Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Veel Surinamers die vóór de jaren 80 zijn opgegroeid, zullen de verhalen van ouders en grootouders kennen: over hoe zij strafwerk moesten maken, of zelfs fysiek gestraft werden als ze hun moedertaal spraken. Zo vertelde mijn moeder me dat mijn opa een keer zo boos was op mijn tante omdat ze Sranantongo sprak, dat hij haar lippen met verf insmeerde.

Anno 2019 spreken talloze jongeren in Nederland, vaak onbewust, wel een woordje Sranantongo en is de taal in Suriname uit de taboesfeer gehaald. Het is daar de lingua franca, die met trots wordt gesproken en geschreven. Ook Surinaamse Nederlanders gaan mee in die ontwikkeling: kijk bijvoorbeeld naar de track en video Winti van de Surinaams-Rotterdamse hiphopartiest Winne, waarin hij in het Sranantongo en in het Nederlands rapt over een cultuur die tot in de jaren 70 nog wettelijk verboden was. Er is dus duidelijk sprake geweest van een culturele (r)evolutie, en die kwam er niet vanzelf.

Het ontstaan van Sranantongo

Na de verovering van fort Zeelandia in 1667 werd Suriname een Nederlandse kolonie met een lucratieve plantage-economie. Om gewassen als suiker, koffie en cacao te produceren werden mensen uit verschillende regio’s van met name West-Afrika slaaf gemaakt en naar Suriname vervoerd. Ze kwamen terecht in een gewelddadig koloniaal regime waarin ze gedwongen werden om onder mensonterende omstandigheden zware arbeid te verrichten. Op de plantages ontstonden onder deze druk nieuwe sociale relaties én een nieuwe ‘gecreoliseerde’ taal (een taal die ontstaat wanneer mensen met verschillende moedertalen met elkaar moeten communiceren): het Sranantongo.

Nederlands bleef de taal van de koloniale elite

Sommige woorden in het Sranantongo hebben een duidelijke relatie met andere talen: het woord mati (‘straattaal’: mattie), Sranantongo voor vriend, is afgeleid van het Engelse woord mateNefo (‘straattaal’: niffo) komt van neef, fesa (‘straattaal’: fissa) van festa, Portugees voor feest. Wagi (‘straattaal’: waggie) (auto) is afgeleid van het Nederlandse wagen en zo zijn er nog talloze woorden uit het Sranantongo die verwant zijn aan de andere talen waarmee de slaafgemaakten communiceerden, zoals de West-Afrikaanse talen Twi en Kikongo.

Sranantongo was vooral een spreektaal en werd de lingua franca onder de slaafgemaakten. Het Nederlands bleef ondertussen de taal van de koloniale elite. Duitse zendelingen waren de eersten die het Sranantongo op schrift stelden: zij vertaalden de Bijbel naar het Sranantongo en gaven les aan bekeerde slaafgemaakten in hun eigen taal. In 1783 werd zelfs het eerste Sranantongo woordenboek uitgebracht; het Neder-Engelsches Wörterbuch van C.I. Schurmann. De taal werd (en wordt nog steeds) ‘Negerengelsch’ genoemd.

Vijftien jaar eerder dan in Nederland en drie jaar na de eigenlijke afschaffing van de slavernij (slaafgemaakten moesten na 1863 nog tien jaar gedwongen doorwerken), werd in 1876 in Suriname de algemene leerplicht ingevoerd. Zo hoopte de koloniale overheid de recentelijk geëmancipeerde Surinamers beheersbaar te kunnen houden. In deze periode kwam het Sranantongo serieus onder druk te staan: het werd voor alle kinderen verplicht om onderwijs in het Nederlands te volgen en het spreken van Sranantongo werd sterk ontmoedigd. Wie toch zijn of haar moedertaal sprak, werd gezien als ‘vernegerd’ en ‘onbeschaafd’.

Van verboden pata naar populair street fashion-merk Patta

De documentaire Surinamers in Nederland, die in 1963 rondom honderd jaar afschaffing van de slavernij werd uitgezonden, vertelt wat er op 1 juli 1863 gebeurde. Er brak geen chaos uit, zoals door de plantagehouders werd gevreesd. Integendeel, slaafgemaakten gingen massaal naar de kerk om hun ‘dank aan de Heer’ en hun voormalige ‘eigenaren’ te betuigen. Daarnaast gingen velen naar de stad om pata’s te kopen. Schoenen. Tijdens de slavernij was het voor slaafgemaakten verboden om schoenen te kopen, dus een schoen was een symbool van vrijheid.

Des te interessanter is het dus dat vandaag de dag talloze jongeren rondlopen met kleding en schoenen van het populaire street fashion-merk Patta. Dit modebedrijf werd door de Surinaamse Nederlanders Guillaume Schmidt en Edson Sabajo uit liefde voor hiphop, fashion en ‘black culture’ opgezet, en ook veel witte jongeren dragen het merk. De kans dat al die jongeren de verborgen geschiedenis achter het woord kennen, is klein, als ik uitga van hoe weinig zij op school over dit deel van de geschiedenis leren.

IMG_5424 +10-15
Drukte voor street-fashion winkel Patta

Een culturele emancipatiebeweging

In de loop der tijd is het Sranantongo algemeen geaccepteerd geraakt, zowel in Nederland als in Suriname. Al in de jaren 40 kwam onderwijzer Julius Koenders met zijn krant Foetoe-boi al op voor het Sranantongo, en dat gedachtegoed werd in Nederland na de Tweede Wereldoorlog voortgezet in de culturele verengingen Wie Eegie Sani (WES, vertaald ‘Ons Eigen Ding’) en Ons Suriname (VOS).

