Burundezen gestrand in Tanzania, deel 1

27-05-2015 Bron: OneWorld
Honderdduizenden Burundezen zijn op de vlucht geslagen
Foto: Tineke Ceelen
Blog – 

De politieke onrust en het oplaaiend geweld in Burundi verdreef ruim honderdduizend inwoners van huis en haard. Buurland Tanzania kan die aantallen niet aan. Tineke Ceelen (Stichting Vluchteling) verbleef van 19 tot 23 mei tussen de vluchtelingen.

Woensdag
Angstig laat ik mezelf zakken, van het grote logge schip dat ons in drie uur varen tot vlak voor de kust van Kagunga bracht, een meter of twee naar beneden. De kleinere boot wiebelt heen en weer, raakt regelmatig een stuk verwijderd van waar hulpverleners overstappen. Ik ben als de dood dat ik tussen de beide vaartuigen ga vallen. Met dank aan drie of vier stevige mannen red ik het heelhuids. We varen naar de smalle kuststrook waar tienduizenden vluchtelingen uit Burundi neergestreken zijn. En daar, als onze boot vastloopt in het zand, vervloek ik mijn diep gewortelde sporthaat. Stram als een plank moet ik van het kleinere bootje op het strand geholpen worden.

Riskante combinatie
Het geluid, de duizenden mensen die ons vol hoop verwachtingsvol aankijken, de eindeloze troep. Het ruikt indringend, naar zweet, urine, ontlasting, brandend hout en af en toe pruttelend eten. Een enkeling kon van een zeil iets maken dat op een tent lijkt, veruit de meeste vluchtelingen hier hebben niets boven hun hoofd. Toiletten en douches zijn er natuurlijk niet. Het dorp Kagunga was niet bedacht op deze enorme toestroom aan mensen. Er is ook geen voedsel, op de dadels na die de Verenigde Naties liet aanrukken, evenmin als veilig drinkwater. Een riskante combinatie, bleek al snel. Noodgedwongen gebruiken de vluchtelingen hetzelfde water om te wassen en te drinken. Ideale omstandigheden voor een cholera-uitbraak. 

Noodgedwongen gebruiken de vluchtelingen hetzelfde water om te wassen en te drinken

Binnen een kwartier tijd stuiten we op twee kleine kinderen, de één heftig brakend en duidelijk doodziek, en de ander zittend in zijn eigen diarree. Voor de kliniek - een tent gemaakt van wat palen en zeilen -  staat een lange rij wachtende zieken. Ondanks het schrijnende gebrek aan hulp, de overweldigende nood en het knullig ogende ziekenzaaltje ben ik trots op mijn collega's. Ze zijn de enigen die helpen, vanaf de eerste dag dat de Burundezen naar dit schiereiland kwamen. Geld hebben ze niet, ze zijn diep dankbaar voor het geld dat wij hen gaan geven. De bestellingen voor stretchers met een gat ter hoogte van de billen, handig voor cholera-patiënten, is al gedaan. En ook tenten, mobiele toiletten, waterreinigingsmiddelen en medicijnen zijn onderweg.

Levensreddend
De zieken mogen het eerst met de boten naar Kigoma, waar ze beter geholpen kunnen worden dan hier op dit overvolle stuk strand. Ze krijgen een rood polsbandje en staan vooraan te wachten, sommigen op een brancard. Dezelfde halsbrekende toeren die ik bibberend van de schrik uit moest halen, zie ik nu voor me gebeuren met doodzieke vluchtelingen, stokoude mensen, hoogzwangere vrouwen en kleine kinderen.
Natuurlijk betalen we die ambulance-speedboot, besluiten we ter plekke. Soms is het goed zelf te zien waarom zoiets ogenschijnlijk extravagants, bijzonder nuttig en levensreddend kan zijn.

Als wij aan het begin van de avond terug aanmeren in Kigoma, blijken twee zieke passagiers de tocht niet overleefd te hebben. Cholera, is het bange vermoeden. 

Tineke Ceelen

Tineke Ceelen is sinds 2003 directeur van Stichting Vluchteling. Ze is...

Lees meer van deze auteur >

Reacties