Citaten van prins Claus over ontwikkeling

07-10-2002
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

‘De internationale samenwerking gericht op de ontwikkeling van de arme landen beschouw ik als een van de belangrijkste opgaven van onze tijd.’
(1973, in open brief aan alle Nederlandse vrijwilligers).

De prins waarschuwt tegen zelfoverschatting tegenover ontwikkelingswerkers. ‘De ontwikkelingshulp die de rijke wereld aan de arme wereld geeft is marginaal. En de hulp van de vrijwilligerskorpsen is weer een marginaal onderdeel van de marginale ontwikkelingshulp. Dat zegt niets over het belang van het werk, maar het is wel een feit dat je voortdurend in je achterhoofd moet houden.’
(1974, interview bij de installatie van prins Claus als voorzitter van SNV).

‘Het ontwikkelingsprobleem is een gecompliceerde zaak. Iedereen beseft nu wel dat de toestanden in de Derde Wereld niet alleen daar moeten worden opgelost, maar ook – en misschien wel vooral – door veranderingen, hervormingen, in de maatschappijen van de rijke landen zélf. Er bestaat een diepe en indringende relatie tussen hún armoede en ónze rijkdom. Onze economische, monetaire en handelssystemen hebben daar alles mee te maken.’
(1974, openingstoespraak op een schooldecanendag in het Koninklijk Instituut voor de Tropen).

‘Het is naar mijn oordeel erg belangrijk dat de burgers van de rijke landen terdege leren beseffen dat zij niet alleen kapitaal, goederen en technische kennis naar de arme landen moeten exporteren, maar zich óók dienen in te spannen om de onrechtvaardige wereldhandelsverhoudingen rechtvaardiger te maken.’
(1977: artikel in de Tanzania-krant van samenwerkende Friese organisaties).

‘Ik ben altijd voorstander geweest van de vrijheid van ondernemers, van de vrijheid van boeren die er brood in zien voedsel te produceren dat mensen in de stad kunnen eten …Boeren over de hele wereld zijn slim, zijn misschien wel de beste ondernemers die ik ken. Maar dan moet je ze wel de ruimte geven.’
(1985, interview naar aanleiding van 20 jaar SNV).

‘We moeten ontwikkelingslanden ook de mogelijkheid geven handel te drijven en niet onze markten afsluiten voor hun producten, niet de prijzen voor hun goederen zo laten zakken dat het voor hen soms weinig zin meer heeft aan de wereldhandel deel te nemen.’
(1985, interview naar aanleiding van 20 jaar SNV).

‘An awareness of one’s own cultural identity and past is a fundamental condition for sustainable autonomous development.’
(1988: stellingen bij het aanvaarden van het ‘Honorary Fellowship’ aan het Institute of Social Studies).

‘Protectionism in the rich countries does more harm than the good which development aid even under most favourable conditions can do.’
(1988: stellingen bij het aanvaarden van het ‘Honorary Fellowship’ aan het Institute of Social Studies).

‘Development in the true sense of the word is impossible without some form of democracy which gives the people some say in the process. It is a question of enabling people to direct their energies within their own interests. I am not using democracy here in the formal Western sense, but on its more basic meaning of ‘by the people for the people’.
(1988: stellingen bij het aanvaarden van het ‘Honorary Fellowship’ aan het Institute of Social Studies).

‘Ik begin met een wens: niet meer praten over ‘ontwikkelingssamenwerking en ‘ontwikkelingswerkers’. In het gebruik van deze termen zit een zekere opdringerigheid besloten: alsof wij voortdurend niet of niet voldoende ontwikkelde mensen moesten ontwikkelen. Ik vind het enigszins aanmatigend dat wij in de ‘Derde Wereld’ mensen of hele gemeenschappen zouden kunnen ‘ontwikkelen’.’
(1995 artikel ‘Krediet als recht van de armen’).

‘De term ‘ontwikkelingssamenwerking’ is een eufemisme. Een woord dat de lading niet dekt omdat er sprake is van twee zo ongelijke partners. We zijn hier al dertig jaar bezig. Maar het is niet iets dat je van buitenaf kunt doen. Aan de ene kant steun je mensen, maar tegelijkertijd maak je ze nog afhankelijker. We moeten beseffe

SNV Nederlandse ontwikkelingsorganisatie

Reacties