De kracht van lokale initiatieven

01-03-2006
Door: Tekst: Bram Büscher


Vergeleken met andere grote Aziatische steden is Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja, niet druk. Ja, natuurlijk kom je niet van de ene naar de andere kant zonder in een file te staan. Maar de opstoppingen vallen eigenlijk ontzettend mee en een zakdoek voor je mond tegen de smog is ook niet echt nodig. Phnom Penh vormt het decor van de opening van de derde 'partners meeting' van het internationale PROLINNOVA-programma. PROLINNOVA staat voor PROmoting Local INNOVAtion. Het voornaamste doel van het programma is om het topdown-denken in de landbouw en natuursector om te buigen tot een meer boergerichte bottom-up-benadering. Dus niet direct met oplossingen aan komen zetten, maar eerst luisteren naar de boeren zelf. Gebruikmaken van hun door jarenlange lokale ervaring opgebouwde kennis. 'En dan ontdek je dat er vaak innovatieve oplossingen voor plaatselijke problemen tussen zitten, die ook goed op andere plekken gebruikt kunnen worden', zegt de Sudanees Ahmed Hanafi Abdel-Magid, bestuurslid van PROLINNOVA.

Enthousiast geeft hij een praktijkvoorbeeld. In grote delen van Sudan vormen pesticiden een ernstige bedreiging voor de kwaliteit van de gewassen. Veel boeren passen daarom alternatieve, lokaal ontwikkelde methoden toe om schadelijke insecten te bestrijden. Zo worden er bijvoorbeeld specifieke gewassen geplant die andere gewassen beschermen. 'Sommige plantensoorten blijken heel goed dienst te kunnen doen als natuurlijke insectenbestrijders', vertelt Hanafi. Door ze zo te zaaien dat de wind hun geur verspreidt over de kwetsbare gewassen, worden deze vrij effectief beschermd. Volgens Hanafi zien reguliere landbouworganisaties dit soort lokale innovaties vaak over het hoofd, terwijl juist zulke oplossingen veel boeren voordeel kunnen brengen.

Inspiratie voor oplossingen

Een van de grootste uitdagingen: het wegnemen van tegenstand en scepticisme onder landbouwprofessionals.

Beeld: Bram Büscher

Het PROLINNOVA-programma is erop gericht om meer van dergelijke succesvoorbeelden uit de negen landenprogramma's (zie kader) te promoten. Op die manier wil het programma 'stakeholders' op lokaal, nationaal en internationaal niveau overtuigen van het nut van boergericht denken en handelen. Het uiteindelijke doel is lokale innovaties te institutionaliseren binnen relevante organisaties en grootschalige toepassing te stimuleren. Zo kunnen ook andere boeren gebruikmaken van nieuwe ontdekkingen en hiermee hun situatie verbeteren. Dat klinkt natuurlijk mooi, maar zoiets is makkelijker gezegd dan gedaan. Op de vraag hoe je de kennis van één lokale boer nu concreet kunt vormgeven in een andere omgeving, antwoordt Brigid Letty, PROLINNOVA-medewerker in Zuid-Afrika, dat het allemaal begint met het opzetten van landbouwonderzoek en het ontwikkelen van beleid - vóór de boeren en mét de boeren. Volgens Letty worden bij dit soort initiatieven totnogtoe echter voornamelijk de grote, commerciële boerenbedrijven betrokken en niet de kleine zelfvoorzienende agrariërs. Deze laatsten worden nog weinig serieus genomen. Ten onrechte. Juist kleinschalige, lokale innovaties vormen een aantrekkelijk uitgangspunt voor onderzoek en beleid, en kunnen inspiratie leveren voor oplossingen elders. Letty constateert dat in Zuid-Afrika langzaam maar zeker een omslag in het denken plaatsvindt. Een provinciale afdeling van het Zuid-Afrikaanse Nationale Landbouwonderzoekscentrum is al met lokale innovaties aan de slag gegaan en heeft hiermee positieve resultaten geboekt. 'Nu de vele andere afdelingen en organisaties nog', zegt Letty monter.

Draagvlak voor innovaties

Terug naar de bijeenkomst in Cambodja. Yang Saing Koma, directeur van gastorganisatie Cambodian Centre for the Study and Development of Agriculture (CEDAC), vertelt dat hij hard heeft gelobbyd om de meeting te mogen organiseren. Volgens hem kan Cambodja de positieve internationale aandacht goed gebruiken, zeker gezien de turbulente en conflictueuze geschiedenis van de laatste decennia. CEDAC haalt dan ook alles uit de kast om van de conferentie een succes te maken. Op de officiële openingssessie op maandagmiddag draaft zelfs de minister voor landbouw en visserij, Chan Sarun, op om het belang van lokale kennis en tradities te onderstrepen en de volledige steun van de Cambodjaanse overheid toe te zeggen. 'Dankzij die steun', vertelt Koma trots, 'kon het Cambodjaanse landenprogramma binnen PROLINNOVA een van de sterkste nationale partnerschappen voor lokale innovaties opzetten. Alle relevante nationale overheidsdiensten zijn erbij betrokken, evenals de meeste provinciale departementen, diverse onderzoeksinstituten en universiteiten, en een achttal ngo's.' Het doel is draagvlak te kweken voor lokale innovaties. Volgens Koma draagt de internationale aandacht hier nog eens extra aan bij.

