Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Middenin het kolkende debat rond racisme, slavernijverleden en identiteit werkte Bijnaar aan een praktische benadering: een lespakket rond de beeldvorming van Afrika.

U dacht: ik ga het ‘zwarte debat’ handen en voeten geven door het in een lespakket voor voortgezet onderwijs te gieten?
“Pragmatisme heeft ermee te maken. Maar ik heb vaker lesmateriaal gemaakt. ‘Slavernij en Jij’ is een educatieve website met basisinformatie over de slavernijgeschiedenis, gekoppeld aan hedendaagse discussies. ‘Kind aan de ketting’ was lesmateriaal over opgroeien in slavernij toen en in moderne slavernij nu. Wat ik altijd doe, is een actuele dimensie geven aan geschiedenis. Omdat ik weet dat jongeren het nodig hebben om vanuit de actualiteit in te zoomen op een historisch probleem. Ik merk dat dat heel effectief is.”

‘Kind aan de ketting’ maakte u in 2009, voordat ‘het zwarte debat’ maatschappijbreed losbarstte. ‘Slavernij en jij’ zag het licht in 2013, dat was aan het begin van de landelijke discussie over Zwarte Piet, racisme en slavernijverleden en identiteit. Hoe vielen uw initiatieven toen?
“Ik herinner mij dat het verband dat ik met ‘Kind aan de Ketting’ legde tussen de Trans-Atlantische slavenhandel door Nederland en moderne slavernij wereldwijd toen al heel gevoelig lag binnen Ninsee (Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en erfenis), waar ik werkte. Maar ook bij veel Afro-Surinamers. De angst is dat als je moderne slavernij met historische slavernij samenbrengt, je de aandacht voor historische slavernij de kop indrukt. Dat is een terechte zorg. Want historische slavernij wordt inderdaad gebagatelliseerd door te zeggen: ‘Maak je toch druk om moderne slavernij’. Maar als je je verdiept in uitbuiting nu, vooral die van vrouwen en kinderen, is het wat mij betreft net zo erg als wat mijn voorouders is overkomen. Ik vind ook dat huidig onrecht de gruwelen van de slavernijgeschiedenis niet mag overschaduwen. Maar mijn ervaring is dat dat niet gebeurt.”

Hebben uw onderwijsprojecten bijgedragen aan die ruimere aandacht voor slavernijverleden en kolonialisme?
“Er is nu zeker meer kennis over in de samenleving. Voordat ik begon, vóór de komst van sociale media, heeft een groep Surinamers, Afro-Caribiërs en Ghanezen de weg vrijgemaakt met een instituut als het Ninsee en het Nationaal Monument Slavernijverleden. Ook al bestaat het Ninsee in de oude vorm niet meer, ze hebben de laatste jaren toch de Black Achievement Month neergezet. Daarbij wordt een maand lang zwart talent geëerd. Nu leggen jonge organisaties als New Urban Collective een archief aan met boeken over zwarte geschiedenis. Er is nu zoveel meer belangstelling voor al deze thema’s.”

In uw lespakket Afrispectives, dat Afrika op een vernieuwende manier onder de aandacht wil brengen bij jongeren, citeert u de podcast Dipsaus. Heeft u veel uit populaire cultuur geput?
“Veel bronnen in het onderwijs over slavernijverleden, over racisme en over Afrika zijn wit en oud. In Dipsaus, een podcast door vrouwen van kleur, gaat het bijvoorbeeld over wat het betekent om je als zwart te identificeren als je Ethiopisch of Marokkaans bent. Samen met docenten heb ik initiatieven van Afrikanen op het continent en in de diaspora geselecteerd die bij jongeren zouden aanslaan en die een connectie leggen tussen Afrika toen, nu en de relatie tot Nederland. Zoals de totstandkoming van een videoclip van rapper Typhoon, die slavernij als thema heeft en geschoten is op Kaapverdië. Maar ook spoken word over Zwarte Piet, architectuur uit Senegal, fotografe uit Zuid-Afrika. Alles om jongeren, zwart en wit, kennis te laten maken met Afrika, haar diaspora, haar diversiteit en identiteit. Dat soort genuanceerde kennis gaat helpen bij het bestrijden van stereotypen en vooroordelen rond zwartzijn.”

Over identiteit gesproken: u bent Surinaams-Nederlands, niet Afrikaans. Was dat nog een issue bij de totstandkoming van dit project?
“Dat heb ik altijd een raar gesprek gevonden. Ik laat mijn identiteit niet door anderen bepalen. Ik mag me Afrikaan voelen, ook al ben ik in Suriname geboren en als baby naar Nederland gekomen. Het grootste misverstand is dat de geschiedenis van zwarte Nederlanders begint bij de slavernij. Dat er daarvoor niks was. Ik voel een band met Afrika. Dat heb ik altijd al gehad. Mijn werkelijke oorsprong ligt ergens op dat continent. En je hebt het recht om te zijn wie je bent. Sylvana Simons werd lang blaka bakra (een zwarte Hollander) genoemd onder Surinamers. Ze zou lang ‘wit’ zijn geweest en is nu opeens zwart. Dat is haar reis geweest. Dat mag. Het is zelfs belangrijk. Blaka bakra zijn is ook een overlevingsstrategie, ik zou mensen daar nooit om veroordelen. Identiteit kan fluïde ingezet worden. Het heeft Simons ook ergens gebracht, deuren geopend, ze kan nu een rolmodel zijn. Mijn ouders kwamen in de jaren ’60 in de Jordaan terecht als één van de eerste Surinaamse gezinnen. En zij probeerden zich ook aan te passen om te overleven. Migratie vergt nou eenmaal aanpassingsvaardigheden. ”

