‘De bouw is wereldwijd een beerput van corruptie’

17-03-2005
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

Volgens TI stroomt er zoveel (hulp)geld Irak binnen zonder dat daarover controle bestaat volgens internationaal aanvaarde standaarden. Op alle niveaus, inclusief dat van de voorlopige regering en haar ministeries, wordt gesjoemeld met contracten.

De haast waarmee economische hervormingen worden doorgevoerd, ook onder druk van het Internationaal Monetair Fonds en de Club van Parijs (schuldeisers), werkt eveneens corruptie in de hand.

Al eerder wezen rapporten met de beschuldigende vinger naar de Verenigde Staten, dat een dominante rol vervult bij aanbestedingsprocedures. De regering zou lucratieve contracten hebben toegewezen aan bedrijven (zoals Halliburton) die banden hebben met leden van de politieke elite.

Volgens TI moet de Iraakse regering buitenlandse bouwbedrijven binden aan anti-corruptiewetten en openheid van zaken geven over de inkomsten uit de aanzienlijke olievoorraden. 'Stricte regels moeten worden vastgelegd voordat de eerste uitgaven aan de reconstructie worden besteed,' aldus de opstellers van het rapport.

Olieverkopen

De geloofwaardigheid van de internationale gemeenschap bij een strenge aanpak van corruptie is in Irak al flink aangetast door het Oil-for-Food schandaal. Het Oil-for-Food project van de Verenigde Naties bood Saddam Hussein tussen 1996 en 2004 de kans om ondanks de VN-sancties olie te verkopen voor de aanschaf van voedsel en medicijnen. Saddam verdiende echter ook aan illegale olieverkopen met medeweten van VN-medewerkers.

Volgens Transparency International lijken de Iraakse regering, hulporganisaties en de coalitie niets geleerd te hebben van de naoorlogse situatie in landen als Afghanistan, Congo en Cambodja. Een zwakke regering en bloeiende zwarte handel zorgden in deze landen voor corruptie op grote schaal.

Concurrentie

Volgens TI is in het bijzonder de bouwsector gevoelig voor fraude door de enorme concurrentie tussen de bouwbedrijven. Bij aanbesteding van de projecten hebben bouwbedrijven vaak veel te verliezen. Daarnaast is er door het specifieke karakter van bouwprojecten niet of nauwelijks zicht op de kosten van een project.

Voor een bouwbedrijf is het erg makkelijk om de slechte kwaliteit van een bouwwerk weg te werken met beton en stucwerk. Fraude komt hierdoor pas aan het licht als het te laat is. Verder werkt de vaak onoverzichtelijke hoeveelheid aannemers en onderaannemers die aan één project werken, corruptie in de hand. De onderlinge transacties blijken moeilijk te controleren.

Duurzame ontwikkeling

'Corruptie in grootschalige publieke voorzieningen hindert duurzame ontwikkeling,'stelt TI-directeur Peter Eigen. 'Slechte gebouwen of wegen kunnen bovendien levens kosten.'

Investeerders

Een internationale financiële instelling als de Wereldbank weert inmiddels bedrijven die schuldig zijn gebleken aan fraude bij bouwprojecten. Omdat steeds meer buitenlandse investeerders direct in ontwikkelingslanden investeren zonder de tussenkomst van de Wereldbank, blijft het gevaar voor corruptie groot.

Veel landen hebben na grote corruptieschandalen in het verleden maatregelen getroffen. In Bangladesh is bijvoorbeeld in 2004 een anticorruptie commissie gevormd die het in diskrediet gebrachte anticorruptiebureau heeft vervangen. Maar de onafhankelijkheid van de commissie is zeer beperkt. De voorzitter van de commissie is aangewezen door de president en de commissie wordt gefinancierd door de regering.

Volgens het Global Corruption Report 2005, is Bangladesh geen uitzondering. Vele landen hebben maatregelen aangekondigd maar zijn er in de praktijk niet in geslaagd de wetten en regels daadwerkelijk in te voeren.

Transparency International

Reacties