Waarom ons oorlogsrecht Boko Haram en IS niet stopt

21-04-2015
Door: Eva Huson
Bron: OneWorld
IS-strijders in Libië. Foto: Reuters/Stringer (c)
Donderdag informeert minister Koenders (Buitenlandse Zaken) de Tweede Kamer over hoe Nederland terreurgroep Boko Haram in Nigeria probeert te bestrijden. OneWorld Crisis vraagt zich af: kunnen we terreurgroepen niet tot halt roepen met het humanitair oorlogsrecht? Robert Heinsch, universitair hoofdocent Internationaal Recht, legt het uit.
Interview – 

Wat is humanitair oorlogsrecht?
Heinsch: “Humanitair oorlogsrecht is het internationaal recht dat gaat over oorlogsvoering. Het beoogt iets dat voor veel mensen onmogelijk lijkt: oorlogen humaan maken. Maar ook al vallen er bommen en schieten geweren, we hebben internationaal met elkaar afgesproken dat zelfs in oorlog niet alles is toegestaan. Belangrijk onderdeel van humanitaire oorlogsrecht is de bescherming van niet strijdende personen, zoals de burgerbevolking, hulpverleners en krijgsgevangen. Daarnaast verbiedt oorlogsrecht bepaalde wapens en methodes. Je mag bijvoorbeeld geen gifgas gebruiken en alleen militaire doelwitten aanvallen. Oorlogsrecht zoekt dus een balans tussen het militair noodzakelijke en het beperken van humanitaire gevolgen van de strijd.”

Wie is Robert Heinsch? Dr. Robert Heinsch werkt als universitair hoofddocent voor het Grotius Centre for International Legal Studies van de Universiteit Leiden. Eerder heeft hij als Legal Officer gewerkt voor de vicepresident van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag en was hij juridisch adviseur bij het Duitse Rode Kruis.  


Sinds wanneer bestaat humanitair oorlogsrecht?
“Zowel oorlogsvoering als de regels erover zijn zo oud als de mensheid. Eerst bestonden de regels vooral als ongeschreven gewoonterecht, maar later hebben landen de regels op papier, in de vorm van verdragen, vastgesteld. De verdragen van Genève vormen de basis van ons moderne humanitair oorlogsrecht. De eerste overeenkomst werd ruim 150 jaar geleden, in 1864, opgesteld. De huidige versie, een pakket van vier verdragen, dateert uit 1949. In 1977 zijn daar nog twee extra protocollen bijgekomen, met wetgeving die onder andere is toegespitst interne conflicten. De regels voor internationale conflicten, het gros van de wetten, en interne conflicten is niet hetzelfde. Burgers genieten meer gedetailleerde bescherming onder de wetgeving voor internationale conflicten dan de regels voor interne conflicten.” 

Kun je een terreurorganisatie als IS of Boko Haram tegenhouden met humanitair oorlogsrecht?
“Om die vraag te beantwoorden moet je allereerst kijken of het humanitair oorlogsrecht van toepassing is. Hebben we het hier over een gewapend conflict zoals gedefinieerd in de verdragen? 

Oorlogsrecht zoekt een balans tussen het militair noodzakelijke en het beperken van humanitaire gevolgen van de strijd

Dat toets je door te kijken of de strijd voldoet aan bepaalde kwalificaties. Voor een ‘internationaal gewapend conflict’ heb je namelijk minsterns twee staten nodig die het tegen elkaar opnemen. In het geval van Boko Haram en IS kijken we daarom naar de wetgeving voor de categorie ‘intern gewapend conflict’. 

Om van een intern gewapend conflict te spreken, heb je aan de ene zijde een georganiseerde strijdkracht nodig, en aan de andere zijde regeringstroepen of nog een georganiseerde strijdkracht. Of je een groepering kunt beschouwen als strijdkracht hangt weer af van verschillende criteria. Je kijkt bijvoorbeeld naar de mate waarin zo’n groep georganiseerd is. Dat moet vergelijkbaar zijn met de hiërarchische structuur van een normaal leger, inclusief een verantwoordelijke bevelhebber. Daarnaast kijk je naar de duur en intensiteit van het geweld. Een terroristische aanslag is volgens het oorlogsrecht meestal geen intern gewapend conflict: het is een eenmalig incident dat, ondanks het soms hoge dodenaantal, de voortdurende intensiteit van oorlog mist.”

En, is het oorlogsrecht van toepassing op IS en Boko Haram?
“Dat hangt ervan af of ze handelen als strijdende partij binnen een intern gewapend conflict. Of dat het geval is, moet je per geval bekijken. Wat is de duur en intensiteit van het conflict en kun je de groepering beschouwen als en georganiseerde gewapende groep? Meestal schieten terreur groeperingen tekort in hun organisatiestructuur, maar IS en Boko Haram lijken beide voldoende organisatiestructuur te bezitten.

