Birmese boeddhisten omzeilen politiek van noodhulp

22-12-2015
Door: Bart Crezee
Bron: OneWorld
Birma. Foto's: Katrijn Devlaminck
Foto's: Katrijn Devlaminck
Voor noodhulp kijken veel Birmezen liever naar elkaar dan hun politieke leiders. En niet alleen door hun boeddhistische tradities.
Actueel – 

Afgelopen november vonden in Birma (Myanmar) historische parlements-verkiezingen plaats. Vijfentwintig jaar na de laatste vrije verkiezingen werd weer openlijk campagne gevoerd door de voorheen verboden oppositiepartij National League for Democracy (NLD). De wapperende vlaggen van de NLD, geleid door Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi, kleurden de straten van Birma’s grootste stad Yangon rood in een golf van optimisme. Maar niet alleen in Yangon werd druk campagne gevoerd. Politici trokken ook naar overstromingsgebieden net buiten de stad.

Noodhulp: politiek karakter
Afgelopen augustus werd Birma hard getroffen door grootschalige overstromingen en landverschuivingen als gevolg van hevige neerslag. Prominente politici als Aung San Suu Kyi en president Thein Sein waren er snel bij om de getroffen gebieden te bezoeken en noodhulp te bieden voor het oog van de verzamelde pers. In aanloop naar de langverwachte verkiezingen kregen de overstromingen en hulp een politiek karakter. 

In Birma zijn politiek en natuurrampen nauw verbonden 

Het was niet voor het eerst dat een natuurramp een politieke rol speelde in Birma’s geschiedenis. In 2008 werd het Zuidoost-Aziatische land getroffen door cycloon Nargis. Deze cycloon liet niet alleen een spoor van dood en vernieling achter, maar gaf ook de loop van Birma’s politieke geschiedenis voorzichtig een andere wending. Want in Birma is het politieke leven, net als het dagelijks leven, sterk verbonden met het water en de zee. 

In 2008: cycloon Nargis 
Noodhulp voor de naar schatting 1,5 miljoen getroffen mensen kwam na Nargis laat op gang. Of kwam helemaal niet. Zevenentwinig dagen na Nargis had Myo Khaine, het 43-jarige dorpshoofd van Thakyarhinoh, nog steeds geen hulp ontvangen van de militaire junta die het land al sinds 1962 met harde hand regeerde. “We konden alleen maar natte rijst eten, en hadden geen schoon water om het in te koken. Ik ben toen zelf naar Pyapon gegaan om eten te zoeken,” aldus het dorpshoofd, doelend op het meest nabijgelegen stadje op anderhalf uren varen van zijn dorp.

Khaine was thuis toen Nargis de avond van 2 mei 2008 toesloeg. De cycloon zou de meest verwoestende natuurramp uit de Birmese geschiedenis worden. Maar dat wisten de inwoners van Thakyarhinoh aan het begin van die bewuste avond nog niet. Het vissersdorpje van Khaine ligt vlakbij de Golf van Bengalen, in Birma’s dichtbevolkte Irrawaddy delta, en wordt geregeld geteisterd door tropische stormen. 

Nargis is in Birma’s collectieve geheugen gegrift als de dag dat de overheid haar burgers onbekommerd liet verdrinken

Die avond was echter alles anders. “Ik verloor alles wat ik had,” zegt Khaine met een treurige blik. “De storm was zo sterk, dat alle huizen werden weggeblazen.” Zittend op de houten vloer van zijn op palen staande nieuwe huisje kijkt hij peinzend over het water uit. Nog altijd is Nargis een traumatische herinnering voor veel Birmezen. “Mensen zwommen naakt rond. Ze verloren hun kleren in de golven. Overal dreef hout en rommel.” De storm raasde voor dertien uur, met windstoten van meer dan 200 kilometer per uur. Naar schatting verloren 140.000 mensen die nacht hun leven. Gelukkig voor Khaine bleef Thakyarhinoh redelijk gespaard. Het dorp telde ‘slechts’ 28 doden, en Khaine's familie was niet onder hen. Het naastgelegen dorp verloor echter meer dan de helft van haar ruim 300 inwoners in het wassende water. “We vonden de volgende ochtend maar vijf lichamen terug. De rest is nooit gevonden, meegenomen door de zee.” 

Toen de wind ging liggen was de nachtmerrie echter nog niet voorbij. “De eerste dagen hadden we geen eten en drinken. We dronken kokosnotenmelk, en vingen regenwater op in plastic zakken,” legt Myo uit. “Sommige mensen dronken rivierwater, maar werden daar snel ziek van. Het water was vies van alle dode lichamen.” 

