Critici zingen requiem Wereldhandelsorganisatie

06-08-2006
Door: Gustavo Capdevila
Bron: IPS

Tegenstanders van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) die eerder al de mislukking van de onderhandelingen over de verdere liberalisering van de wereldhandel hadden voorspeld, maken zich sterk dat de organisatie achter die gesprekken het ook niet lang meer zal uitzingen.
 
"Ik heb de indruk dat de WTO dodelijk verwond is", zegt Walden Bello, professor Sociologie aan de Universiteit van de Filipijnen en directeur van Focus on the Global South, een niet-gouvernementele organisatie die zich toelegt op internationale ontwikkelingsproblemen. De WTO zag eerder ook al haar ministerconferenties in Seattle (1999) en Cancún (2003) de mist in gaan. "Het is erg moeilijk voor een instelling om dergelijke ontsporingen van haar beslissingsproces te overleven".
 
De zogenaamde Doharonde werd op 25 juli opgeschort nadat gesprekken tussen Australië, Brazilië, de VS, India, Japan en de EU om de onderhandelingen tussen de 149 lidstaten van de WTO weer vlot te trekken, niets hadden opgeleverd. Volgens Bello illustreert de manier waarop de zes landen de zaak in handen namen, dat de WTO "geen democratische organisatie is".
 
Donkere wolken hingen al boven de onderhandelingen bij de lancering in 2001 in Doha. De onoverbrugbare tegenstellingen tussen de industrielanden en de ontwikkelingslanden kwamen toen al naar boven. De critici van de WTO voorspelden vanaf het begin dat de ronde zou mislukken.
 
Hoe niet-gouvernementele organisaties nu reageren op de opschorting van de Doharonde, hangt af van de mate waarin ze tegen de WTO gekant zijn. "Oxfam vreest dat de crisis van het multilateralisme zich zal toespitsen, zegt Celine Charveriat, het hoofd van de 'make trade fair-campagne' van de organisatie.
 
Carin Smaller van het Amerikaanse Institute for Agriculture and Trade Policy (IATP), is er niet rouwig om dat het huidige internationale handelssysteem "in zijn voegen kraakt." "Het verwoest de levens van kleine boeren in alle ontwikkelingslanden, en levert kleinschalige landbouwers in de VS ook niets op".
 
In het zuiden klinken ook radicale standpunten. "Ik hoop dat de WTO in coma ligt met de dood als enige einde", zegt de Indonesische activist Henry Saragih van de internationale boerenorganisatie Vía Campesina.
 
Maar de Wereldhandelsorganisatie zal niet zomaar verdwijnen. De organisatie telt 635 werknemers en heeft een jaarbudget van 111 miljoen euro. De WTO blijft ook verantwoordelijk voor het beheer van de bestaande internationale handelsverdragen. Sommige onderdelen van de organisatie krijgen zelfs allicht meer werk. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn voor het mechanisme voor de slechting van handelsgeschillen.
 
Ook Bello gelooft dat de WTO gewoon zal doorgaan, "net als de Volkenbond bleef bestaan toen hij zijn werk niet meer deed". De voorloper van de Verenigde Naties werd opgericht in 1919 om de wereldvrede te bewaren, maar verloor in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog elke autoriteit. Toch werd de organisatie pas in 1946 formeel opgedoekt.
 
Volgens Bello moeten de ontwikkelingslanden nu streven naar het ongedaan maken van nadelige afspraken uit de Uruguay-ronde, de vorige onderhandelingsronde over handelsliberalisering. Die gesprekken leidden tot het ontstaan van de WTO en de opname van de handel in landbouwproducten in het internationale handelssysteem. Bello vindt onder meer dat de ontwikkelingslanden het akkoord over intellectuele eigendomsrechten die verband houden met handel moeten afzwakken of helemaal laten schrappen.
 
De Uruguayaan Alberto Villarreal, een medewerker van de milieuorganisatie Friends of the Earth, zegt dat de tijd gekomen is om na denken over alternatieve instellingen om de wereldhandel te bevorderen. Hij oordeelt dat de ontwikkelingslanden voor de VN moeten kiezen, en voor een organisatie "waar handelsbelangen niet op de eerste plaats komen." Volgens Villarreal is er een instelling nodig die het evenwicht kan bewaren tussen milieubescherming, sociale belangen en commerciële doelstellingen.
 
 

Reacties