Van kindsoldaat bij Kony tot muzikale bron van hoop

29-12-2016 Bron: OneWorld
Foto: Wikimedia
Begin deze maand startte bij het Internationaal Strafhof het proces tegen Dominic Ongwen. Hij groeide uit van kindsoldaat tot topcommandant van het Oegandese rebellenleger ‘the Lord’s Resistance Army’ (de LRA). In tegenstelling tot Ongwen, besloot voormalig kindsoldaat Obina Charles om het rebellenleger te ontvluchten en geweld definitief af te zweren.
Reportage – 

Ik sta te wachten op een kruispunt in een buitenwijk van Kampala. Ik kijk voor me naar de onverharde weg waarop ik blootvoetse kinderen zie rondrennen en kippen door hopen afval zie scharrelen. Vrouwen met gekleurde, lange rokken roosteren maiskolven op kolenvuurtjes, die zij vanachter houten kraampjes proberen te verkopen. Naast mij zitten vier mannen op lege kratten. Ze spelen een kaartspel. Ik ben pas een paar dagen geleden aangekomen in Oeganda en ik moet nog even wennen aan het straatbeeld van de chaotische hoofdstad van het land.

Een kwartier later komt hij eindelijk aangelopen. Een lange jongen met een vriendelijke lach op zijn gezicht stelt zich aan mij voor. “Hallo ik ben Obina Charles, welkom in Oeganda”. Zijn witte tanden steken fel af tegen zijn donkerbruine huid. “Sorry ik moest nog even douchen”, verontschuldigt hij zich. Gelukkig was ik er al van op de hoogte dat ze het in Oeganda niet zo nauw nemen met de tijd. De rest van de middag leidt Charles mij rond door de wijk en nodigt mij uit in zijn huis. In dit kleine, donkere vertrek vertelt hij mij voor het eerst over zijn leven. Hij komt op mij over als een vriendelijke en praatgrage jongen.

Ontvoerd als zevenjarige

De reden van mijn verblijf in Oeganda, is dat ik onderzoek ga doen naar het reïntegratieproces van voormalig kindsoldaten van het rebellenleger the Lord’s Resistance Army (de LRA). Charles zou spoedig één van de belangrijkste informanten van mijn onderzoek worden. Charles, inmiddels 24 jaar oud, werd op zevenjarige leeftijd ontvoerd door rebellen van de LRA. Sindsdien behoort hij tot één van de minimaal 25.000 kinderen die in de loop van het twintig jaar durende conflict in de noordelijke provincies van Oeganda voor het rebellenleger heeft gediend. Onder dwang, dat wel. In eerste instantie moest Charles materialen dragen tijdens de vele, lange tochten door het woud en na afloop eten bereiden voor de commandanten. Uiteindelijk werd hij geschikt bevonden om te vechten. Na een korte trainingsperiode zou hij, met zijn zware AK47 geweer achter zich aan gesleept, zijn resterende tijd bij de LRA als soldaat doorbrengen.

Charles en ik bezoeken alle plekken in Oeganda die een belangrijke rol in zijn leven spelen. De meeste tijd brengen wij door in Pader, een district in het noorden van het land waar hij oorspronkelijk vandaan komt. Hij neemt mij mee in zijn levensverhaal, dat voor de meeste inwoners van de noordelijke provincies van Oeganda zo herkenbaar is. Ik ben in het voormalig oorlogsgebied zelden iemand tegengekomen wiens (familie)geschiedenis op geen enkele wijze raakvlakken heeft met die van Charles en zijn familie.

Charles is geboren in 1992, in een klein dorpje in de buurt van het handelsplaatsje Opota. Het was toen al oorlog. Hij woonde daar met zijn ouders, zijn broertjes Bosco en Opio, zijn zusje Rose en het gezin van de tweede vrouw van zijn vader. Het waren spannende tijden. Wanneer de LRA rebellen in de omgeving gesignaleerd werden, moesten Charles en de andere kinderen zich in het woud verschuilen. In het dorpje blijven was dan te gevaarlijk. Als klein jongetje dacht hij dat dit normaal was en dat elk mens weleens de nacht doorbracht in de wildernis. Ondanks deze voorzorgsmaatregelen liep Charles op een zonnige dag in 1999, vlakbij zijn dorp, in een hinderlaag van de rebellen. Hij zou de aankomende twee jaar zijn familie niet terugzien.