Birma

Myo Khaine in zijn huis in Birma’s Irrawaddy delta.

Keerpunt
Nargis kan gezien worden als een keerpunt in Birma’s recente geschiedenis. Voor een ramp van zulke proporties, was de reactie van de militaire junta extreem traag. Pas vier dagen na de storm vroeg de Birmese overheid de internationale gemeenschap officieel om hulp. Maar toegang tot het land zelf werd aan buitenlandse hulpverleners ontzegd. Het leidde tot veel internationaal protest. Voor een land wat ruim veertig jaar van de buitenwereld was afgesloten, bracht Nargis ongewenste internationale inmenging in binnenlandse aangelegenheden. Daar zat het regime niet op te wachten. 

Ook voor Birmese organisaties was het verboden om naar de getroffen gebieden af te reizen. In de chaotisch situatie na de storm probeerde het regime de sociale controle te behouden door reizen onmogelijk te maken, en de omvang van de ramp als minder groot af te schilderen. Voor de getroffen Birmezen werd hiermee eens te meer duidelijk wat men van de overheid kon verwachten. Nog geen jaar na de hard neergeslagen Saffraan revolutie uit 2007, toen beelden van protesterende studenten en monniken de hele wereld overgingen, bleek dat de dictatuur ook nu weinig om het lot van haar bevolking gaf. Nargis is in Birma’s collectieve geheugen gegrift als de dag dat de overheid haar burgers onbekommerd liet verdrinken. 

Birma

Jongens aan het werk in het vissersdorpje Thakyarhinoh.

Zelf hulp geven 
In 2011 besloot de militaire junta de macht over te dragen aan een burgerregering. Volgens sommige Birma-watchers was dat deels het gevolg van de gebrekkige reactie op Nargis. De autoriteiten beseften dat ze het laatste restje goodwill onder de bevolking hadden verspild en verandering onontkoombaar was.

Sindsdien is het land geleidelijk aan vrijer en opener geworden. Buitenlanders zijn weer welkom. De economie werd geliberaliseerd. En de allesomvattende censuur werd opgeheven. Hierdoor hebben burgers meer mogelijkheden. Ook tijdens rampen. Bij gebrek aan een behulpzame overheid, namen velen deze zomer het heft in eigen handen. In augustus, toen de omvang van de nieuwe overstromingen duidelijk werd, ontstond een grootschalige sociale beweging onder de verstedelijkte inwoners van Birma. Zij boden nu zélf hulp aan in de rampgebieden. 

Veel vrijwilligers 
Een van hen was Evelyn Maung, een studente uit Yangon. Eind augustus trok zij naar het overstromingsgebied ten noorden van de stad Mandalay met ingezameld voedsel en water. Volgens Maung is het de eerste keer dat Birmezen op grote schaal hulp aanbieden. “Mensen op straat gaven heel veel geld. Ook kondigden we onze actie aan op Facebook aan. Wij alleen al zamelden zo’n 9000 dollar in.” Het kostte Maungs groep twee dagen om de getroffen gebieden te bereiken. “De mensen waren behoorlijk wanhopig. Er was nog totaal geen hulp geboden.” 

Hoewel ze de maatschappelijk reuring toejuicht, schaamt Maung zich voor de situatie in haar land. “Er zou minder lijden zijn geweest als er voorzorgsmaatregelen waren genomen. Daar had de overheid voor moeten zorgen. Maar ik wil ze nergens van beschuldigen,” haast ze zich erachteraan te zeggen. Vrijuit kritiek uiten op de regering blijft voor veel mensen nog onwennig in het vernieuwde Birma.

Birma

Een boot vaart ter hoogte van de daken van huizen in Kangyidaunt township in Birma tijdens de overstromingen van afgelopen zomer. Foto: Hein Htet / The Irrawaddy.

Ook Yin Nyein, projectmedewerker van de Birmese organisatie Nentwork Activities Group, beaamt de falende overheidsrol in het voorkomen van overstromingen. Samen met een groep studenten gaf Nyein in 2008 hulp in verboden gebieden. Deze zomer ging dat makkelijker en mocht hij binnen drie dagen de noodgebieden betreden. Maar dat is niet voldoende, vindt Nyein: “Ter preventie van nieuwe overstromingen zijn er grote infrastructurele projecten nodig. Die kunnen alleen door de overheid uitgevoerd worden. Maatschappelijke organisaties zijn daar niet toe in staat.” 