Maar met uw focus op het slavernijverleden in uw professionele werk heeft u niet de strategische route gevolgd, toch?
“Nou, ik had vroeger een Hollandse vriend, ik werkte aan de universiteit dus ik ben vast ook wel blaka bakra genoemd, haha. Maar daar zet je je overheen.”

De discussie rond zwarte identiteit vergt best wat voorkennis. Hoe maakte u die vertaalslag naar jongeren in uw lesmateriaal?
“De intellectuele voorhoede heeft dankzij sociale media toch invloed op jongeren. Mijn neefjes in Suriname hebben het nu ook over white privilege en whitesplaining. Het jargon is gedemocratiseerd. Ook al bestaat het verwijt dat het zwarte debat soms te highbrow is, dat is nodig om te kunnen duiden. Je kunt ook niet iedereen bereiken. Mensen die geen baan hebben of in de schulden zitten, hebben vaak hele andere zorgen.”

Het zwarte debat is ook omgeven door kritiek, zowel extern als intern. Vindt u dit een positieve tijd of een lastigere periode dan toen u zich begon bezig te houden met zwarte identiteit?
“Beide. Maar wat mij boeit is: wat beklijft er na tien of vijftien jaar? Wat blijft staan en wat was slechts een hype? We zien nu dat de modebladen zwarte modellen gebruiken, dat er zwarte columnisten bijkomen, dat zwarte schrijvers en academici prijzen krijgen die ze allang hadden moeten hebben. Zwarte mensen krijgen posities bij culturele instellingen, die de potjes met geld weer weten te vinden. En ik ben daar heel blij mee, maar zitten die mensen er over een hele tijd ook nog of alleen nu omdat de tijdgeest en het geld meewerken? Het is ook hip en een verdienmodel, dus de instellingen koketteren nu met hun progressieve aanpak. Maar wordt het structureel?”

De beer is in elk geval los: zwart staat op de agenda. Wat is de weg voorwaarts?
“Witte mensen moeten nog vaker een spiegel voorgehouden krijgen. Daarom ben ik zo blij met boeken als Hallo Witte Mensen (van Anousha Nzume, red.) en Witte Onschuld (van Gloria Wekker, red.). Ik ben nu betrokken bij een project dat Hallo Witte Docenten gaat heten om leerkrachten bewust te maken van hun non-verbale communicatie met niet-witte leerlingen en het negatieve effect daarvan op hun schoolprestaties. Onderzoeken tonen aan dat docenten bij niet-witte leerlingen minder lang wachten op een antwoord dan bij witte leerlingen. Ze verwachten van hen geen goed antwoord, dus gaan ze snel door. Dat gaat onbewust. Dit zijn geen studies uit de Verenigde Staten, maar gewoon van de Radboud Universiteit in Nijmegen. De aannames van de docenten over niet-witte kinderen bleken bij toetsing niet te kloppen met de werkelijkheid. Wij willen docenten hier dus bewust van maken. En niet alleen witte docenten. Een Marokkaanse docente, die hiermee aan de slag ging, kwam erachter dat ze door haar opleiding ook is getraind te denken vanuit een wit denkraam. Ook zij bleek niet-witte leerlingen harder aan te pakken dan witte leerlingen. Die blinde vlek moet er echt uit.”

Wat zegt u tegen zwarte mensen die zeggen: ik ben moe van witte mensen opvoeden en ik wil investeren in zwarte mensen?
“Dat is begrijpelijk. Ook de vermoeidheid is nuttig want het beweegt je om tijd voor je jezelf te nemen. Het hoort er allemaal bij. Ik heb ook zo’n periode gehad. Ik vind dit een bijzondere tijd waarin al die bewegingen naast elkaar kunnen en moeten bestaan. Het is allemaal waardevol.”

Aspha Bijnaar
Aspha Bijnaar (1966) is directeur van stichting EducatieStudio en heeft publicaties, tentoonstellingen en lespakketten gemaakt over (erfgoed van) slavernij en de Tweede Wereldoorlog. Ze schreef Jacquelina. Slavin van Plantage Driesveld (2010), Nederlands eerste stripboek over een waargebeurd verhaal in slavernij. Haar voorstelling Rebelse Vrouwen, over vrouwenverzet tijdens de slavernij, toerde in 2013 door het land. Onlangs schreef en ontwikkelde ze Afrispectives, een lespakket over Afrika, haar diaspora, diversiteit en identiteit.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Seada Nourhussen

Hoofdredacteur

Seada Nourhussen (Gondar, Ethiopië 1978) is sinds februari 2018 hoofdredacteur van One World. Ook is ze columnist voor Trouw en …
Profielpagina

Advertentie

wca2018_600x500_oneworld