Half Lampedusa kent de vluchtelingen alleen van het journaal

17-07-2016
Door: Stef Arends
Bron: OneWorld
Filmstill uit Fuocoammare: Gianfranco Rosi
Regisseur Gianfranco Rosi bracht voor zijn documentaire Fuocoammare (Vuur op zee) anderhalf jaar door op het Italiaanse eiland Lampedusa, een populaire aankomstplaats voor bootvluchtelingen uit met name Afrika. Hoe portretteer je een gespleten eiland?
Interview – 

Lampedusa ligt aan een van de meest dodelijke migratieroutes van de Middellandse Zee, waar sinds begin dit jaar 2942 mensen zijn gestorven. Naast doorvoerplaats en massagraf voor ontheemden is Lampedusa ook een woonplaats voor ruim zesduizend mensen. Rosi heeft voor zijn film ruim de tijd genomen om de verschillende kanten van het eiland te leren kennen. Hij trok maandenlang op met eilandbewoners en ging veertig dagen mee de zee op met de Italiaanse kustwacht. Maar wat zijn documentaire vooral bijzonder maakt, is de manier waarop hij zijn onderwerpen in beeld brengt.

Steeds meer is Lampedusa een soort microkosmos van Europa

Doordat hij mensen wekenlang met draaiende camera volgde slaagt Rosi erin om als een vlieg op de muur het reilen en zeilen op het eiland vast te leggen. Geen nerveuze blikken in de camera, geen geforceerde netheid. Het jongetje Samuele, een van de hoofdpersonen, werkt halverwege de film met veel geslurp een bord spaghetti naar binnen, zijn oma maakt vol toewijding haar bed op, een lokale radiopresentator draait op verzoek van een luisteraar een traditioneel Siciliaans lied. Het zijn dit soort momenten die in hun alledaagsheid voor een bijzonder intieme sfeer zorgen. Des te onthutsender is het contrast met de humanitaire ramp enkele tientallen kilometers verderop, die volledig aan Samuele en zijn familie voorbij lijkt te gaan. 


Dag in, dag uit, nacht in, nacht uit gaan reddingswerkers van de Italiaanse kustwacht de zee op om migranten uit hun overvolle boten te halen: massa’s uitgedroogde mensen die zich met een glazige blik laten meevoeren in de opvangprocedure. Af en toe lukt het Rosi om even contact te maken met de vluchtelingen. Een van die momenten is de scene waarin een groep Nigeriaanse mannen een soort gospelsong zingt waarin ze hun traumatische reiservaringen verwerkt hebben. Tussen de schreeuwerige, vaak polariserende nieuwsberichten over grensproblematiek is de ingetogenheid van Rosi’s film een verademing. Zonder te dramatiseren gaat Fuocoammare door merg en been. Hoe is Gianfranco Rosi er in geslaagd om leven en dood op het eiland op deze respectvolle wijze vast te leggen?

Heeft u van tevoren gepland welke mensen u zou gaan volgen?

De eerste drie maanden heb ik zonder camera doorgebracht. Het is voor mij heel belangrijk om ergens lang te zijn, zodat ik het gevoel van een plek in me op kan nemen. Het begint allemaal met het ontmoeten van mensen en op de een of andere manier een band zien op te bouwen.

Ik wist van tevoren niet wie ik zou tegenkomen, maar ik wilde vanaf het begin dat een kind de hoofdrol zou krijgen in de film. Dat geeft meer vrijheid dan wanneer de film bijvoorbeeld zou draaien om een dokter of een van de reddingswerkers, dan zou het veel meer een film over migratie worden. Samuele, de jongen in de hoofdrol, heeft een bepaalde kwetsbaarheid over zich, een ongemak dat hoort bij het opgroeien van een kind. Eenzelfde soort onzekerheid zie ik ook aan ‘onze’ kant van de Europese grens. Er komt iets vreemds aan en we weten niet hoe we ermee om moeten gaan. 

Wanneer je alleen bent met de mensen die je filmt creëert dat een soort intimiteit die je anders niet zou hebben

De personen in de film lijken zich helemaal niet bewust te zijn van de camera en gedragen zich alsof er niemand bij is. Hoe weet u als filmmaker zo onzichtbaar te blijven?
Het is heel belangrijk voor mij om alleen te zijn tijdens het maken van een film. Ik zou niet kunnen werken met een productieteam van drie of vier mensen. Ik doe altijd zelf het camerawerk en geluid. Wanneer je alleen bent met de mensen die je filmt creëert dat een soort intimiteit die je anders niet zou hebben. Natuurlijk gedragen mensen zich ook in mijn films nog anders dan wanneer er geen camera bij zou zijn. Maar dat is niet erg, als wat ze doen maar dicht bij henzelf ligt en niet ‘nep’ is. 

