De heftige consequenties van het nieuwe Mede Financierings Stelsel

01-11-2005
Door: Tekst: Wilma Berendsen


Vice Versa verschijnt eens in de twee maanden, publiceert liever geen mosterd na de maaltijd, en koos er dus deze zomer voor geen uitgebreid artikel te wijden aan de uitkomst van de discussie over het nieuwe MFS-kader. Maar Han Koch, de enige journalist die het ministerie doet huiveren, was op vakantie. En de overige dag- en weekbladen lieten het ook afweten. Alleen de echte ingewijden weten wat er is gebeurd. Vice Versa vermant zich dus en komt nu alsnog, in de rebound, met "Het Vergeten Verhaal" over de consequenties van het nieuwe Medefinancieringsstelsel.

Zitten slapen

Het nieuwe medefinancieringsstelsel verschilt op een aantal punten van het oude. Zo vallen straks MFP (het programma waaronder Cordaid, Novib, Icco, Hivos, Plan en Terre des Hommes vielen) en TMF (de thematische organisaties) onder hetzelfde beleidskader. Wel kan een organisatie nog altijd kiezen voor een instellings- of een programmasubsidie. Maar dat kan stevige consequenties hebben - een instellingssubsidie, zo liet de minister dit voorjaar weten in een Kamerdebat, betekent dat een organisatie zich niet kritisch mag uitlaten over het overheidsbeleid. Ook niet met zelf geworven geld, want die geldstromen zijn immers niet uit elkaar te houden.

Verdere verschillen met het oude stelsel: er is meer aandacht voor onderlinge samenwerking van particuliere hulporganisaties, en voor de relatie tussen hun werk en de Millennium Doelstellingen. En, niet onverwacht voor wie minister Van Ardenne meer dan twee keer heeft beluisterd, er is een grotere rol weggelegd voor samenwerking met "niet-traditionele actoren" zoals het bedrijfsleven. Dan is er nog het punt van de internationale organisaties. Het budget dat binnen het MFS-kader beschikbaar is voor internationale organisaties gaat drastisch omlaag, en is bovendien alleen toegankelijk voor een heel beperkte voorselectie van organisaties. Alle overige organisaties kunnen ernaar fluiten. Zij hebben een vriendelijk briefje van Rob de Vos gekregen: u verricht goed werk, maar komt niet in aanmerking voor geld.

Voor veel van hen kwam dit als een donderslag bij heldere hemel. Dat die hemel in Den Haag al een tijdje niet meer zo helder was, was even aan de aandacht ontsnapt in Brussel, Londen en Kigali. En er was dus geen lobby voor hen. Een aantal internationale organisaties is formeel vertegenwoordigd in het TMF-platform, maar hun positie was geen onderwerp van gesprek tussen minister en platform.

Bij sommige internationale organisaties zoemt nu kritiek. Op het ministerie, en op zichzelf. Organisaties die buiten de boot vallen, verwijten zichzelf dat ze niet eerder en harder aan de bel trokken: 'We hebben zitten slapen, zijn naïef geweest.' En ze verwijten Den Haag dat selectieprocedures totaal ondoorzichtig waren: Wie besliste wanneer, op welke gronden? Wat is doorslaggevend: nationaliteit of kwaliteit? Interessante vragen, maar te laat gesteld. Of nog altijd niet gesteld, uit angst het ministerie nog verder van zich te vervreemden. Dus was en is er geen formele discussie over deze onderwerpen. Maar wel onvrede.

Het doel voorbij

Maar het belangrijkste verschil tussen het oude en nieuwe kader is misschien wel de verwachte eigen bijdrage. Van Ardenne eist van aanvragende instanties een eigen bijdrage van minimaal 25 procent van de totale uitgaven per jaar. Wat je de minister ook verwijt, ze is in ieder geval op dit punt consequent. Al in 1999 hield zij bij de begrotingsbehandeling van Ontwikkelingssamenwerking een pleidooi om de mede-financieringsorganisaties (MFO's) zelf fondsen te laten werven. De MFO`s moeten volgens haar dan al 'af van het gouden koord dat hen aan het Ministerie bindt'. Bij deze dan. De organisaties krijgen van haar tot 1 januari 2009 de tijd om het koord door te knippen.

De meeste organisaties zijn het erover eens dat onderlinge samenwerking verbeterd kan worden, en dat het ministerie een punt heeft met haar eis van een eigen bijdrage. Het gaat hier immers om een medefinancieringsprogramma. Tot zover de principes. Dan de praktijk. Daar zitten de meningsverschillen tussen minister en ngo's.

Een veelgehoord kritiekpunt is dat de doelstelling die Van Ardenne voorstaat nog niet eens zo slecht is, maar de maatregelen die zij voorstelt contraproductief. Erik Laan, directeur van lobbyorganisatie BBO: 'Door samenwerking kunnen we zeker meer mensen bij ontwikkelingssamenwerking betrekken: vrienden, familie en buren geven aan dat ze gek worden van al die verschillende goede doelen. Maar ik vind het verkeerd om draagvlak te bewerkstelligen via concurrentie. Ik denk dat je daardoor de druk op de charimarkt alleen maar vergroot.' Jan Lock, directeur van Woord en Daad en namens de stuurgroep van het TMF-platform nauw betrokken bij de discussie rondom het MFS-kader, vat neutraal samen: 'Er zit een zekere spanning tussen samenwerking en het beconcurreren op inkomsten.'

Draagvlak en fondsenwerving zijn vooral "noordelijke" thema's. Het belangrijkste werk ligt in het zuiden. Gaat de kwaliteit van de programma's erop vooruit met het nieuwe beleidskader? Louk de La Rive Box in een interview op Oneworld: 'Integendeel. Die zal eronder lijden. Je krijgt nu een nog sterkere concurrentie tussen organisaties waarbij vooral de grote organisaties dure reclamecampagnes gaan voeren. Daarvan worden alleen de reclamejongens en -meisjes beter, de mensen in het zuiden niet.'