Muzikaal talent

Al gauw kom ik erachter dat muziek tegenwoordig een centrale rol speelt in het leven van Charles. Hij benadrukt regelmatig dat zijn leven zonder zijn gitaar en Adungu – een traditioneel muziekinstrument dat wellicht het beste vergeleken kan worden met een harp – weinig voor zou stellen. Vanwege zijn muzikale talent kwam Charles na afloop van de oorlog in Kampala terecht, ruim 400 kilometer verwijderd van zijn geboortedorp in het voormalig oorlogsgebied. Hier maakt hij sindsdien deel uit van een culturele groep, gespecialiseerd in het uitvoeren van traditionele dansen van verschillende Oegandese bevolkingsgroepen. Ze verzorgen optredens op bruiloften, in luxe hotels en onlangs zelfs voor hun president en zijn entourage. Charles schrijft ook zijn eigen nummers die stuk voor stuk betrekking hebben op zijn oorlogsverleden. Hij hoopt niet alleen door te breken als muzikant, het is voor hem ook een manier om op constructieve wijze om te gaan met zijn herinneringen.

still documentaire joseph kony

Over zijn verblijf bij de LRA, laat Charles weinig los. Hij treedt liever niet in detail over wat hij toen allemaal heeft meegemaakt. Wel vertelt hij in algemene zin over het buitensporige geweld waarmee het rebellenleger twee decennia lang de burgerbevolking terroriseerde. De LRA werd opgericht door de nog altijd voortvluchtige Joseph Kony, nadat president Museveni in 1986 aan de macht kwam. Zijn oorspronkelijke doel was het omverwerpen van het nieuwe regime. De LRA keerde zich echter spoedig tegen de bevolkingsgroepen woonachtig in de noordelijke provincies van het land. Kony, zelf ook afkomstig uit het noorden, vond dat zij hem te weinig steun verleenden in zijn strijd tegen Museveni. De LRA werd berucht vanwege het ontvoeren van kinderen die werden gedwongen om te vechten tegen het regime, maar vooral om de meest ondenkbare misdaden tegen hun eigen bevolkingsgroepen te begaan. Wie bevelen niet opvolgde, kon rekenen op zware straffen. Net zoals de meeste voormalig kindsoldaten, werd Charles op deze manier zowel dader als slachtoffer van extreem geweld.

Voordat ik met Charles naar Pader afreis, breng ik eerst een bezoek aan Gulu, een stad in het noorden van Oeganda waar het merendeel van de hulporganisaties is gevestigd. Hier spreek ik met Patrick Otim, werkzaam bij de lokale mensenrechtenorganisatie the Refugee Law Project. Hij vertelt mij over een incident dat in oktober 2002 in Opota plaatsvond. De LRA heeft daar destijds een bloedbad aangericht waarbij de slachtoffers op zo’n gewelddadige wijze om het leven zijn gebracht, dat er op de plek des onheils tegenwoordig één van de zeldzame oorlogsmonumenten staat. De details van wat zich hier heeft afgespeeld hoor ik voor het eerst, maar ik realiseer me dat Charles mij in Kampala ook over dit incident heeft verteld.

Ontsnapping uit LRA

We zijn in Opota waar Charles en ik zojuist vanaf zijn geboortedorp naartoe zijn gelopen. We nemen plaats bij een winkeltje waar wij een cola bestellen. Tegenover ons, aan de andere kant van de weg, staat het oorlogsmonument. Op het gedenkteken zijn de namen van 28 burgerslachtoffers weergegeven. Het is een bijzondere plek voor Charles. De namen van zijn ouders zijn er ook op terug te vinden. We drinken langzaam onze cola op. De anders zo spraakzame Charles zegt weinig.

Terwijl zijn collega's hun orders uitvoerden, legde Charles zijn geweer neer en zette het op een rennen

Charles ontsnapte in 2001 uit de handen van de LRA toen hij op een dag met een aantal rebellen op pad werd gestuurd om een nabij gelegen dorpje te plunderen. Terwijl zijn collega’s overgingen tot het uitvoeren van hun orders, zag Charles kans om zijn geweer neer te leggen en het op een rennen te zetten. Hij keerde terug naar zijn geboortedorp, maar lang zou hij daar niet blijven. Zijn ouders besloten dat hij beter af was in een vluchtelingenkamp. Het merendeel van zijn familie verbleef daar al, net als de meeste inwoners uit de omgeving. Het was in de tijd dat de regering, al is dit nooit officieel erkend, de burgerbevolking dwong om naar vluchtelingenkampen te trekken. Het overheidsleger, de UPDF, hoopte zo meer controle te krijgen over de rebellen die het gebied domineerden. Deze tactiek, in combinatie met een grote angst voor de LRA onder de bevolking, had een grote vluchtelingenstroom tot gevolg. Volgens Human Rights Watch waren er aan het eind van het conflict 1,9 miljoen mensen ontheemd, waarvan ongeveer 1,1 miljoen vluchtelingen afkomstig waren uit de zwaarst getroffen districten Gulu, Kitgum and Pader. Dit aantal stond gelijk aan 90 tot 95 procent van de totale populatie van deze gebieden.

