Dagboek Bangladesh

01-09-2005
Door: Tekst: Tanja Eijkelboom, Jojanneke Spoor


Week één, 18 t/m 24 juli

Bij aankomst in Dhaka werd ieder van ons door het douanepersoneel gevraagd naar de reden van ons bezoek: drie weken als toerist vertoeven in Bangladesh vonden ze verbazingwekkend en bevreemdend. Nadat we allemaal braaf hadden meegedeeld dat we studenten zijn en niets met politiek te maken hebben, mochten we doorlopen. Gelukkig werden we afgehaald. Vanuit het veilige busje van Rangpur Dinajpur Rural Services (RDRS) kregen we een eerste indruk van de chaos in het land.

De buitenwereld trok als een film aan ons voorbij,maar ook in het busje gebeurde van alles. De een viel voorover van de slaap, een ander keek zijn ogen uit en weer een ander vond het allemaal wat eng en overweldigend. Eén ding stond vast: we gingen wat beleven! Met zijn negenen zouden we aan de hand van tien levensthema's,waaronder vrijheid, heilige plekken en relaties, op zoek gaan naar geluk. Factor TIEN wil via deze universele thema's aandacht geven aan verschillen in levenswijze en jongeren bewust maken van de ontwikkelingsproblematiek.

De aanvankelijke cultuurschok werd bij aankomst in het RDRS-gastenverblijf meteen weer tenietgedaan: grote tweepersoonskamers, voorzien van airconditioning met afstandsbediening, een tv met CNN, en een eigen badkamer! En dat terwijl buiten dit gebouw het gros van de inwoners van Dhaka zich het hemd van het lijf moet werken om aan eten te komen. Zouden we de hele reis als prinsesjes behandeld worden?

Hoge ngo-dichtheid

Vol goede moed begonnen we de volgende dag aan het veldwerk. Onder begeleiding van enkele RDRS-medewerkers, die tegelijkertijd als tolk fungeerden, reden we over de levensgevaarlijke wegen, toeterend tussen de massa riksja's, niet uitwijkende vrachtwagens en voetgangers door de provincie Rangpur om bij verschillende projecten te spreken met de lokale bevolking. RDRS houdt zich onder andere bezig met plattelandsontwikkeling, onderwijs, gezondheidszorg en 'social empowerment'. Het feit dat Bangladesh de grootste ngo-dichtheid ter wereld kent, zegt wel iets over de hiaten in het overheidsbeleid. Onderwijs bijvoorbeeld wordt door de regering gratis aangeboden, maar de infrastructuur is niet toereikend en er zijn te weinig middelen. Een groot deel van de bevolking blijft zo verstoken van enige vorm van opleiding. Is er sprake van onwil bij de regering om ontwikkeling te bevorderen? Of is de overheid incapabel? Op het gebied van 'intelligence' heeft zij in ieder geval wel overzicht en controle: de politie wist ons in ieder gehucht te vinden. Men liet ook duidelijk merken dat we in de gaten werden gehouden. Zelf noemden ze dit 'bescherming' in verband met de terrorismedreiging. Ons leek het eigenlijk allemaal wat overdreven.

Onderwijs voor iedereen?

RDRS heeft al jaren een lobby bij de regering om de toegang van de allerarmsten tot het onderwijssysteem te kunnen waarborgen. Maar de organisatie stimuleert mensen ook om zelf hun rechten op te eisen en niet te wachten op initiatieven van buitenaf. Wij zijn erg enthousiast over deze methode. Vooral het feit dat RDRS de regering aanstuurt om meer verantwoordelijkheid te nemen, spreekt ons erg aan. Want het is maar de vraag of iedereen gelijke kansen op een opleiding heeft als alle ngo's afzonderlijk onderwijs aanbieden.

Bij een bezoek aan een meisjesschool troffen we een grote groep ambitieuze tieners. Ze vertelden ons dat ze onafhankelijke, hoogopgeleide moeders willen worden. Ons gevoel van trots voor deze jonge vrouwen werd wel wat overschaduwd door de gedachte dat hun toekomstige echtgenoten hierbij een remmende factor zouden kunnen vormen. Uit diverse gesprekken met vrouwengroepen, die op initiatief van RDRS zijn gevormd om de positie van vrouwen te verbeteren, is inmiddels gebleken dat veel mannen slechts schoorvoetend, of in het geheel (nog) niet, toe willen geven aan de inhaalslag van vrouwen.

Machteloos

RDRS heeft dus nog niet voor elk probleem een antwoord. Een bezoek aan een sigarettenfabriek schokte zowel ons, als onze Bengaalse begeleiding. Kleine kinderen vullen daar dag in dag uit samen met hun vaders en grootvaders vloeipapiertjes met tabak, in een grote donkere en hete schuur. Duizenden mensen waren hard aan het werk om een minimaal bestaan in stand te houden. En wij? Wij hebben onze tranen van verdriet, frustratie en boosheid ingeslikt en zijn de auto ingevlucht, voordat de opstootjes die onze aanwezigheid had veroorzaakt, ons zouden belemmeren weg te komen. We zijn gevlucht voor mensen die zelf vast lijken te zitten in een vicieuze neerwaartse spiraal.