En het helpt om heel veel tijd met ze door te brengen. Kinderen vergeten de camera volledig. Op een gegeven moment moest Samuele vanwege een lui oog een pleister dragen op zijn goede oog. Daardoor kon hij niet goed meer met zijn katapult schieten, zijn grootste hobby. Een paar weken later vertelde hij me dat het weer beter ging met zijn luie oog, en dat hij ging proberen of hij alweer goed kon richten. Ik zei tegen hem: ‘Laten we samen gaan, dan film ik je. Op welke plek wil je het proberen?’. En hij zei ‘Onder die boom’, dus daar gingen we naartoe. Ik pakte mijn camera erbij en filmde hem terwijl hij erachter kwam dat zijn oog nog steeds niet goed genoeg was. Dat was een pijnlijk moment voor hem. Samuele was alleen bezig met zijn katapult en de aanwezigheid van de camera had daar geen invloed op.

Hoe kan het dat zoveel inwoners van Lampedusa zo weinig meekrijgen van de tragedie die zich een paar kilometer verderop afspeelt?
Tot drie jaar geleden staken vluchtelingen vanuit Libië in één keer over naar Lampedusa. Dat was een boottocht van zeven à acht dagen tot aan de kust van het eiland. Toen was er veel meer interactie tussen de bewoners en de migranten. In 2013 is er een soort militaire grenspatrouille opgericht door de Italiaanse overheid. Een vloot marineschepen en helikopters houdt nu continu de wateren rond Lampedusa in de gaten en onderschept elke boot die de grens oversteekt. De opvarenden worden met zeewaardige schepen naar Lampedusa of Sicilië gebracht. Wanneer ze op Lampedusa aankomen worden ze meteen geregistreerd en gaan ze de asielprocedure in. Met bussen worden ze vervoerd naar de noodopvang, en binnen drie dagen zijn ze daar ook weer weggehaald. Dan gaan ze naar een permanent asielzoekerscentrum op het Italiaanse vasteland. 

Op Lampedusa worden de asielzoekers eigenlijk vanaf hun aankomst aan het zicht onttrokken. Er is geen interactie meer tussen hen en de bewoners. Steeds meer is het eiland een soort microkosmos van wat Europa is. Een symbool voor de onverenigbaarheid van de wereld van de vluchteling en die van de gewone man.

Hoewel de beelden van de vluchtelingen in doodsnood vreselijk zijn, blijven het in de film mensen zonder gezicht. Ze bewegen zich in groepen en zijn per persoon maar kort in beeld. Waarom heeft u hen niet meer aan het woord gelaten?
Ik stel nooit vragen vanachter de camera, omdat dat de sfeer gelijk erg afstandelijk maakt. Ik moet dus altijd momenten vastleggen die voor mijn neus gebeuren. En in de interactie met vluchtelingen was het erg lastig om dichtbij te komen. Die mensen komen aan in shocktoestand, en dan is het moeilijk om echt contact te maken. Toen ik ze filmde was het meestal echt een mensenmassa,  bijna als een groep buitenaardse wezens. Het was een wereld die voor mij erg moeilijk te doorgronden was, ook omdat ik er niet de tijd voor had. Op het eiland heb ik een jaar met de bewoners doorgebracht. Hen kende ik door en door. De vluchtelingen zag ik steeds maar één keer en dan waren ze weer weg.

Het is trouwens wel een keer voorgekomen dat ik vluchtelingen wat beter heb leren kennen. Dat waren de Nigerianen die je in de film ziet zingen. Met hen kon ik twee dagen doorbrengen. Zo leerde ik ze beter kennen en kregen we een beetje een band. Op een gegeven moment nodigden ze me uit in hun kamer waar ze zich opmaakten voor een gebed. Ik vroeg of ik mocht filmen en dat mocht, en het gebed bleek een soort van rap-gospelcombinatie waarin ze hun ervaringen op de vlucht hadden verwerkt. Dat was een heel intiem moment. Ik kan me niet voorstellen dat hun verhaal op een betere manier verteld had kunnen worden dan via dat lied.

Toen ik die ramp had meegemaakt op een van de boten kon ik niet meer verder filmen. Emotioneel stopte het voor mij



Op het rampzalige dieptepunt van de film gaat u het ruim van een van de boten binnen en treft daar tientallen lijken aan, mensen die zijn gestikt door gebrekkige ventilatie. Hoe gaat u om met zulke ervaringen?
Van tevoren was ik van plan om een veel groter gebied te verkennen met mijn documentaire. Ik wilde filmen op Lampedusa, bij de reddingsacties op de Middellandse Zee en vervolgens ook nog in Libië en Niger, maar toen ik die tragedie had meegemaakt op een van de boten kon ik niet meer verder filmen. Emotioneel stopte het voor mij, de hele film was weg. De ervaring in het ruim van die boot bleef me zo intens bij, de geur van de lijken, de gezichten, de huilende vrouwen… Ik wilde de beelden gaan monteren en de film afmaken. 

En hielp het monteren om de ervaring mentaal te verwerken?
Vermoedelijk wel ja. Nadat hij af was werd hij geselecteerd voor het Berlijns Filmfestival, daarna ging hij de hele wereld over. Nu, vijf maanden later, praat ik er nog steeds over. Misschien helpt dat ook om mijn emoties te verwerken. Ik heb geen idee hoe het met me zou gaan als ik weer een nieuw project zou beginnen.

Fuocoammare is vanaf 6 oktober te zien in de bioscoop.

Reacties