Spiritueel burgerschap
“Birma heeft een lange traditie van vrijwilligershulp en herdistributie van goederen via sociale instituten. In het bijzonder via de boeddhistische kloosters,” zegt Gerard McCarthy, onderzoeker burgerschap aan de Universiteit van Yangon. In een land waar bijna 90 procent boeddhist is, is dit informele hulpkanaal veel groter dan de officiële herverdeling via overheidsbelastingen. Donaties en directe noodhulp van burger tot burger sluiten aan op deze boeddhistische tradities. “Het brengt spirituele voorspoed voor zowel de gever als de maatschappij als geheel. Het is een vorm van direct, spiritueel burgerschap.” 

Het boeddhistische herverdelingssysteem is veel verder ontwikkeld dan het overheidssysteem

Maar het biedt alleen een kortetermijnoplossing, benadrukt McCarthy. Op de lange termijn is het geen structurele oplossingen voor de constant terugkerende overstromingen. Bovendien is deze vorm van burgerschap kenmerkend voor een diep wantrouwen in tussenpersonen zoals de overheid. Het wantrouwen woordt gevoed door het idee dat de overheid tekortschiet. “Er heerst een publiek idee van het falen van de overheid als collectieve vader. Slachtoffers geven aan zich als vaderloze kinderen te voelen.” Spirituele burgerschap draait om het directe contact met het lijden van de ander. McCarthy: “Sommige hulpverleners zien deze mensen als familie en schudden persoonlijk de hand met slachtoffers.” 

Kloosters als distributiecentra
Wantrouwen tegenover de overheid komt ook voort uit een gebrek aan financiële verantwoording. Niemand weet wat er met overheidsgeld gebeurt. Met donaties aan kloosters ligt dat anders. McCarthy: “Het boeddhistische herverdelingssysteem is veel verder ontwikkeld dan het overheidssysteem. Kloosters werden geïmproviseerde distributiecentra. En monniken gaven publiekelijk aan van wie het gedoneerde voedsel afkomstig was.”

Dit alles gold ook voor Maung en haar actiegroep. “We gaven het water en voedsel rechtstreeks aan boeren. In ruil daarvoor kregen we een zegen van hen.” Met hulp van social media kreeg spiritueel burgerschap zo de mogelijkheid uit te groeien tot een sociale beweging van noodhulp die onder het oude regime onmogelijk was geweest. 

Birma

Een monnik op de stijger van het lokale Boeddhistische klooster. 

Op de golven van verandering
De vraag blijft welke rol deze vormen van burgerschap gaan spelen in het vernieuwde Birma. Volgens McCarthy zullen natuurrampen de relatie tussen de overheid en maatschappelijke organisaties en sociale bewegingen blijven beïnvloeden. Het maatschappelijk middenveld bewoog de afgelopen jaren mee op de golven van de politieke transitie en heeft actief gebruik gemaakt van de nieuwgeboden vrijheden.

Maar een centraal overheidsbeleid blijft hard nodig, vind Yin Nyein. “Er zijn momenteel geen systematische reacties op de overstromingen. Hulporganisaties werken vooral in dorpen die het meest toegankelijk zijn en laten de moeilijk bereikbare dorpen links liggen. De overheid zou hier centraal de leiding in moeten nemen.” 

Hulporganisaties laten de moeilijk bereikbare dorpen links liggen

De hoop hierop is nog nooit zo groot geweest sinds de Birmezen afgelopen 8 november in grote getallen naar de stembus trokken. Aung San Suu Kyi en haar NLD wonnen met enorme overmacht de parlementsverkiezingen en lijken de nieuwe regering te gaan vormen. Echter, voor de politieke verandering om echt doorgezet te kunnen worden, zal de nieuwe overheid het vertrouwen terug moeten winnen.  

Bang
Voor de slachtoffers van de overstromingen zal het wel een tijd duren. Myo Khaine is nog steeds bang wanneer hij een nieuwe storm hoort opkomen. “We kopen niet veel spullen meer, want iedereen is bang het binnenkort weer te verliezen in het water.” 

Het ruim vijf jaar voor zijn dorp de gevolgen van Nargis volledig te boven was gekomen. Daarbij kreeg hij voornamelijk steun van hulporganisaties. Om de overheid geeft hij weinig. Terwijl het water rustig tegen z’n vissersbootje aanklotst en de stormen ver weg lijken, zegt hij: “We krijgen toch nooit iets van hen.” Aan Aung San Suu Kyi de taak om ook Khaine en de zijnen vertrouwen te geven in Birma’s nieuwe politieke koers.

Dit artikel werd geschreven in samenwerking met het schrijverscollectief The Caravan’s Journal. Met extra dank aan Thiha Thu Naung.

OneWorld magazine nu met kookboek cadeau

Bart Crezee

Bart Crezee is milieuwetenschapper. Hij bestudeert en schrijft over...

Lees meer van deze auteur >

Reacties