Week twee, 25 juli t/m 1 augustus

Na een inspirerende week bij de bevlogen organisatie RDRS trokken we in week twee naar een wat meer conservatief gebied om ons te vervoegen bij de Church Of Bangladesh (COB) in Meherpur. Deze kleine christelijke organisatie zet zich in voor sociaal geïsoleerde groepen, zoals gehandicapten, hermafrodieten en slachtoffers van kinder- en vrouwenhandel. De hele week werden we overspoeld met bloemen en mochten we veel lachen en wuiven naar de menigte. Maar hoezeer we ook onder de indruk waren van de kunstige en wonderlijke ceremonies, er was weinig ruimte voor diepgang. De aanhoudende Bengaalse gastvrijheid en interesse deden ons bovendien zo nu en dan terugverlangen naar het onverschillige Nederland. De ingehouden noodkreet 'Laat me met rust!' was geen van ons vreemd, maar werd meestal weer snel vervangen door de bewondering voor het werk dat er wordt gedaan.

Veerkracht bevorderen

Het was voor ons moeilijk om te constateren dat COB er vooral op uit leek te zijn om alle ellende te benadrukken, terwijl Factor TIEN juist niet met tranentrekkende verhalen de aandacht wil vestigen op het 'Gouden Bengalen'. Voor onze gastheren waren onze tranen een teken dat zij hun doel hadden bereikt: medelijden opwekken. Hoewel wij wel oog hadden voor alle ellende in het gebied en werden aangegrepen door persoonlijke verhalen, waren we eigenlijk veel meer geïnteresseerd in de veerkracht en het doorzettingsvermogen die mede door het werk van COB worden versterkt.

Het motto van COB is 'brotherhood'. Daarom probeert men alle bevolkingsgroepen bij de samenleving te betrekken. Zo is COB vooruitstrevend in het werk met 'hijra's', ofwel hermafrodieten. Deze groep wordt door de overgrote meerderheid van de Bengali gezien als non-personen. Ze hebben geen stemrecht, mogen niet werken en worden sociaal buitengesloten. Vanwege deze benarde situatie zijn de hijra's op zichzelf aangewezen. Ze voorzien in hun levensonderhoud door als entertainers rond te trekken. Er wordt beweerd dat ze tegenwoordig steeds meer hun toevlucht zoeken in de lucratievere drugshandel. COB vangt de hijra's op en benadrukt dat ook zij een gerespecteerd onderdeel vormen van de maatschappij. Maar wij konden ons niet aan de indruk onttrekken dat de organisatie deze mensen weinig langetermijnperspectieven biedt en de kleurrijke groep vooral ziet als een bron van vermaak.

Week drie, 3 t/m 6 augustus

Verzwakt door het intensieve programma, het eenzijdige voedsel en de verzengende hitte vervolgden we onze reis naar Rajshahi, thuisbasis van de Christian Commission for Development in Bangladesh (CCDB). Terwijl onze behoefte aan rust steeds groter werd en we onze vrijheid al behoorlijk begonnen te missen, werkte de bevolking op volle kracht door. Helaas was het voor ons onmogelijk om van het drukke straatleven te genieten. Want niet alleen veranderde het straattoneel onherroepelijk zodra wij onze blanke gezichten vertoonden, ook was er met het ministerie afgesproken dat wij alleen onder begeleiding van onze gastorganisatie naar buiten mochten. Mede hierdoor is ons beeld van Bangladesh vrij beperkt gebleven.

Ownership

Een speerpunt van onze laatste gastorganisatie is het creëren van 'ownership'. Op initiatief van CCDB worden fora opgericht, vergelijkbaar met lokale overheden, waar politieke zaken worden besproken, en projecten ter bevordering van de lokale economie worden opgezet en ondersteund. CCDB levert een startkapitaal, dat vervolgens door het forumbestuur wordt beheerd. Anders dan bij het microkredietsysteem wil de organisatie opvallend genoeg geen winst maken: 'We do not do business on the poor.' CCDB biedt zelfs de 'ultra-poor' een mogelijkheid om geld te lenen en calculeert een proces van 'trial and error' in. Een onderneming heeft niet meteen gefaald als die een lening niet volledig terug kan betalen. Men krijgt een nieuwe kans. Wij waren er niet helemaal van overtuigd dat deze idealistische aanpak stand kan houden in een commerciële wereldeconomie.

Euro's bijdragen

In deze laatste week rezen er steeds meer vragen. Zo vroegen we ons af op welke manier de fundamentalistische islam invloed uitoefent op de politieke ontwikkelingen in Bangladesh. En hoe een staat die afhankelijk is van ngo's de eenheid in het land kan waarborgen. In verband met ons idee van ontwikkelingssamenwerking groeide ook de vraag naar onze inbreng. Wat kunnen wij deze mensen leveren? Geld lijkt het enige wat nodig is. Verbazingwekkend nietwaar? Al hadden we zo nu en dan twijfels over de effectiviteit van bepaalde programma's, in het algemeen zagen de plannen en activiteiten - die de organisaties in de loop der jaren hebben ontwikkeld in samenwerking met partners zoals ICCO en Kerkinactie - er solide uit. Ons enthousiasme over en vertrouwen in de kunde en werkwijze van onze gastorganisaties deden ons tijdens deze reis beseffen dat we op dit moment niet meer kunnen bijdragen dan een aantal euro's op de rekeningnummers van bovenvermelde organisaties.

Op een mooiere conclusie hadden we niet kunnen hopen. In de gesprekken hebben we bovendien veel geluksmomenten gevonden. Daaruit bleek dat we heel veel van elkaar kunnen leren en dat er werkelijke wederzijdse interesse bestaat - uiteindelijk de basis van een rechtvaardigere wereld. Helaas hebben we, ondanks de kennismaking met de culturele rijkdom van het land, tijdens onze reis slechts oppervlakkig kunnen proeven van de complexe problematiek van Bangladesh. Het afscheid was alweer begonnen, onze zoektocht was ten einde. Of niet?

 

Kijk voor meer informatie op www.factortien.nl of www.opzoeknaargeluk.tk.



Reacties