C&A roept mode-industrie op om zich in te zetten voor Syrische vluchtelingen

28-03-2016
Door: Brandee Butler
Bron: OneWorld
Foto: US State Force
Terwijl regeringen en gemeenschappen ermee worstelen hoe de miljoenen Syrische vluchtelingen het best beschermd en gevestigd kunnen worden, hebben wereldwijde modemerken een kans om een ​​deel uit te maken van de oplossing. Dat schrijft Brandee Butler, werkzaam bij de C&A Foundation. Een opiniestuk over de textielindustrie in Turkije.
Gastblog – 

Het buurland van Syrië, Turkije, is het grootste gastland met naar schatting 2,5 miljoen Syrische vluchtelingen. Turkije is ook de op twee na grootste textielexporteur naar de Europese Unie. Het komt dus niet als een verrassing dat vluchtelingen, wanhopig om hun families in levensonderhoud te voorzien, illegaal werk in de Turkse kledingindustrie vinden.

Het Business and Human Rights Resource Center schat dat er op dit moment tussen de 250.000 en 400.000 Syrische vluchtelingen illegaal werken in Turkije. Wereldwijde modemerken, zoals H&M, Next, C&A en Primark meldden openlijk dat geconstateerd is dat er Syrische vluchtelingen in hun Turkse toeleveringsketen werken en spannen zich meer en meer in om vluchtelingmedewerkers te beschermen.

Syrische vrouwen en meisjes meest kwetsbaar

Zolang de Syrische oorlog door woedt en de humanitaire crisis groeit, zullen steeds meer vluchtelingen opduiken in de productielocaties in Turkije. Waarschijnlijk zijn het de vrouwen en meisjes, die het al zwaar te verduren hebben tijdens deze crisis, die onderdeel uit zullen maken van het grote informele personeelsbestand. Armoede en onzekere juridische status maakt hen uiterst kwetsbaar voor uitbuiting en misbruik, waaronder mensenhandel en dwangarbeid. Hun kwetsbaarheid houdt aan door de discriminerende houding ten opzichte van vrouwen op de arbeidsmarkt. Met weinig arbeidskansen en ondersteuning, zijn Syrische vrouwen en meisjes in toenemende mate het doelwit van gewetenloze recruiters en mensenhandelaren die willen profiteren van hun ongeluk.

Hoe modemerken kunnen helpen

Deze crisis is van groot belang, of zou dat moeten zijn, voor internationale modebedrijven die door regelgeving zoals de California Transparency in Supply Chains Act en de UK Modern Slavery Bill verplicht zijn om mensenhandel en moderne slavernij te voorkomen in hun toeleveringsketen.

De kledingindustrie heeft zich gemobiliseerd om Syrische vluchtelingen te beschermen tegen arbeidsmisbruik, maar de modemerken kunnen veel meer doen, in het bijzonder voor Syrische vrouwen en meisjes. Zo is lobbyen bij de Turkse regering voor het uitbreiden van vluchtelingwerkvergunningen en voor gelijke behandeling van de Syrische en Turkse medewerkers, de sleutel tot eerlijke lonen en arbeidsvoorwaarden en om gelijke bescherming voor de Turkse wet te verzekeren. Daarnaast kunnen controleprocedures verbeterd worden, waardoor de aanwezigheid van Syrische vluchtelingen erkend kan worden, leveranciers een duidelijk vluchtelingmedewerkers-beleid en -begeleiding kunnen ontvangen, en saneringsprocedures in werking kunnen treden als rechten geschonden worden.

Modemerken kunnen veel meer doen voor Syrische vrouwen en meisjes

Tevens is samenwerken met maatschappelijke organisaties, waaronder vrouwenrechtenorganisaties, een goede manier om vluchtelingen te helpen economische kansen te herkennen, om kinderarbeid, gender gerelateerd geweld en uitbuiting te voorkomen. Tot slot zouden modemerken kunnen samenwerken met Turkse leveranciers, zodat in fabrieken informatie verspreidt kan worden over de rechten van vluchtelingen en over waar zij hulp kunnen krijgen. Vrouwenrechtenorganisatie MADRE heeft bijvoorbeeld Arabischtalige strips ontwikkeld om vluchtelingen te informeren over hun rechten, het belang van het registreren van de vluchtelingenstatus en het krijgen van bijstand.

Brandee Butler is hoofd van justitie & mensenrechten bij C&A Foundation en is lid van het bestuur van MADRE.

Reacties