Congo moet zich aan China spiegelen

01-09-2006
Door: Tekst: Julie Ndaya


Joseph Kabila blijft hoogstwaarschijnlijk aan als president van Congo. In een van zijn schaarse interviews, in het tijdschrift La Revue, verkondigde hij onlangs: 'Je veux faire du Congo la Chine de l'Afrique.' De Europese regeringen zien dergelijke aspiraties met lede ogen aan. Ze waarschuwen Afrika voor de onbetrouwbaarheid van de Chinezen: deze zouden alleen uit zijn op hun eigen gewin. Anderen vinden de toenadering van Afrikaanse leiders tot China gevaarlijk, omdat China zich niet druk maakt om mensenrechten en democratie.

Dit is merkwaardig. De belangen van het Westen in Afrika worden altijd goed weggestopt in kreten als 'hulp aan de economische ontwikkeling', maar de tweede agenda is wel degelijk steeds aanwezig. Het gaat hierbij niet alleen om direct geldelijk gewin, of om steun aan oud-president Mobutu zodat deze over het hele continent wapens kon verspreiden. Veel verwoestender is de eis om de samenleving om te vormen naar westers model. Terwijl er nooit echt aandacht is geweest voor de identiteit van het Congolese volk. Door de mentale overheersing zijn de Congolese leiders ware apostelen geworden van de Europese ideeën over bestuur, wetende dat er weinig culturele parallellen tussen Afrika en Europa zijn die de toepasbaarheid van zo'n bestuursmodel aannemelijk maken.

Sociale identiteit

Kijken we daarentegen naar de geschiedenis van Congo en China, dan zien we meteen een aantal cultuurhistorische raakvlakken. Overeenkomsten zijn er bijvoorbeeld in de manier waarop wordt omgegaan met gezag en leiding, en op religieus gebied.

Tot in de jaren tachtig had China door het communistische regime een slechte reputatie in het Westen. Het hoorde tot de meest autoritaire landen ter wereld. De huidige president Hu Jintao zoekt echter naar een middenweg: een bestuursvorm waarmee zowel de voorstanders van het neoconservatisme, die nog nostalgie hebben naar het maoïsme, als de voorstanders van de sociale democratie 'à la chinoise' (vergelijkbaar met de Perestrojka van Gorbatsjov) vrede kunnen hebben.

De wil van de Chinese leiders om vast te houden aan de op de mentaliteit en behoeften van hun volk gerichte bestuursvormen, heeft zonder meer zijn vruchten afgeworpen: China is tegenwoordig een grote economische concurrent van het Westen.

Wie de Congolese volkswijken kent en op bezoek gaat in de 'hutongs' van Peking kijkt zijn ogen uit: overal zie je kleine familiale ondernemingen. Bijna iedereen heeft water en elektriciteit. Om de paar honderd meter vind je een openbaar toilet.

Hoeveel impact heeft een waarschuwing voor het gebrek aan democratie in China wanneer je ziet dat de Chinezen zoveel meer ontplooiingskansen hebben dan de mensen in het economisch en moreel leeggeroofde Congo?

Het behouden van de Chinese sociale identiteit lijkt de voorwaarde te zijn geweest voor de ontwikkeling die China nu doormaakt. Congo kan zich hierdoor laten inspireren door bij het kiezen van een bestuursvorm die economische groei mogelijk moet maken, dicht bij de eigen realiteit te blijven. Voor Kabila ligt daar in zijn nieuwe ambtstermijn de uitdaging. Wat de Congolezen willen, is een regering die aanwezig is, die zorgt voor water, elektriciteit, fatsoenlijke gezondheidszorg en onderwijs. Wat de bevolking nodig heeft om dat op te bouwen, is een hernieuwde identiteit.

Julie Ndaya is etnoloog bij het Afrika Studie Centrum Leiden



Reacties