IS en Boko Haram vinden oorlogsrecht een westers concept waar ze simpelweg niet aan mee willen doen

Wat deze vraag echter moeilijker maakt: humanitair oorlogsrecht gaat uit van een bepaalde wederkerigheid. De strijdende partijen houden zich misschien niet altijd al de oorlogswetten, maar ze respecteren het recht an sich wel. Dat geldt blijkbaar niet voor IS en Boko Haram. Vanaf het begin van hun strijd plaatsen ze zich buiten het internationale systeem. Oorlogsrecht is volgens hen een westers concept waar ze simpelweg niet aan meedoen. In tegenstelling tot andere groeperingen, neemt IS niet eens de moeite om gruwelijke acties te verdedigen met rechtelijke taal. In tegendeel, het afschrijven van het internationale systeem is een wezenlijk onderdeel van hun ideologie en tactiek. Videobeelden van hun schendingen van het oorlogsrecht, zoals martelen en het doden van burgers, zenden ze daarom maar wat graag de wereld.”

Kunnen we Boko Haram en IS niet dwingen om toch mee te doen?
“Het Internationale Rode Kruis (ICRC) reist vaak af naar brandhaarden om daar met gewapende groepen over oorlogsrecht te praten. Met name groeperingen die strijden tegen de overheid of voor onafhankelijkheid, kun je overtuigen het oorlogsrecht te handhaven omdat ze zo internationale erkenning krijgen en hun eigen strijders en bevolking kunnen beschermen. Maar in het geval van deze twee terreur groepen lijkt praten niet te werken. Zoals gezegd, hun strijd tegen het internationaal systeem is een wezenlijk onderdeel van hun identiteit.

IS doet niet eens moeite om gruwelijke acties te verdedigen met rechtelijke taal

Wat we daarom nodig hebben, is een hulpmiddel dat hen corrigeert. Zie het als een voetbalspel, waarbij één team niet volgens de regels speelt. Ze komen het veld op met veertien spelers en vijf ballen. Je kunt dan simpelweg niet spelen totdat een externe partij, de scheids of voetbalbond, hen corrigeert. Dat is lastig bij internationaal recht. Als een groepering het recht volledig afschrijft, kun je hen niet corrigeren. Dan heb je een internationale politie nodig die dat doet.”

Een internationale politiemacht?
“We hebben een beter systeem nodig dat schendingen van humanitair oorlogsrecht probeert te voorkomen. Het Internationale Strafhof in Den Haag kan mensen berechten voor oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide, maar er is geen politie die de misdadigers arresteert. Hetzelfde geldt voor de blauwhelmen van de Verenigde Naties (VN). Die kunnen met een minimaal mandaat de vrede handhaven, maar ze kunnen geen partijen dwingen om zich aan het oorlogsrecht te houden. Wel kunnen we via de VN-Veiligheidsraad nationale troepen of een bondgenootschap toestemming geven zich in een conflict te mengen. Dat systeem is er, maar zoals de situatie in Syrië pijnlijk laat zien, politieke aspecten verhinderen het gebruik ervan.”

En, hoe zit het met Koenders bestrijdingsplannen?
Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) veroordeelde het buitensporige geweld van Boko Haram eerder in een brief aan de Tweede Kamer. Daarin pleit hij voor s

teviger verzet tegen de terreurbeweging. Nederland is dan ook tevreden met het initiatief van de Afrikaanse Unie om een regionale troepemacht  van 7500 militairen op te tuigen om de bedreiging gezamenlijk aan te pakken. Meer weten? Lees dan hier Koenders brief over Boko Haram, of volg donderdag het Tweede Kamer-debat.

De VN-Veiligheidsraad lijkt voorlopig geen toestemming te geven voor zo’n interventie. Waarom zouden landen wel instemmen met een internationale politiemacht? 
“We hebben nog een lange weg te gaan. Misschien dat het probleem met groepen als IS zo uit de hand loopt, dat landen worden gedwongen om het internationale systeem te veranderen. Dat zag je ook na de Tweede Wereldoorlog toen de wereld zo in puin lag dat landen niet anders konden dan over de regels en grenzen van oorlogsvoering na te denken. 
                Maar liever dan dat hoop ik dat het maatschappelijk middenveld tijdig een verschil kan maken. Net zoals niet-statelijke partijen tegenwoordig een grotere rol in conflicten spelen, zie je ook dat NGO’s, internationale organisaties en individuen zich steeds meer mengen in de totstandkoming van recht. Nog steeds zijn het landen die internationale wetten maken, maar het zou mooi zijn als wie die monopoly uiteindelijk kunnen doorbreken. Maar ook daarvoor geldt: er is nog een lange weg te gaan.” 

Eva Huson

Eva Huson is freelance journalist en schrijft over crises, hulp en migratie. 

Lees meer van deze auteur >

Reacties