Charles vertrok zonder zijn ouders naar het vluchtelingenkamp. Zij bleven achter in het dorp, om voedsel te verbouwen op het land en om hun eigendommen te beschermen tegen plunderingen van de LRA. De vader van Charles, die in het verleden soldaat was geweest, zag het als zijn plicht om te waken over de familiebezittingen. Maar hij was niet opgewassen tegen de rebellen die op een dag zijn dorp binnendrongen. Zij hadden vernomen dat zich in de nabije omgeving iemand schuilhield die voornemens was om tegen het rebellenleger te vechten. Uit wraak werden de ouders van Charles, samen met 26 anderen, uit hun huisjes gejaagd en afgevoerd naar de plek in Opota waar nu het oorlogsmonument staat. Zij werden om het leven gebracht door hetzelfde rebellenleger waar Charles kort daarvoor nog deel van had uitgemaakt.

Terug naar het vluchtelingenkamp

Na ons bezoek aan het monument lopen we terug naar Charles’ geboortedorp. Ik neem de prachtige omgeving in me op terwijl we over een smal zandpad onze weg vervolgen. Ik kijk uit over de uitgestrekte velden waarop hier en daar wat mensen hun land bewerken. In de verte zie ik de puntige rieten daken van de ronde hutjes die zo kenmerkend zijn voor deze omgeving. Charles merkt op dat zijn ouders destijds via dit pad moeten zijn afgevoerd. Een andere, logische route vanaf het dorp naar Opota, is er volgens hem niet.

De volgende dag brengen we een bezoek aan de stad Patongo, waar tijdens de oorlog één van de grootste vluchtelingenkampen uit de regio was gelegen. We worden vergezeld door Aldo, de halfbroer van Charles die tegenwoordig deel uitmaakt van het lokale bestuur. Hij licht toe dat sommige vluchtelingen zich hier na de oorlog permanent hebben gevestigd. Daarom is een deel van het voormalig vluchtelingenkamp nog steeds intact. Langzaam lopen we langs de hutjes die hier, in tegenstelling tot in de dorpen, in groten getale vlak naast elkaar zijn gebouwd. Even verderop staan twee witte, inmiddels vervallen, toilethokjes. Ze zijn niet langer in gebruik maar ze doen de inwoners van Patongo nog elke dag herinneren aan de tijd dat zij hier als vluchteling rondliepen, aldus Aldo.

Charles bracht ruim vier jaar van zijn leven door in het kamp, waarvan destijds werd aangenomen dat het aan ongeveer 60.000 vluchtelingen onderdak bood. We lopen naar het onderkomen waar Charles destijds met Aldo en zijn andere (half)broers en -zussen verbleef. Het leven was hier niet gemakkelijk, vertelt Charles terwijl hij een kijkje neemt in het restant van het kleine stenen huisje waarvan het dak inmiddels ontbreekt. Mensen verbleven vaak jarenlang in het overvolle kamp, terwijl er nauwelijks wat te doen was. Het kamp werd regelmatig aangevallen door de rebellen en zelfs de overheidssoldaten, die verantwoordelijk waren voor de bescherming van de vluchtelingen, gingen in de praktijk geregeld over tot gewelddadigheden.

Desondanks was Charles blij om met zijn familie te zijn herenigd. Dat hij de afgelopen twee jaar als kindsoldaat voor de LRA had gediend, daar werd weinig over gesproken. Iedereen wist voor welke gruwelijkheden de LRA verantwoordelijk was, maar zijn familie besefte ook dat Charles zich niet vrijwillig bij het rebellenleger had aangesloten. Ze vonden het daarom beter om niet te veel te praten over wat hij daar allemaal had meegemaakt. Hij kon het verleden beter laten rusten, zo werd hem verteld. Charles deed daarom vooral zijn best om zich weer als een goede jongen te gedragen en om geen problemen te veroorzaken.