Hivos begint er niet aan. Algemeen directeur Monteiro: 'Wij richten ons op internationale institutionele donoren. Op de particuliere markt in Nederland hebben wij geen enkele kans. Andere organisaties die al een traditie hebben op dat vlak, en een fondsenwervingapparaat hebben opgetuigd, kunnen misschien nog iets afsnoepen van bijvoorbeeld de NOVIB. Maar wij kunnen dat niet en gaan daar ook geen geld aan verspillen.' Zegt de minister niet dat er nog volop ruimte is op de charitatieve markt? Monteiro: 'Ja, de minister roept dat natuurlijk als eerste de heer Schuyt na (hoogleraar filantropie aan de VU, red), maar alle signalen en alles wat ik hoor van collega's, wijzen de andere kant op.'

Gezamenlijke lobby

Gemiddeld is er eigenlijk geen probleem. De sector als geheel dekt al ruim 25 procent van de eigen uitgaven. Door hun omvang zouden met name Plan Nederland, Cordaid en Novib een aantal andere organisaties uit de wind kunnen houden, als de eis zou zijn dat de branche als geheel een kwart van de eigen inkomsten verzorgt. Maar dat is niet het geval. En individueel zijn er wel problemen. Van de huidige Medefinancieringsorganisaties dreigt met name Hivos aan het kortste eind te trekken: Hivos is voor negentig procent van de inkomsten van het ministerie afhankelijk. Ook voor ICCO wordt het lastig.

De situatie bij de TMF-organisaties is vergelijkbaar. Jan Lock: 'Als branche halen we deze norm makkelijk. We zitten sowieso tegen vijftig procent aan. Als Woord en Daad hebben we met ongeveer zeventig procent eigen inkomsten al helemaal geen probleem. Maar er zijn organisaties die met thema's werken waar je op de particuliere markt geen geld voor loskrijgt. De 25 procentregel houdt naar onze mening te weinig rekening met de diversiteit van organisaties."

In een gezamenlijke open brief stelden Cordaid, Hivos, ICCO, Novib en Plan Nederland deze zomer voor om de 25 procentsnorm te verlagen naar vijftien procent per 2009. De leden van het TMF-platform voerden gezamenlijke een stevige lobby voor een branchebrede benadering. MFO en TMF weten van elkaar wie wat doet. De lobby wordt dus branchebreed gevoerd, inclusief organisaties die zelf niet in de problemen komen met de eigen bijdrage. Dat lijkt te duiden op enige solidariteit en samenwerking tussen de clubs. Van Ardenne kon tevreden zijn. Maar luisteren deed ze niet erg. De 25 procent bleef overeind.

Haast geboden

Ontwikkelingsorganisaties en partijen van links tot rechts in het politieke spectrum hebben - grotendeels dezelfde - kritiek op de inhoud van het nieuwe MFS-kader. Maar van de drie belangrijkste gespreksonderwerpen (de hoogte van de eigen bijdrage, de tegenstelling tussen samenwerking en concurrentie en de diversiteit van ontwikkelingsorganisaties) is alleen op het laatste punt door de minister enige concessie gedaan. Met betrekking tot de andere twee is geen druppel water in de wijn te vinden. Dat kan twee redenen hebben: er is niet duidelijk genoeg gesproken, of er werd niet geluisterd.Erik Laan van BBO vindt dat er goed gelobbyd is: 'De thema's zijn goed over het voetlicht gebracht en herhaaldelijk toegelicht.' Het beleidskader werd desondanks bijna ongewijzigd aangenomen met een uiterst krappe meerderheid van twee stemmen.

Monteiro: 'De kaarten waren al geschud. Ik vind het jammer dat het minister Van Ardenne eigenlijk niet interesseerde of ze draagvlak in de Kamer zou hebben. Normaal gesproken is er bij dat soort grote besluiten een coalitie van CDA en PvdA, maar met die traditie is nu duidelijk gebroken. Het is de eerste keer dat de PvdA niet meegaat in een dergelijke grote beslissing over ontwikkelingssamenwerking. Van Ardenne ging puur voor het aantal, en niet voor het draagvlak. Dat is jammer.'

Het Vergeten Verhaal is een initiatief van de Dick Scherpenzeel Stichting en Llink. Het onderwerp van deze reportage stond op de tiende plaats van de vakjury-shortlist van belangrijkste vergeten verhalen van het afgelopen jaar.

www.hetvergetenverhaal.nl

De onafhankelijke Adviescommissie - die beoordeelt of organisaties in aanmerking komen voor subsidie - is met enige vertraging inmiddels op 12 oktober geïnstalleerd. Op het eerste gezicht is het ietwat bevreemdend dat daarin onder andere een dijkgraaf van Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier en de voorzitter van het Produktschap voor de Tuinbouw zitting hebben; bij navraag blijkt dit minder bizar. Beiden lopen al langer mee in het wereldje van OS. Manuela Monteiro, algemeen directeur Hivos: 'Ik heb geen moeite met de samenstelling van de commissie. Maar ik heb wel een probleem met het feit dat die commissie er nu pas komt. Dat betekent dat we pas half december een beoordelingskader te zien krijgen, en dat zet ons onder druk.' Dat beoordelingskader is van belang voor het subsidieverzoek, en de deadline voor subsidieverzoeken verschuift vooralsnog niet: die is in april 2006. Dat betekent dat een aantal organisaties nu keihard aan het werk moet.

Wilma Berendsen is freelance journaliste en medewerkster van Plan Nederland



Reacties