De Afghaanse vijand is de Afghaan zelf

19-12-2007
Door: Sahar Noor

 

 Deze week bericht OneWorld samen met Trouw en de Wereldomroep over de mensen van Afghanistan.
Alle Afghanen hebben een mening over wie of wat het beste is voor Afghanistan. Ik ken geen Afghaan die dat niet heeft. Zelfs een kind van vijf kan, onder invloed van de huidige Afghaanse satellietzenders waar papa en mama graag naar kijken, je op zijn minst vertellen wie 'de beste was in de Afghaanse geschiedenis'. 

 

afghan-king-ob-cp-3331950
Mohammad Zahir Shah
De laatste koning van Afghanistan
Koning

Het bijzondere van deze oplossingdenkers is, dat ze allen menen de waarheid in pacht te hebben. Ze zien hun oplossing vaak als dé oplossing voor Afghanistan. Merkwaardig genoeg is dezelfde denker tevens de hoofdpersoon in zijn of haar verhaal. Zoals journaliste Antoinette De Jong laatst zei tijdens een debat: "Alle Afghanen dromen ervan om een koning te worden."

 

Deze oplossingdenkers praten vaak vanuit een bepaalde ideologie. Je bent of een aanhanger van het oude koningshuis. Of je bent een communist. Of je bent een mudjahid(strijder van de jihad). Of je bent een Talib. Of iets tussen dit alles in. Dit wil overigens niet zeggen dat je die ideologie ook werkelijk praktiseert; het betekent vooral dat je vanuit die ideologie aan een oplossing denkt voor Afghanistan, of vanuit die ideologie hebt gewerkt tijdens je loopbaan in Afghanistan.

 

'Man hichkara bodum'

Je kunt er ook geen ideologie op na houden. Dan spreek je de volgende drie woorden uit: 'Man hichkara bodum'. Hiermee refereer je aan de onpartijdige houding van jezelf in Afghanistan. De betrokkenheid, of juist niet-betrokkenheid in eigen land, maakt de oplossingdenkers in de diaspora subjectief. Ze zijn 'iemand' geweest, met een bepaalde mentaliteit of politieke ideologie en geloven nog heilig dat de oplossing voor Afghanistan alleen binnen die ideologie mogelijk is.

 

afghaans tapijtTalibanvacature

Iemand zei een keer tegen mij: "Jij bent onaangetast!". Het duurde even voordat ik wist wat hij bedoelde: toen het koningshuis in de jaren '60 en '70 aan de macht was, was ik nog niet geboren. Ten tijde van het communisme, was ik niet verder in mijn taalontwikkeling dan de moeilijke woorden shampoo(shampoo) en gosjt (vlees). Bij de komst van de strijders van de jihad, ofwel de Afghaanse versie van de mudjahedien, was ik ook te jong om mijn land te verlossen van de klauwen van het Rode Leger. En ik geloof dat de Taliban geen vacature had voor een vrouwelijke strijdster met een kalashnikov onder haar arm. Bovendien bevond ik me destijds in de lage landen. Kortom: ik was in eigen land nog te jong om me ergens bij aan te sluiten.
 

Hoop

Als Afghaanse van oorsprong van de jongere generatie ben ik één van de velen die dit soort discussies zat is. Onze hele gemeenschap van hier tot de Atlantische Oceaan wordt door deze gedachten gedomineerd. Wie is schuldig? Wie heeft 'het bloed van de onschuldige Afghaanse burgers aan zijn of haar handen'? Wie moet je vertrouwen en wie wantrouwen? Afghanen zijn hun eigen vijand geworden. Het is de beschuldigende vinger die als een losgeslagen kompaswijzer naar alle windrichtingen wijst.

 

afghaans broodDe jeugd heeft de toekomst

Nu ben ik dan ook tot de conclusie gekomen dat die Afghanen die menen de oplossing in pacht te hebben, juist niet de oplossing hebben. Integendeel, ze wijzen alleen aan hoe het niet moet. Ze zijn nog te veel bezig met de vraag wie het fout heeft gedaan en wie een verrader is geweest. Maar niet hoe het nu wel verder moet.

 

Daarom heb ik alle hoop op onze jonge generatie. Ze zijn fris, bewapend met kennis en hebben wijze lessen meegekregen door alleen al naar de geschiedenis te kijken. Gelukkig zijn er ook ouderen die alle ellende van vroeger achter zich willen laten en samen met deze nieuwe generatie onderweg zijn naar de verlichting van ons land. Amen!

 

Deze column heeft eerder op de site van Wereldjournalisten gestaan. 

Reacties