Wanneer is de diploma-uitreiking?

17-02-2009 Bron: IS Online
Speelkwartier op basisschool in Katosi

Na tien jaar investeren gaan er dan wel een miljoen kinderen extra naar school, maar daarvan maken er uiteindelijk maar zeventigduizend die school ook echt af.

Speelkwartier op een basisschool in Katosi, op een pittoreske plek vlakbij het Victoriameer in Uganda. Yosamu Kintu is hoofdmeester van de basisschool in Katosi. Er gaan 347 leerlingen naar zijn school, die in zeven klassen zitten en met zijn allen vier leraren delen. Sommige klassen zijn iets kleiner dan het gemiddelde van vijftig, in de volste klas zitten tachtig leerlingen. Een rooster bepaalt wanneer er voor welke klas een docent beschikbaar is. Wanneer de hoofdmeester ons rondleidt, moeten we ons een weg banen door de kinderen. Het blijkt onmogelijk een behoorlijke foto van de meester te maken, telkens springen er talloze leerlingen voor de lens. Welke kant je ook op kijkt, overal rennen, spelen en donderjagen kinderen.
En dat is niet alleen het geval op deze school. Overvolle klassen, lerarentekorten en ruimtegebrek zijn problemen waar vrijwel iedere overheidsschool in Uganda mee te maken heeft, sinds het land in 1996 gratis basisonderwijs invoerde. Nederland, dat jaarlijks zo’n 40 miljoen euro in Uganda investeert, betaalde mee aan invoering van het gratis basisonderwijs, een programma dat Universal Primary Education (UPE) genoemd wordt. Jaarlijks gaat zo’n 15 miljoen euro van het Nederlandse ontwikkelingsbudget naar het basisonderwijs. In 2008 was dat zelfs 25 miljoen, vertelt de Nederlandse ambassadeur in Uganda Jeroen Verheul. “We kunnen trots zijn op de bijdrage van Nederland”, vindt de ambassadeur. Nederland was vanaf het begin bij UPE betrokken. “In 1996 gingen er zo’n zevenhonderdduizend Ugandese kinderen naar de eerste klas van de basisschool. Tien jaar later waren dat er twee miljoen. Dat is een verdrievoudiging en dat vind ik een hele prestatie, zeker in land waar de infrastructuur niet geweldig is”, aldus Verheul. Hoofdmeester Kintu van de basisschool in Katosi is te spreken over de invoering van het gratis basisonderwijs. “Sinds de start van UPE hebben we meer lesmateriaal gekregen van de overheid, en zijn salarissen van leerkrachten omhoog gegaan.” Maar hij kampt ook met de problemen die het enorme aantal leerlingen met zich meebrengt. “Van alle kinderen die hier binnen komen, haalt slechts de helft de zevende klas.”

Drop-outs
Het ogenschijnlijke succes van het miljoen extra kinderen op de basisschool wordt deels teniet gedaan door het uitzonderlijk hoge aantal drop-outs. Kwamen er voor de afschaffing van het schoolgeld nog 400.000 kinderen met een diploma van de basisschool, nu zijn dat er 470.000. Voer voor critici, die vinden dat een toename van 70.000 gediplomeerde basisschoolleerlingen per jaar wel erg weinig is, zeker voor al het geld dat erin geïnvesteerd is. Een van die critici is Andrew Mwenda, hoofdredacteur van The Independent en wereldwijd een veelgevraagd spreker. “Wat er in het Ugandese basisonderwijs gebeurt, is echt schandalig. Van alle kinderen die in de eerste klas beginnen, haakt 78 procent af voordat de eindfase bereikt is. Maar liefst 69 procent van de kinderen kan niet eens lezen of schrijven, want leraren zijn er vaker niet dan wel.” Welgestelde Ugandezen sturen hun kinderen daarom liever naar privé-scholen. Ambassadeur Verheul beaamt dat de kwaliteit van het mede door Nederland gefinancierde basisonderwijs te wensen overlaat. “De schooluitval is enorm. Drie jaar geleden ontkende de overheid zelfs nog dat er een probleem was, maar de afgelopen jaren hebben we daar flink op gehamerd om het onder de aandacht te brengen. Meer kinderen naar school krijgen is één ding, maar de volgende stap is dat ze op school blijven, en die verlaten met basisvaardigheden. Het millenniumdoel voor onderwijs zegt dat alle kinderen in 2015 de basisschool moeten completeren. Uganda heeft nog een hele slag te maken.” Het oplossen van het probleem van schooluitval is niet eenvoudig, geeft ambassadeur Verheul toe. “Anderhalf miljoen kinderen op school houden is niet alleen een taak van de overheid, maar ook van de ouders en van lokale bestuurders. Op het platteland wordt de waarde van onderwijs nog onvoldoende onderkend. Ouders maken een economische afweging. Wanneer heb je het meest aan je kind: als het naar school gaat, of als het op het land of in de huishouding werkt? Als er slecht onderwijs gegeven wordt, zullen ouders eerder beslissen om hun kind van school te houden. Dat is ook de ervaring van hoofdmeester Yosamu Kintu. “Soms willen de ouders liever dat kinderen thuis helpen om geld te verdienen”, zegt hij. “Doordat mijn school dicht bij het Victoriameer ligt, zijn veel ouders vissers. Soms zien zij het belang van onderwijs zelfs helemaal niet in en nemen ze hun kinderen elke dag mee op de boot.”

