Buitenbeentjes van 2014: deze rampen gaven we het mínste geld

09-12-2014 Bron: OneWorld
ECHO/B. Spadicini
Foto: ECHO/B. Spadicini
Gisteren deed de Verenigde Naties een record-verzoek aan donoren: er is €13,3 miljard nodig om de humanitaire crises in 2015 aan te pakken. Reden voor OneWorld Crisis om terug te blikken: wie kreeg er dit jaar het mínste geld voor noodhulp?
Data – 

Elke humanitaire ramp heeft een eigen prijskaartje. OCHA, de VN-coördinatieafdeling voor humanitaire hulp, berekent daarom per jaar per crisis hoeveel geld voor noodhulp nodig is. Deze berekening wordt gepresenteerd als ‘appeal’,  een verzoek aan regeringen om geld te doneren, waarna het wachten is op toezeggingen. Komend jaar verwachten de VN €13,3 miljard nodig te hebben. Het grootst gevraagde bedrag ooit.

In 2014 werd €12,9 miljard gevraagd. Destijds ook een recordbedrag. Nu, tegen het einde van het jaar, is ongeveer de helft van dit bedrag toegezegd. Kortom, er zijn een aantal crises buiten de boot gevallen. Voor hen hielden donoren de hand op de knip. Hoogleraar Joost Herman (Rijksuniversiteit Groningen, ‘Humanitarian Action’) neemt de vijf minst gefinancierde rampen onder loep en legt uit waarom deze buitenbeentjes geen financiering trekken. 

Een ‘OCHA-appeal’, wat is dat eigenlijk?
“Vergeleken met vroeger zijn er tegenwoordig meer humanitaire rampen en is de hulpverlening gecompliceerder geworden. Om grip te krijgen op de wereldwijde wirwar aan rampen, probeert OCHA de internationale financiering van noodhulp te coördineren. Onder leiding van Valerie Amos, hoofd van OCHA, brengt het VN-orgaan jaarlijks de rampen en vereiste noodhulp  in kaart. Zo wordt elk land van een actieplan voorzien. Uiteindelijk voegt OCHA deze samen en ontstaat een lijst van ‘appeals’, ofwel een oproep aan de donorlanden om de vastgestelde bedragen te financieren. Dit doet OCHA één keer per jaar.”

Als je kijkt naar de ‘appeals’ van 2014, zie je nu dat vijf landen buiten de boot zijn gevallen en weinig tot geen donorgeld kregen voor hun ramp(en). Hoe kan dat?
“De financiering is een puur politiek proces. Eigenlijk heeft humanitaire hulp het doel om de medemens in nood te helpen -  ‘gij zult handelen als uw medemens in nood is’.  Maar in de praktijk kun je twijfelen aan de humanitaire zuiverheid van de hulp die landen geven. Ze gebruiken het vaak als instrument om hun buitenlandbeleid door te voeren. Economische middelen zijn schaars en dus moeten landen keuzes maken. Vervolgens zie je dat sommige crises bewust worden ‘vergeten’, simpelweg omdat een crisis de donorlanden politiek niet goed uitkomt. De onderfinanciering van deze vijf ‘appeals’ zijn dus niet minder politiek gedreven’.”

Waarom hoort bijvoorbeeld Congo-Brazzaville thuis in dit rijtje van buitenbeentjes?
“De minimale financiering van Congo-Brazzaville is zeer politiek gedreven. Het land is heel gevoelig voor klimaatsverandering waardoor er continue een voedselcrisis is. En, bovenal, wordt Congo-Brazzaville overspoeld door vluchtelingen uit Congo-Kinshasa en, sinds een jaar, uit de Centraal Afrikaanse Republiek. Deze vluchtelingenstromen kan een fragiel land als Congo-Brazzaville niet aan, waardoor extra spanningen ontstaan. Deze crisis is een goed voorbeeld van een weinig mediagenieke humanitaire situatie: een vergeten crisis met een endemische bestaansonzekerheid. Zo’n situatie is ook niet erg aantrekkelijk voor donoren, omdat er geen oplossingen op de korte termijn zijn. En dus zijn de donorlanden terughoudend.”