Zwijgen over verleden

We vervolgen onze weg naar de Patongo Primary School, de basisschool waar Charles les kreeg tijdens zijn verblijf in het kamp. Hij heeft goede herinneringen aan deze plek. Bij de LRA kon hij geen onderwijs volgen, dus hij was dolblij dat hij weer terug naar school kon. Toch heeft hij het hier ook weleens moeilijk gehad. Sommige klasgenoten waren op de hoogte van zijn verleden bij de LRA, waardoor zij soms bang voor hem waren of hem uitmaakten voor rebel. Ook de volwassenen in het kamp benaderden hem weleens vijandig, want als voormalig kindsoldaat deed Charles hen herinneren aan al het leed dat het rebellenleger had veroorzaakt. Charles hield zich altijd stil wanneer iemand hem aansprak op zijn gewelddadige verleden en hij deed zijn best om ruzie met zijn klasgenoten te voorkomen. Hij had zich na zijn terugkeer van de LRA, net zoals de meeste voormalig kindsoldaten, stellig voorgenomen om nooit meer tot geweld over te gaan.

Terugkijkend op zijn verblijf bij de LRA kan charles nauwelijks bevatten dat hij zoveel geweld gebruikte

Wanneer Charles nu terugkijkt op zijn verblijf bij de LRA, kan hij nauwelijks bevatten dat kinderen destijds in staat waren om zoveel geweld te gebruiken. Ok, zij werden daartoe gedwongen maar Charles heeft ook ervaren dat sommige rebellen, naarmate zij langer bij de LRA verbleven, daadwerkelijk gingen geloven in de noodzaak van al het geweld. Charles denkt dat dit misschien te maken heeft met de inwijdingsrituelen die hij en de andere kindsoldaten na hun ontvoering ondergingen. Zo kreeg Charles magisch water over zich heen gesprenkeld, wat hem zou beschermen tegen de kogels van de vijand. Hij hoefde dus niet bang te zijn om te vechten, bepleitte zijn commandant. Ook zou het magische water hem zijn familie doen vergeten. Voortaan zou de LRA zijn familie zijn. Nadat Charles als negen jarig jongetje van het rebellenleger was ontsnapt, dacht hij dat het magische water misschien zijn kracht had verloren en dat hij daarom had willen terugkeren naar zijn echte familie.

Manipulatie door commandanten

Nu Charles volwassen is, beseft hij dat hij niet alleen gedwongen, maar ook gemanipuleerd werd door de commandanten. Maar waarom deze volwassen mannen hem en de overige kindsoldaten aanspoorden tot geweldspleging tegen hun eigen bevolkingsgroepen, dat zal hij nooit begrijpen. Daarom vindt Charles het terecht dat het Internationaal Strafhof een proces is gestart tegen LRA- topcommandant Dominic Ongwen. Dat Ongwen zelf ook op minderjarige leeftijd werd ontvoerd en werd gedwongen om tot geweld over te gaan, vindt Charles geen excuus voor de beslissingen die hij in zijn volwassen jaren heeft genomen. Ongwen had er immers ook voor kunnen kiezen om, net zoals de meeste kindsoldaten, van de LRA te ontsnappen en terug naar huis te keren. In plaats daarvan koos hij ervoor om zich op te werken bij het rebellenleger, ten koste van alle slachtoffers die onder zijn gezag in de handen van de LRA vielen. Ongwen verdient het daarom om gestraft te worden, aldus Charles.

We staan op de onverharde weg voor het schoolgebouw. We observeren de leerlingen die voor ons op het grasveld in hun blauwwitte uniformen lachend achter elkaar aanrennen. Charles merkt op dat hij zijn bestaan als muzikant eigenlijk aan deze plek te danken heeft. In 2005 nam de school deel aan een nationale muziekcompetitie in Kampala en Charles werd geselecteerd om mee te gaan. Daar in de grote stad zou hij voor het eerst in zijn leven kennis maken met een wereld die geen oorlog kende. In het noorden van het land was de vrede nog altijd niet teruggekeerd; de wapenstilstand tussen de LRA en de UPDF, die definitief een einde aan het conflict zou maken, werd pas in augustus 2006 afgekondigd.