Onderwijs na de oorlog
In Noord-Uganda, waar het na de twintig jaar durende terreur van het Verzetsleger van de Heer sinds twee jaar weer rustig is, moet de onderwijssector weer vanaf de grond worden opgebouwd. Het voornamelijk uit kindsoldaten bestaande leger van de beruchte Joseph Kony is nog altijd niet verslagen, maar zaait tegenwoordig dood en verderf ver weg in Congo, Sudan en de Centraal-Afrikaanse Republiek. Voorzichtig verlaat de bevolking van Noord-Uganda de vluchtelingenkampen, om weer naar de geboortegrond terug te keren. Om de terugkeer te bevorderen, moeten scholen nu verplaatst worden van de kampen naar de dorpen. “Dit jaar en volgend jaar besteden we vijf miljoen euro aan de wederopbouw van het Noorden”, vertelt ambassadeur Verheul. Normaliter geeft Nederland zo’n 35 miljoen euro hulp aan Uganda, maar door de humanitaire situatie in het Noorden zag minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking zich genoodzaakt om die tot 40 miljoen te verhogen, speciaal voor de getroffen regio’s. “De onderwijsinfrastructuur in het Noorden ligt volstrekt in puin, vanwege het conflict daar”, aldus Verheul. “Mensen zijn hun dorpen uit gevlucht, en hebben jarenlang in vluchtelingenkampen gewoond. In de dorpen moet alles weer helemaal opnieuw opgebouwd worden, inclusief de scholen. Pas als die infrastructuur er weer is, kun je inzetten op het volgende doel: ervoor zorgen dat de kinderen die naar school gaan, hun opleiding ook afmaken.”

Een fiets voor de leraar
In West-Nile, een gebied in het noordwesten van Uganda dat eveneens te lijden had onder Kony’s Verzetsleger, worden scholen gebouwd én is een programma gestart om schooluitval aan te pakken. Ambassadeur Verheul: “Samen met het Ugandese ministerie van Onderwijs bekijken we wat ervoor zorgt dat kinderen op school blijven, en die ook afmaken. Ook proberen we verschillende maatregelen uit. De afwezigheid van leraren is een groot probleem; ze verschijnen gewoon niet op hun werk. Een reden daarvoor is bijvoorbeeld dat er geen huizen in de buurt van de school gebouwd zijn. Sommige leraren moeten daardoor wel 15 kilometer naar school toe lopen. Stel, je bouwt huizen bij de school, willen ze daar dan wel wonen? Als alternatief kunnen we leraren een fiets geven. Dit soort oplossingen proberen we uit, en dan bekijken we welke interventies het meest effectief zijn, afgezet tegen de kosten.”
Intussen probeert hoofdmeester Yosamu Kintu zijn leerlingen in het gareel te krijgen, terug de klaslokalen in. Hij kijkt positief terug op de invoering van de UPE. “Vroeger waren er maar weinig scholen, nu zijn het er veel. Je moet het gratis onderwijs als een enorme kans zien. Ook al gaat het langzaam, er is vooruitgang. Als we er toch eens drie of vier klaslokalen bij zouden krijgen, en een paar leraren, dan is dit binnenkort een topschool.”

Arne Doornebal

Arne Doornebal is Afrika-journalist. 

Lees meer van deze auteur >

Reacties