“Voor Djibouti en Gambia geldt in feite hetzelfde. Deze twee landen worden net als Congo-Brazzaville endemisch getroffen door droogte en zijn extreem gevoelig voor klimaatverandering. Dit zorgt voor grote hongersnoden. Deze landen hangen al een geruime tijd aan het donorinfuus. Na een tijdje slaat donorvermoeidheid toe. Er ontstaat simpelweg een verlies van interesse. De rampen dreigen dan collectief geaccepteerd ‘vergeten crises’ te worden”

Libië kreeg het afgelopen jaar geen enkele cent. Hoe kan dat?
“Libië is een heel ander verhaal. Het complexe Libische conflict maakt dat het gevaarlijk is om hulp te geven. Er wordt wel bilaterale steun gegeven aan wat grote hulporganisaties, maar die zijn alleen actief in de grensgebieden. Door de vele machtswisselingen is de Libische situatie chaotisch en ongrijpbaar. Dit zorgt ervoor dat veiligheidsgaranties in Libië niets voorstellen. Vergeleken met Syrië, dat een strategisch van belang vanwege het kruitvat dat het gehele Midden-Oosten, is de grote zandbak van Libië ook strategisch minder van belang.”

En wat doet Nigeria, één van de grootste Afrikaanse economieën, op de lijst?  
“Ik ben heel verbaasd dat Nigeria op de lijst staat. Het kan zijn dat de internationale gemeenschap terughoudender geworden is, omdat de centrale regering, ondanks alle opbouwactiviteiten, niet in staat is geweest de corruptie in te dammen. Bovendien is het een zorgwekkend punt dat er etnische scheidslijnen zijn ontstaan, waarbij zowel Boko Haram als de Nigeriaanse overheid de etnische kaart spelen. Als basis van het principe ‘good governance’ wordt verwacht dat overheden op een verantwoordelijke manier met donorgeld omgaan. Het kan zijn dat ‘underfunding’ dus dient als een soort van straf.”

Kan de VN landen niet dwingen om gehoor te geven aan ‘OCHA-appeals’ en te betalen?
“De VN werkt nu eenmaal bij de gratie van de lidstaten en OCHA heeft weinig middelen om landen te dwingen om te betalen. Juist daarom zijn de ‘appeals’ hard nodig om landen te bewegen humanitaire hulp te geven. De VN kan niet meer doen dan druk uitoefenen, blijven zeuren om toezeggingen en goed gebruik maken van ‘naming and shaming’. Zo’n top vijf van minst gefinancierde appeals hoort hierbij. De VN probeert zo duidelijk te maken wat de consequenties zijn als humanitaire steun uitblijft. Want als er vandaag niets gebeurt, is de crisis morgen nog duurder. Dat wat vandaag één vliegtuig kost, kost morgen misschien wel twintig vliegtuigen.” OCHA is, naast noodhulpcoördinator, ook een lobbybureau dat donorlanden moet overtuigen om rampen te financieren.

“Met financiële toezeggingen ben je er trouwens nog niet. Een voorbeeld om dit uit te leggen: na de aardbeving in Haïti in 2010, stonden donorlanden in de rij om financiële toezeggingen te doen. Nu, bijna vijf jaar verder, heeft OCHA slechts 20 procent van al die beloftes binnen. Dat kan dus, want als donorlanden lang dralen, hebben de VN geen mogelijkheid om geld op te eisen wat enorme vertragingen kan opleveren. Maar met tijd komt actie. Door onze mondiale verbondenheid hebben crises per definitie hun weerslag op de rest van de wereld. We moeten dan op een gegeven moment wel reageren en kunnen we mensen niet langer weg laten rotten.” 

Eva Huson

Eva Huson is freelance journalist en schrijft over crises, hulp en migratie. 

Lees meer van deze auteur >
Ellen de Lange

Ellen de Lange is projectleider open data bij OneWorld. Brengt de wereld in...

Lees meer van deze auteur >
Maarten van Bijnen

Maarten van Bijnen is freelance journalist en student 'Conflict, Territories ...

Lees meer van deze auteur >

Reacties