht Box. 'Maar als de minister dat allemaal geregeld heeft, is het geen slecht beleidsplan.' Uiteindelijk komt er uit de sector eigenlijk verbazend weinig kritiek. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Het zou kunnen zijn dat minister Van Ardenne in de vooroverlegrondes heel effectief heeft gepolderd. In elk geval noemt zij in haar Kamerbrief bij het concept-beleidsvoorstel het gevoerde overleg met de sector 'intensief'. Dat zou de minister van Verkeer en Waterstaat bij het herzien van haar aanbestedingsprocedures niet moeten proberen. Het zou natuurlijk ook kunnen zijn dat de stilte rondom de nota wordt veroorzaakt doordat de betrokkenen uiterst voorzichtig manoeuvreren in een poging de eigen financiering veilig te stellen. Al is het natuurlijk onaardig om dat te denken. Het gerucht dat de woordvoerders in de Tweede Kamer hoorndol worden van de hoeveelheid lobbyoproepen om financiering van individuele organisaties zeker te stellen, is dan ook vast uit de lucht gegrepen.



Reacties