Welkom in Bentiu, het paradijs van Zuid-Sudan

03-06-2015 Bron: OneWorld
Na drie hoosbuien is Bentiu PoC alweer een modderig geworden. Op de markt spring je via zandzakken de weg over. (Lotte van Elp / Mei 2015)
Na drie regenbuien is Bentiu een modderpoel en spring je via zandzakken de weg over. (Lotte van Elp ©)
"Hoe is het mogelijk dat mensen elkaar dit aandoen?" Journalist Lotte van Elp gelooft niet dat het conflict in Zuid-Sudan jou als OneWorld-lezer niets kan schelen. Een persoonlijk verslag uit het Bentiu-kamp.
Blog – 

“Welcome in Bentiu Paradise”, hoor ik in het opvangkamp op de VN-basis in Bentiu, Zuid-Sudan. Het is de Zuid-Soedanese versie van de ‘Almelo, altijd wat te doen’-grap. Na anderhalf jaar oorlog is het hier alles behalve paradijselijk. De noordelijke stad Bentiu bestaat niet meer. Zo‘n 53.000 mensen vluchtten en leven nu op dit VN-terrein, in een ‘Protection of Civilians’-kamp (PoC) dat nooit bedoeld was voor deze stroom mensen. Het is overvol en gebouwd op een moeras.

Er geldt een streng verbod op het houden van koeien in Bentiu PoC. Dat is nogal wat, want het leven van veel Zuid-Soedanesen draait om hun koeien. Koeien zijn nodig om te trouwen, koeien zijn het waard om voor te vechten. Als ik een lift van hulporganisatie IOM krijg in het kamp, trekt er in de snikhitte een slome kudde van zo’n vijftig koeien langs onze jeep. Een Spaanse hulpverlener zucht: “Zullen we gewoon doen alsof we dat niet zien?”

Tijdens het regenseizoen veranderde het kamp in een kolkend modderbad

'Een nachtmerrie'
Zelfs de doorgewinterde noodhulpverleners praten liever niet over wat ze vorig jaar zagen in het Bentiu-kamp. Tijdens het regenseizoen veranderde het kamp in een kolkend modderbad. “Moeders stonden dagenlang rechtop hun kinderen te wiegen. Het water kwam tot onze heupen.” – “Het was een groot open riool, ziektes verpreiden snel. Honderden kinderen stierven aan diarree: een nachtmerrie.”

Het volgende regenseizoen staat nu voor de deur. De eerste hoosbuien zijn al geweest. Hulporganisaties werken met man en macht aan kampuitbreiding en een betere waterafvoer. Maar die plannen hebben maanden vertraging opgelopen, mede door het alsmaar groeiend aantal ontheemden uit Bentiu en omstreken. Het is vooral hard hopen dat de regen nog even op zich laat wachten.  

De beerput van Zuid-Soedan
In de hoofdstad Juba lijkt het soms alsof die oorlog, de kleverige modder van Bentiu, niet bestaat. Misschien lijden de inwoners hier aan een ernstige vorm van normalcy bias. Dat is een foutje van je brein die je slecht nieuws, pijn of gevaar doet negeren. Waardoor je door blijft vergaderen als het rookalarm afgaat. Of je nog een keer omdraait als je een inbreker meent te horen. Je zou gelijk ik actie moeten komen, maar je hersens nemen je in de maling.  

Je kunt jezelf ook gemakkelijk voor de gek houden in zo’n grote stad. Het straatbeeld ziet er ongeveer hetzelfde uit als voor de burgeroorlog. Landcruisers en roekeloze motortaxi’s domineren het asfalt. Er zijn zowaar een paar verkeerslichten gekomen. Niets aan de hand, het zand klop je zo van je schoenen, het leven gaat door.

Het slagveld begint maar een uurtje vliegen bij Juba vandaan. Provincies zoals Unity State en Upper Nile zijn de beerput van Zuid-Soedan. Het regeringsleger van president Salva Kiir en de oppositie, de rebellen van de ex-vice president Riek Machar, vechten daar een krankzinnige strijd.

Steden zoals Bentiu en Malakal wisselen met regelmaat en bloedvergieten van hand en kant. Vredesonderhandelingen zitten muurvast en de economie is ingestort. Volgens de VN zijn zo'n 2 miljoen Zuid-Soedanesen door het geweld uit hun huizen gejaagd. Genoeg reden dus om als Jubanees met de handen in het haar te zitten.