Surinaamse studenten noemden Amsterdam ‘Damsko’, wat we nu nog horen in ‘straattaal’

WES ontstond in 1951 onder Surinaamse studenten en arbeiders die na oorlog in Nederland terechtkwamen. In Suriname leerden ze nog dat alles wat Nederlands was beter was, maar in Nederland ontdekten ze dat dit een koloniale leugen was. Ze gingen op zoek naar hun eigen identiteit en leerden hun eigen taal en cultuur te waarderen door in het Sranantongo poëzie, theater en stukken in hun eigen krant Wie Eegie Sani te schrijven. De stad Amsterdam noemden ze ‘Damsko’, iets wat we vandaag nog terughoren in ‘straattaal’.

Hiphop en de taal van de jongeren

Met de grote migratie van mensen uit Suriname, de voormalige Antillen, Turkije en Marokko vond vanaf de jaren 70 vooral in de grote steden opnieuw een grote culturele kruisbestuiving plaats – dit keer onder minder onderdrukkende omstandigheden.

De invloed van Surinaamse artiesten en kunstenaars in de kunst en cultuur, in het bijzonder in hiphop, komt tot uiting in de taal die jongeren onderling spreken. Het Jongerencollectief uit de Amsterdamse Bijlmer SMIB 1 publiceerde onlangs de tweede editie van hun Smibanese woordenboek, een boek waarin het collectief de ‘straattaal’ van nu heeft gedocumenteerd. Het boek is doorspekt met Sranantongo, de erfenis van een moeilijke emancipatiestrijd.

Culturele toe-eigening?

Dat het Sranantongo steeds breder gedeeld en geaccepteerd wordt is prachtig, maar soms is het ook wrang als artiesten die geen respect lijken te hebben voor de context waaruit deze cultuur is voortgekomen, Sranantongo gebruiken in hun werk. Zo kwam de Nederlandse artieste Famke Louise onder vuur te liggen omdat ze zich zwarte cultuur zou toe-eigenen. In het nummer Faka en de videoclip Op Me Monnie gebruikt ze woorden uit het Sranantongo en (haar kijk op) elementen uit zwarte esthetiek, door in een exotische toko met cornrows op haar hoofd flessen Fernandes leeg te gooien.

Als witte artiest flink geld verdienen aan hiphop terwijl je de systemen van racisme ontkent, is een schoolvoorbeeld van culturele toe-eigening

Toen Famke Louise in een interview in de Volkskrant kritische vragen over culturele toe-eigening en racisme kreeg, reageerde ze echter laconiek. ‘Er wordt echt te veel gezeurd. Hou je gewoon bezig met serieuze dingen.’ Als witte artiest flink geld verdienen aan hiphop, de Surinaamse cultuur en het Sranantongo terwijl je de systemen van racisme en onderdrukking ontkent of niet wil bespreken, is een schoolvoorbeeld van culturele toe-eigening én een klap in het gezicht van mensen die nog altijd met racisme worden geconfronteerd.

Sranantongo als motor van het activisme

Gelukkig hebben we afgelopen tijd ook gezien hoe er na de gewelddadige aanslag op een bijeenkomst van Kick Out Zwarte Piet vanuit de hiphopscene serieuze statements tegen racisme en ongelijkheid werden gemaakt. Kunstenaar Brian Elstak maakte een video voor de track Gunshots van hiphopgroep Zwart Licht waarin ze in tekst en beeld de dubbele standaard die voor zwarte mensen geldt, aankaarten. Rapper uit Amsterdam-Zuidoost met Surinaamse roots Chivv maakte na de aanslag het nummer Expose Zwarte Piet, waarin hij zich uitspreekt tegen de racistische karikatuur.

In een interview met de Volkskrant beklaagde Chivv zich over de dubbele maat die ook in de entertainmentsector geldt. Zijn ervaring heeft geleerd dat witte rappers eerder erkenning in mainstream media krijgen dan collega’s van kleur. Patta maakte na de aanslag op KOZP een speciaal T-shirt met de tekst ‘Blackface gets the gas face‘. De winst uit de verkoop wordt gedoneerd aan KOZP en de oprichters plaatsten een statement op hun blog. Bij Famke Louise bleef het stil.

Het Sranantongo heeft een lange weg afgelegd: van de Surinaamse plantages naar het Nederlandse straatleven, de muziek en de mode. Wie bekend is met het verleden waaruit de taal is ontstaan en de historie van ongelijkheid en onderdrukking, ziet ook hoe gevoelig het kan liggen om woorden uit het Sranantongo te gebruiken. De volgende keer als je iemand ‘patta’, ‘mattie’ of ‘niffo’ hoort meerappen, weet dan dat de woorden voortkomen uit een lange strijd van emancipatie en culturele (r)evolutie.

In de expositie ‘Vereniging Ons Suriname: 100 jaar emancipatie en strijd‘ in The Black Archives in Amsterdam is tot 29 maart 2020 te zien hoe de culturele- en taalbeweging onderdeel was van een bredere internationale antikoloniale strijd.

koalika-1576293_1920

Media zijn inconsequent als het gaat om kritiek op hiphop

Witte artiesten komen wél weg met seksisme en homofobie

49166811826_1ef4e1e934_o

Waar komt de Nederlandse obsessie met Bouterse vandaan?

Nina Jurna kijkt terug op het Decembermoordenproces.

  1. SMIB staat voor ‘BIMS’, zoals de Bijlmer in ‘straattaal’ wordt genoemd. Typisch voor de taal van de Bijlmer is het omdraaien van woorden. ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Mitchell

Mitchell Esajas

Mitchell Esajas is mede-oprichter van The Black Archives. Dit is een historisch archief waar mensen terecht kunnen voor inspirerende …
Profielpagina