Vluchtelingenopvang: wat kunnen we leren van Syrië en Uganda?

13-06-2016 Bron: OneWorld
Vluchtelingenopvang: wat kunnen we leren van Syrië en Uganda?
Hoe ontvangen landen buiten Europa vluchtelingen en andere migranten? En wat kunnen we daarvan leren? Zwaan Lakmaker doet verslag namens de Asielzoekmachine en neemt je mee naar onze verre buren: Uganda, China, en Syrië. Syrië? Ja, Syrië.
Event – 

1. Uganda 
Uganda herbergt meer dan een half miljoen vluchtelingen, vooral uit buurlanden Zuid-Sudan en Congo. Dit aantal stijgt snel. Toch vind je in Uganda geen mega-kampen zoals in Kenia: vluchtelingen wonen vrij en verspreid door het land. In plaats van een uitkering, krijg je in Uganda werk. Op het platteland kun je als vluchteling terecht in speciale nederzettingen, met een stuk land in bruikleen voor landbouw. En in de stad kan men, net als Ugandezen, een eigen zaakje beginnen.

Het Ugandese vluchtelingenbeleid is ontzettend vernieuwend, zegt Naohiko Omata van het Refugee Studies Centre (Oxford): "Het zijn geen slachtoffers die hun hand moeten ophouden, het zijn bewust handelende mensen die een waardevolle bijdrage leveren aan de economie. En kan iemand door oorlogstrauma's of fysieke beperkingen niet voor zijn eigen hachje zorgen? Daar is UNHCR, de VN-Vluchtelingenorganisatie, voor."

2. China 
Een vreemde eend in de bijt. China vangt nauwelijks vluchtelingen op (op etnisch Chinezen uit andere Aziatische landen na), maar telt wel vele arbeidsmigranten uit Afrika en het Midden-Oosten. Opvallend is dat voor hen dezelfde regels gelden als voor Chinese migranten die van het platteland naar de stad trekken: op een sociaal vangnet hoef je in je nieuwe 'thuis' niet te rekenen. Maar het precieze beleid verschilt per regio. Hoewel er sinds 2012 een nieuwe visummogelijkheid bestaat voor hoogopgeleide arbeidsmigranten, worden visa ad hoc verstrekt, zonder algemeen geldende selectie-criteria. Ben je eenmaal binnen, dan kun je gewoon werken. Maar naar Chinees staatsburgerschap kun je fluiten: de overheid houdt geen rekening met permanente migratie. Hoe moet het dan als migranten toch willen blijven en er een tweede generatie ontstaat? Zelfs als je in China bent geboren met een Chinese vader of moeder, een paspoort krijg je niet: béide ouders moeten Chinees zijn. Wat betreft werkgelegenheid China flexibel, maar het handelt alleen uit economisch eigenbelang. Professor Frank Pieke (Universiteit Leiden) vat het samen: "Het is eigenlijk gewoon racistisch."

Wat betreft werkgelegenheid China flexibel, maar het handelt alleen uit economisch eigenbelang

3. Syrië  
Voor het uitbreken van de oorlog bood Syrië opvang aan tienduizenden Palestijnen, van wie een groot deel daar is geboren. Maar ook veel van hen zijn inmiddels gevlucht. De in 2013 naar Nederland gevluchte Aiham al Saadi vertelt: “Bij aankomst in Nederland kreeg ik het stempel ‘staatloos’. Daarmee zat ik in de problemen, want ik kon niet als Syrische vluchteling geregistreerd worden. "Een Syrisch paspoort heb ik nooit gehad, ook al is zelfs mijn vader al in Syrië geboren." Al Saadi en zijn familie mochten in Syrië wel werken, en land en een huis bezitten, maar niet tevéél bezit hebben. Stemmen kon ook niet. Of naar het buitenland reizen: hij moest de Syrische grens over vluchten met een duur neppaspoort. Ook al was hij een derde-generatie-migrant, Al Saadi is altijd een tweederangs-inwoner van de Syrische samenleving gebleven en houdt vast aan zijn Palestijnse wortels. "Ik woonde dan wel mijn hele leven in Syrië, maar Syriër ben ik niet." Leerpunt: als je als samenleving integratie hoog in het vaandel hebt staan, kun je groepen niet generaties lang het staatsburgerschap onthouden.

Asielzoekmachine Via brainstormsessies in het hele land, tentoonstellingen en een webdocumentaire onderzoekt de Asielzoekmachine ons asielbeleid. Hoe werkt het en hoe willen we dat het werkt?

Zwaan Lakmaker

Antropologist, sociologist en journalist.

Lees meer van deze auteur >

Reacties