Heeft Nederland de geldkraan naar sommige ontwikkelingslanden te vroeg dichtgedraaid?

03-10-2016 Bron: OneWorld
Foto: Flickr/Ministerie van Buitenlandse Zaken
Als Nederland de geldkraan in 2010 voor een aantal ontwikkelingslanden niet had dichtgedraaid, hadden duizenden mensenlevens bespaard kunnen blijven. Die harde conclusie trok het IOB in een vorige week verschenen rapport. Arne Doornebal vroeg Reina Buijs, ambtenaar op het gebied van ontwikkelingssamenwerking bij Buitenlandse Zaken, om een reactie.
Actueel – 

Lees hier het eerdere artikel over de conclusies van het rapport.

Dat is nogal een stevige conclusie, dat er duizenden doden voorkomen hadden kunnen worden als Nederland wat vrijgeviger was gebleven.   
“Dat is een erg harde zin ja. Die conclusie heeft te maken met de manier van onderzoeken van het IOB (Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie, red.). Die vraagt zich af: wat had er kunnen gebeuren als deze euro's nog wél ingezet hadden kunnen worden voor ontwikkelingssamenwerking in die landen (Guatemala, Nicaragua, Bolivia, Burkina Faso, Zambia en Tanzania, red.). Dit rapport maakt goed duidelijk waarom ontwikkelingssamenwerking nog hard nodig is.

Het is wel een hypothetische berekening en niet een werkelijk aantal kinderen dat is overleden. Daarnaast is in Tanzania gelukkig het budget voor de gezondheidssector tussen 2007 en 2015 bijna verdubbeld, net als de eigen bijdrage van de Tanzaniaanse overheid.”

Toch kunt u er niet omheen dat de gevolgen van de Nederlandse bezuinigingen groot waren?  
“Dat blijkt de realiteit te zijn. Er gebeurden destijds eigenlijk drie dingen tegelijkertijd. Er werd door het kabinet in 2010 besloten dat er meer focus op bepaalde landen moest komen. Dus keken we: waar zijn we het meest effectief? Waar zitten ook al andere donorlanden? In sommige landen waren zoveel donoren actief dat het er te druk werd. Daardoor wilden we zaken meer op elkaar af stemmen. Het idee was dat waar Nederland weg ging, andere donoren mogelijk taken zouden overnemen. Op sommige plaatsen is dat goed gegaan. Zoals in Nicaragua waar ik zelf belast was met het afbouwen van de hulp en het sluiten van de ambassade nam Luxemburg de donorcoördinatierol in de gezondheidssector over. Op andere plekken stapte UNICEF in het gat. Uiteraard konden andere partijen het soms met een veel minder groot budget doen dan Nederland. Desondanks: wanneer je ziet hoe het IOB dat door berekend heeft naar slachtoffers, komt de kritiek zeker hard binnen.”

Andere kritiek was dat destijds teveel gedaan is of de bezuinigingen zonder grote gevolgen zouden blijven. Alsof je met minder geld door efficiënter te werken ongeveer net zoveel mensen kon bereiken.
“Die stappen hadden met elkaar te maken. Er was minder geld beschikbaar en dus werden we gedwongen om scherpe keuzes te maken. Bijvoorbeeld door programma's met een focus op SRGR (seksuele en reproductieve gezondheid, red.). Daarin is Nederland al sinds begin jaren '90 actief. Daarom doen we nu minder in de algemene gezondheidszorg. Ik herinner me de Kamerdebatten uit in de tijd dat we die keuzes moesten maken nog goed – daarin werd het zeker wel duidelijk dat het terug brengen van het aantal landen gevolgen zou hebben voor de landen waar we zouden vertrekken. Dat is ook logisch, wanneer je afbouwt naar nul. Er is zeer uitgebreid gedebatteerd over welke landen van de lijst af zouden vallen.”

We hebben echt niet met dartpijltjes besloten welke landen we maar moesten schrappen

Had het achteraf anders moeten gebeuren? Hadden Tanzania en Burkina Faso erbij moeten blijven?
“We hebben heus niet met dartpijltjes besloten welke landen we maar moesten schrappen - daar gingen lange discussies aan vooraf. Iedereen weet dat Tanzania en Burkina Faso arme landen zijn, en daarom hebben we er lange tijd over gesproken, zowel intern als met de Tweede Kamer. Het ging toen in West-Afrika over de vraag of we in Benin dan wel in Burkina moesten blijven. Wij bleven in Benin, onder andere omdat de Denen zich daar terugtrokken. Wij besloten er te blijven en weg te gaan uit Burkina Faso, waar meer andere partijen actief waren.”  

Is de rol van Nederland daar na het terugtrekken helemaal uitgespeeld?
“Dat valt nog wel wat mee. Je ziet dat bijvoorbeeld Tanzania nog wel hulp ontvangt van instanties als het Global Fund en het UNFPA, het VN-agentschap voor seksuele en reproductieve gezondheid. Nederland draagt ook aan die organisaties bij – dus zie je dat we op die manier nog steeds wel hulp bieden.”

Wat leert het IOB-rapport jullie voor onze toekomstige relaties met landen?
“Er zijn drie landen die nu nog donorlanden zijn, maar vanaf 2020 niet meer. Het gaat om Kenia, Ghana en Indonesië. Deze transitieperiode is dus veel geleidelijker dan degenen waarmee we in 2012 stopten.”   

We zien al vele jaren een verminderen in het aantal landen dat hulp ontvangt. Straks zijn het er nog maar twaalf.
“Doordat er drie landen zijn die van de lijst af gaan, komt er ook ruimte vrij voor nieuwe landen. Dat zouden landen zijn grenzend aan wat we de ‘instabiele ring rondom Europa’ noemend, dus bijvoorbeeld in de Sahel regio, of in de Hoorn van Afrika. De armste landen zouden daarvoor in aanmerking kunnen komen – maar wie dat worden is aan het volgende kabinet.”

Over het kabinet gesproken: een partij die in het programma heeft staan dat we met alle ontwikkelingshulp moeten stoppen, staat op kop in de peiling. Kan dat überhaupt?
“Een nieuw kabinet gaat natuurlijk opnieuw een ontwikkelingsbeleid opstellen, maar aan het stopzetten van bepaalde afspraken zitten wel juridische consequenties. Dat kan niet zomaar van de ene op de andere dag.” 

Arne Doornebal

Arne Doornebal is Afrika-journalist. 

Lees meer van deze auteur >

Reacties