Landenprogramma's

Het internationale PROLINNOVA-programma bestaat uit negen landenprogramma's en een internationaal supportteam. Lees meer...

Een belangrijk agendapunt is het 'local innovation support fund', dat microkredieten verstrekt aan innovatieve boeren. Zo kunnen zij de verdere ontwikkeling en verspreiding van hun ideeën zelf medefinancieren. De deelnemers aan de conferentie luisteren aandachtig wanneer de pioniers uit Zuid-Afrika en Nepal vertellen over hun ervaringen met het managen van microkredieten. Het ontbreekt boeren maar al te vaak aan de noodzakelijke fondsen om hun eigen innovaties door middel van experimenten te verbeteren. Dat probeert het innovatiefonds op te lossen. Ook volgens Monique Salomon, PROLINNOVA-coördinator voor Zuid-Afrika, vormt lokale innovatie de beste basis voor effectieve plattelandsontwikkeling, omdat 'eigen' vernieuwingen makkelijker door andere boeren gebruikt en geaccepteerd worden dan oplossingen die door externen zijn aangedragen. 'Maar je moet er wél de juiste boer voor hebben.'

Salomon onderscheidt twee soorten innovatieve boeren: de 'excentriekelingen' en de 'onderwijzers of evangelisten'. 'Excentriekelingen doen dit soort dingen in principe alleen voor zichzelf', vertelt Salomon. 'Ze zijn minder geneigd hun vondsten te delen. Het is makkelijker samenwerken met enthousiaste boeren die anderen juist graag willen onderwijzen en hun innovaties soms zelfs uitdragen als een soort religie.'

Wegnemen van tegenstand

Een ander belangrijk discussiepunt tijdens de bijeenkomst betreft de planning en financiering van het PROLINNOVA-programma. Het Directoraat Generaal Internationale Samenwerking (DGIS) van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft onlangs het financieringsbeleid veranderd. Het geld dat tot eind 2007 was toegezegd, moet nu allemaal in 2006 worden besteed. Dit betekent dat veel activiteiten eerder moeten worden uitgevoerd én dat er op korte termijn een nieuw voorstel moet liggen voor de periode na 2007. Tijdens de conferentie wordt daarom een nieuwe planning opgezet en de taakverdeling voor het jaar vastgesteld. Prioriteiten zijn: het ontwikkelen van een handleiding voor het opnemen van lokale innovaties in universiteitscurricula, en het zorgvuldig documenteren van relevante vernieuwingen.

Ook het bewerkstelligen van een omslag in het denken blijft een belangrijk aandachtspunt, benadrukt Scott Killough, werkzaam bij het Filippijnse International Institute for Rural Reconstruction en lid van het internationale PROLINNOVA-supportteam. Een van de grootste uitdagingen voor het programma is volgens hem het wegnemen van tegenstand en scepticisme onder landbouwprofessionals ten aanzien van nationale en internationale lokale initiatieven. Ronald Lutalo, PROLINNOVA-coördinator in Uganda, voegt daaraan toe dat het ook lastig is om bij alle programma-activiteiten lokale boeren te blijven betrekken. Daarom is er tijdens de conferentie een dag vrijgemaakt om met eigen ogen een aantal Cambodjaanse innovaties te aanschouwen. Zo bezoeken de deelnemers een boerin die haar land vernieuwend bemest door gebruik te maken van een mengsel van dode bladeren, mest en lokaal afvalmateriaal. Enthousiast vertelt de boerin over haar innovatie en over andere boeren die haar vragen om tips. Vooral de PROLINNOVA-partners uit Afrika maken tijdens dit bezoek driftig aantekeningen. Volgens King-David Amoah, PROLINNOVA-coördinator in Ghana, zijn de boeren in zijn land ook bezig met verschillende soorten bemesting en kunnen ze veel leren van hun Cambodjaanse collega's.

Op de terugreis willen de Sudanese afgevaardigden weten hoe de Cambodjanen zo'n hoge pief als een minister hebben kunnen overtuigen van de kracht van lokale innovaties. Yang Saing Koma glimlacht tevreden. Cambodja heeft zichzelf internationaal weer wat meer op de kaart gezet - en belangrijker: het land heeft het PROLINNOVA-programma een geweldige impuls gegeven.

 

Raadpleeg voor meer informatie www.prolinnova.net.



Reacties