China grote afwezige op Sociaal Forum Azië

30-03-2006
Door: Antoaneta Bezlova
Bron: IPS

Ongeveer 30.000 afgevaardigden uit meer dan vijftig vooral Aziatische landen bezochten het WSF in Karachi. Ze discussieerden over wereldwijde economische ontwikkelingen en in het bijzonder over de positie van mensen die daardoor op achterstand raken. Het Forum trok veel bezoekers uit grote ontwikkelingslanden als India.
 
China werd vertegenwoordigd door een bescheiden afvaardiging van tien mensen. Zij kwamen namens het Chinese NGO Netwerk voor Internationale Uitwisseling (Chinango). De delegatie nam slechts één paneldiscussie voor haar rekening, over het belang van de Chinese economische groei voor de ontwikkeling en welvaart van Azië.
 
Migratie
 
Chinango gaat officieel door voor niet-gouvernementeel, maar werd vorig jaar door de Chinese regering in het leven geroepen om Chinese ngo's te vertegenwoordigen op buitenlandse conferenties. De Chinese milieubeweging, mensenrechtenactivisten en onafhankelijke burgers die hadden kunnen spreken over de uitdagingen waar het zich snel ontwikkelende land voor staat, schitterden door afwezigheid.
 
En uitdagingen zijn er zeker in het 1,3 miljard inwoners tellende land. Zo zit China middenin een omvangrijk verstedelijkingsproces. Chinese leiders willen dat voor 2020 driehonderd tot vierhonderd miljoen boeren van het platteland naar de steden migreren. In minder dan twintig jaar tijd hopen zij een proces te voltooien dat in westerse, ontwikkelde landen drie- tot vierhonderd jaar duurde.
 
Volgens officiële cijfers is de urbanisatiegraad in China 41,8 procent. Dat betekent dat 540 miljoen mensen in de steden leven. De regering wil de urbanisatiegraad opvoeren tot 75 procent voor het midden van deze eeuw, met als doel de levensstandaard van de bevolking te verhogen en langdurige economische groei te garanderen. De snelle economische ontwikkeling in het land kan niet doorgaan als geen beroep wordt gedaan op de plattelandsbevolking.
 
Goedkope arbeid
 
Miljoenen migranten van het platteland leveren al zeer goedkope arbeid en die bleek de afgelopen jaren essentieel voor het 'economische wonder' van China. Veel migranten werken op een van de duizenden bouwplaatsen in de steden. In andere gevallen gaat het om jonge meisjes die speelgoed, kleding en schoenen voor export maken in fabrieken in de kuststeden.
 
Deze migranten, volgens officiële cijfers zo'n 130 miljoen in aantal, werken echter onder zeer slechte omstandigheden. Hun salarisuitbetaling is vaak onzeker en kinderen van migranten hebben geen toegang tot gezondheidszorg en onderwijs. De arbeiders kunnen op elk willekeurig moment ontslagen worden en genieten nauwelijks rechtsbescherming.
 
Hun abominabele rechtspositie drijft sommige arbeiders tot wanhoop. In Shenyang in het noordoosten van China, dreigden zeven bouwvakkers die al lange tijd op hun salaris wachtten, vorig jaar met collectieve zelfmoord. Volgens het China Labour Bulletin, een groep in Hongkong die zich bezighoudt met arbeidersrechten, telde de provincie Guangdong vorig jaar meer dan duizend stakingen waar gemiddeld meer dan honderd arbeiders bij betrokken waren. Guangdong is een kustprovincie met veel fabrieken. Tijdens de meeste stakingen eisten migranten slechts het loon waar ze recht op hadden.
 
Sloppenwijken
 
Uit een recente studie van het Nationale Volkscongres, het Chinese parlement, blijkt dat migranten in totaal nog 8,3 miljard euro achterstallig salaris tegoed hebben. Deskundigen waarschuwen dat deze migranten, samen met ontslagen werknemers van staatsbedrijven, een stedelijke onderklasse dreigen te worden die voor veel sociale onrust kan zorgen. Aan de randen van sommige steden ontstaan al nieuwe sloppenwijken.
 
Uit onderzoek blijkt verder dat de verschillen tussen rijk en arm in China steeds verder toenemen. Terwijl 20 procent van de stadsbewoners in de laagste inkomensgroep valt, delen zij slechts mee in minder dan 3 procent van de welvaart, stelt een rapport van de Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie.
 

Reacties