Darfur: Arabieren nemen plaats Afrikanen in

24-07-2007
Door: Koert Lindijer
Bron: de Wereldomroep

Darfur  RNWOp een dag rijden van de Tsjadische woestijnstad Abéché, over paden en door rivierbeddingen, ligt zuidwaarts Goz Beïda, een middelpunt van de oorlog in Oost-Tsjaad. Rond het gehucht strekt zich een puistenveld uit van strohutjes en boomstronken, met mannen in groezelige gewaden, vrouwen met gebogen hoofden, kinderen met vaal verschoten haren, schurftige honden en blatende ezels.

 

Ahmed Yaya spreidt een felgroene mat uit in de misère, achter de stapel sprokkelhout wast zijn echtgenote Mariam in de theepot het ondergoed van een baby. "We hadden onze thee nog niet gedronken, het was zes uur 's morgens drie maanden geleden toen ze mijn dorp Jorlo aanvielen", begint Yaya zijn verhaal. Jorlo ligt vlak bij de Sudanese grens.

 

Slaven

 

Ze kwamen op paarden en kamelen. Yaya noemt de aanvallers Janjaweed, de beruchte Arabische militie in Darfur die samen met regeringstroepen twee miljoen Soedanezen van Afrikaanse afkomst op de vlucht joegen en een kwart miljoen naar Tsjaad verdreven. "De Janjaweed-strijders begaven zich eerst naar een Arabisch dorp vlak bij het onze. Samen met de inwoners van dat dorp vielen ze ons daarna aan. Ik herkende de gezichten van de Tsjadische aanvallers, dezelfde die vroeger met ons thee dronken."

 

Mariam komt met de theepot en neemt het relaas over. "Ze riepen: 'We willen jullie zwarten hier nooit meer zien, we zullen jullie mannen doden en jullie tot slaven maken'. Alle kanten renden we uit. De mannen op paarden grepen ons bij de strot en scheurden ons de kleren van het lijf". Mariam schuift nerveus haar grijze haarlokken opzij, Yaya plukt tussen zijn tenen. "Ze staken onze spullen in brand en schreeuwden: 'Dit is grond van Arabieren'".

 

Woede

 

Darfur hulpverleners distribueren goederen foto UNMariam nam één kind op de schouder, het andere aan de hand. Haar man droeg een zak graan. Meer dan zeventig dode dorpsbewoners lieten ze onbegraven achter. Vijf dagen lang liepen ze in een landschap van ontvolkte dorpen. Tot ze Goz Beïda bereikten, een dorpje met vijfduizend inwoners en vijftigduizend ontheemden.

 

Yaya stompt op de grond met alle woede die hij voelt over zijn verloren bestaan. "We gaven altijd de Arabieren na de oogsttijd toestemming hun vee op onze akkers te laten grazen, we voerden vele jaren samen islamitische ceremonies uit en slachtten regelmatig geiten en schapen. Waarom steken ze nu dolken in onze ruggen? Als ik een Arabier tegenkom, ga ik op hem schieten."

 

De ziekte van Darfur heeft Oost-Tsjaad bereikt. Net als in het aangrenzende Dafur zijn in Tsjaad traditionele heersers door moderne politici op een zijspoor gezet. In de zachte kleuren van de late middag neemt de onttroonde koning Said Ibrahim Mustapha van het sultanaat Dar Sila plaats op een royale mat buiten zijn woning in Goz Beïda. Het sultanaat Dar Sila dateert uit de 16de eeuw, Said nam achttien jaar geleden de mantel over. "Wij traditionele leiders dienen de menselijkheid en onze cultuur te verdedigen", spreekt hij gedragen. "Wij behoren te verzoenen, we moeten geen haat zaaien en onze onderdanen bewapenen".

 

Gewonde leeuw

 

Dat is precies wat volgens hem de Tsjadische president Deby wel doet, hij gedraagt zich als een "gewonde leeuw die iedereen aanvalt". Deby deelt wapens uit en vormt milities tegen de Arabische aanvallers en hij helpt de opstandelingen in Darfur. Het regeringsleger gebruikt hij alleen in de strijd tegen rebellengroepen die hem willen afzetten. De kritiek van sultan Said op Deby leidde begin dit jaar tot zijn onttroning door de overheid, een unicum in de geschiedenis, want de traditie schrijft voor dat de opvolging alleen door erfrecht geschiedt.

 

darfur rebellen foto IRIN Derk SegaarDe onttroonde sultan Said trekt zijn benen in kleermakerszit en zet zich schrap voor een stevige uitspraak. "Soedan is nu de boosdoener, hoewel het niet Arabisch is. Het is al eeuwen een land van mestiezen, van gearabiseerde zwarten, maar de heersers in Khartoum willen Soedan gebruiken als een kweekvijver voor de Arabische cultuur". Said gelooft in een samenzwering. "Ze willen Afrika koloniseren en arabiseren."

 

Rassenscheiding

 

Arabier en Afrikaan, iedereen in Oost-Tsjaad voelt zich opgejaagd door angst, bang voor elkaar en voor regeringen. Tsjaad telt, behalve de kwart miljoen gevluchte Soedanezen, inmiddels 170.000 ontheemden en nog eens 40.000 vluchtelingen uit de Centraal Afrikaanse Republiek. De Verenigde Naties in Khartoum meldden deze maand de komst in Darfur van tienduizenden Arabieren uit Tsjaad, de Centraal Afrikaanse Republiek en Niger. Met hulp van de Soedanese regering zouden ze zich vestigen in dorpen waaruit eerder Afrikanen zijn verdreven door Arabische milities. De rassenscheiding krijgt vorm.

  

Dit artikel is, met toestemming, overgenomen van de Wereldomroep

 

 

 EU bereidt vredesmissie in Tsjaad voor
De Europese Unie treft de voorbereidingen voor een vredesmissie in het oosten van Tsjaad, als antwoord op aanvallen op burgers door milities uit Soedan. Dat meldt Unicef. De stationering van een vredesmacht zal naar verwachting binnenkort worden goedgekeurd door de Europese ministers van Buitenlandse Zaken. Die missie zal ongeveer drieduizend man tellen, geflankeerd door een politiemacht van ongeveer duizend man.



Reacties