Niks aan de hand, gewoon doorschrijven
Ik prijs mezelf gelukkig dat mijn normalcy bias werkt als ik op grote regenlaarzen door het kamp banjer. William woont in de PoC sinds april 2014. Hij studeerde Business Administration in de Ugandese hoofdstad Kampala en helpt met vertalen. We spreken uitgebreid met een groep vrouwen die buiten het kamp brandhout sprokkelt. Anders kunnen ze niet koken. Anders hebben hun kinderen honger. 

Ik schrijf de verhalen op. Ze zijn verkracht tijdens het hout zoeken. Onder schot gehouden. Nog een keer verkracht. Rennen, heel lang rennen. Hun dochters onderweg verloren. Geen idee waar hun mannen zijn gebleven.  Ik knik empatisch mee, niets aan de hand, gewoon doorschrijven.

Overlevingsinstinct
De oorlog in Zuid-Soedan is wat je noemt een vergeten conflict. Daarom kies ik mijn woorden hier zorgvuldig. Ik geloof namelijk niet dat het jou, OneWorld-lezer, niets kan schelen. Het is gewoon ver weg. Iets met Soedan en Zuid-Soedan, met stammen en veel olie in de grond. Dat bedoel ik zonder enig cynisme. Je kunt niet al het leed van de wereld op je schouders dragen.

Daarom laat ik details over verkrachtingen, dood en verderf nu voor wat ze zijn. Straks maakt je brein gekke kattensprongen en ben ik je aandacht kwijt. Alleen een reflex nog sterker dan de normalcy bias kan je dan nog raken: het overlevingsinstinct. Vlammen onder de kantoordeur, mes op je keel, bootvluchteling voor je neus.

Ik zag dat soms plotseling in Juba gebeuren. Als mensen woedend hun auto uitstormen nadat ze acht uren in de file staan voor bezine. De overheid is failliet en heeft geen dollars meer om benzine te importeren. Of zoals twee weken geleden. Toen was er nergens meer een fles drinkwater te krijgen. Door de economische crisis zijn bedrijven die ze vullen vertrokken. Blinde paniek, hotels verkochten hun laatste voorraad met flinke winst. Dan sluipt de oorlog zo opeens je dag binnen.

Het is gewoon ver weg. Iets met Soedan en Zuid-Soedan, met stammen en veel olie in de grond

William
Maar liever vertel ik je nog iets meer over William. Terwijl ik nog wat foto’s van de groep vrouwen nam, stopte hij opeens met vertalen. “Ik kom niet op het Engelse woord”, stamelde hij. Zijn blik naar beneden. “Geef me even de tijd, ik kom er zo wel op”. Maar hij kwam er niet meer op. Toen we verder liepen, al afscheid hadden genomen van de vrouwen, vertelde William: “Straks moet ik huilen. Dit zijn mijn mensen, mijn land. Ik kan die lange rij voor de ingang van het kamp gewoon niet aanzien. Wat is er toch in godsnaam aan de hand, ik begrijp het niet.”

Ik heb geen idee hoe het moet zijn om in een moeras in Bentiu te worden verkracht. Hoe je dan uberhaupt je dag nog doorkomt. Maar iets in die wanhoopskreet, dat onbegrip van William, herkende ik wel. En met die herkenning kwam zijn verhaal harder binnen dan de gruwelijke interviews. Inderdaad zeg, wat ís dit voor plek. Wat gebeurt hier toch, hoe is het mogelijk dat mensen elkaar dit aandoen. Ik begrijp het ook niet, het gaat al mijn verstand te boven. 

Eenmaal terug in de IOM-jeep blijven we naar de kudde koeien straren. “Koeien?”, zeg ik. “Niets gezien. Its just another day in Bentiu Paradise”.

Dit gezin is net aangekomen in Bentiu PoC. Na een nieuw legeroffensief die eind april begon, komen er iedere dag bijna 800 nieuwe mensen aan in het kamp. (Foto: Lotte van Elp, mei 2015) Dit gezin is net aangekomen in Bentiu PoC. Na een nieuw legeroffensief dat eind april begon, komen er iedere dag bijna 800 nieuwe mensen aan in het kamp. (Foto: Lotte van Elp, mei 2015)

Lotte van Elp

Lotte van Elp is journalist en schrijft voor ontwikkelingsorganisatie Cordaid.

Lees meer van deze auteur >

Reacties