Tijdens de muziekcompetitie bleef Charles’ talent niet onopgemerkt. Na afloop kreeg hij het aanbod om toe te treden tot de culturele dansgroep, waar hij tot op heden deel van uit maakt. Een jaar na de oorlog, in 2007, vertrok Charles definitief naar Kampala. Hij was toen 15 jaar oud. In het begin voelde Charles zich eenzaam in de grote stad. Het leven was er heel anders dan alles wat hij tot dan toe gekend had. De inwoners van Kampala hadden de oorlog niet meegemaakt en spraken zelfs een andere taal. Maar Charles heeft zich weten aan te passen en tegenwoordig voelt hij zich gelukkig in Kampala. Wel mist hij zijn familie om hem heen en het rurale leven in zijn geboortedorp, dat hij nog altijd als zijn thuis beschouwd.

Re-integratie voormalig kindsoldaten

Het merendeel van de voormalig kindsoldaten is na terugkeer van de LRA in het noorden van Oeganda gebleven. Gemakkelijk is hun re-integratieproces niet, maar veruit de meesten zijn weer opgenomen in hun gemeenschappen, waar ze zijn getrouwd en nu hun kinderen grootbrengen. Charles is nog niet getrouwd. Zijn familie maakt zich daar weleens zorgen over, maar Charles wil eerst een goed bestaan voor zichzelf opbouwen voordat hij de zorg voor een ander op zich neemt. Financieel heeft Charles het niet gemakkelijk. Sinds het overlijden van zijn ouders, heeft hij als oudste broer de verantwoordelijkheid om financieel bij te dragen aan het levensonderhoud van zijn jongere broertjes en zusje. Trouwen en kinderen krijgen, dat komt dus wel een keer. Op dit moment focust Charles zich maar op één ding en dat is op zijn carrière als muzikant.

Met zijn muziek wil Charles een inspiratie zijn voor andere voormalig kindsoldaten en oorlogsslachtoffers

Terug in Kampala breng ik de avond door met Charles en zijn broertjes Bosco en Opio, die sinds enkele jaren ook in de stad verblijven. Ik zit tegenover de drie broers op de grote veranda van het restaurant waar wij eerder deze middag arriveerden. Opio, de jongste van de drie, maakt sinds kort deel uit van het dansgezelschap dat hier straks zal optreden. Charles pakt zijn gitaar terwijl achter mij de zon langzaam achter het heuvelachtige landschap verdwijnt. Hij heeft een nieuw nummer geschreven en wil dit graag aan ons laten horen. Nadat hij zijn gitaar heeft afgestemd, luisteren zijn broertjes en ik in stilte toe terwijl hij begint te spelen. “Mama good morning, how are you doing? How was your night? It’s been a long, long time ago, since I saw you. How was your night?” Ik kijk naar Charles, met zijn broertjes aan zijn zijde, terwijl hij onder begeleiding van zijn gitaar de woorden uitspreekt die hij in alle waarschijnlijkheid nog zo graag tegen zijn moeder zou willen zeggen. Ik vraag me af wat er nu in hun hoofden omgaat.

Sinds het einde van de burgeroorlog houdt Joseph Kony, zich samen met nog enkele resterende commandanten en soldaten, schuil in de buurlanden van Oeganda. Al in 2005 werd door het Internationaal Strafhof zijn arrestatiebevel afgegeven, maar tot op heden loopt hij nog altijd vrij rond. Desondanks heeft Charles inmiddels rust in zijn hoofd. De nachtmerries die hem na terugkeer van het rebellenleger achtervolgden, heeft hij al jaren niet meer. Zijn verleden als kindsoldaat en het verlies van zijn ouders hebben voorgoed een stempel gedrukt op zijn leven, maar Charles zit niet gevangen in het verleden. Hij kijkt liever vooruit dan dat hij terugkijkt op de schade die de LRA in zijn leven heeft aangericht.

De toekomst ziet hij positief tegemoet. Hij heeft zijn middelbare school in Kampala kunnen afronden en het is zijn wens om in de toekomst aan de muziekschool zang- en gitaarles te volgen, zodat hij als professioneel muzikant een goed bestaan kan opbouwen. Hij hoopt met zijn muziek een inspiratie te zijn voor andere voormalig kindsoldaten en oorlogsslachtoffers, waarvan hij maar al te goed weet wat zij hebben doorgemaakt. Het eerste nummer dat Charles heeft geschreven, gaat over het terugkeren van de vrede in Noord-Oeganda en de blijheid die daarmee gepaard gaat. Hij wil mensen weer hoop geven en aan de jeugd de boodschap overbrengen dat oorlog en vooral zinloos geweld tegen onschuldige burgers, nergens goed voor is. Wat Charles betreft, behoort dat voorgoed tot het verleden.

Karin Monster

Karin Monster deed voor haar Master's International Crimes and Criminology...

Lees meer van deze auteur >

Reacties