Techvrijwilliger: blijf liever thuis

03-03-2015 Bron: OneWorld
Op een school vlakbij Nairobi gebruiken leerlingen de app van start-up Eneza Education.
Scholieren in Nairobi gebruiken de app van start-up Eneza Education. Foto: G. van der Kamp & A. Piels
Je bent jong, westers, tech-savvy en je wilt wat: de wereld veroveren met een start-up. Maar in Afrika zit niet iedereen op deze ambitieuze techvrijwilligers te wachten.
Reportage – 

“Laten we een insane impact gaan maken in ontwikkelingslanden. Grijp je kans, doe iets!” In San Francisco spreekt Nicholas Fusso fanatiek een groep mensen toe op een event van D-Prize. Dat is een organisatie die startkapitaal uitdeelt aan start-ups die, vaak met techoplossingen, ontwikkelingslanden willen helpen. Fusso, programmadirecteur van D-Prize: “We groeien. Sinds onze start begin 2013 hebben we 1.600 aanvragen binnengekregen, waarvan we uiteindelijk 25 geld hebben toegekend.” Dat gaat dan om zo’n 18.000 euro (20.000 dollar) per startende onderneming.

Je zag hem denken: Domme blanke. Konden we weer opnieuw beginnen

Tabletapp
De Amerikaanse start-up Miti Health kreeg geld van D-Prize en Stanford University om in Kenia een tabletapp te lanceren die de distributie van medicijnen naar apotheken efficiënter maakt. Jessica Vernon, medebedenker en student geneeskunde, stuurt vanaf haar studentenkamer op Stanford University, in het hart van Silicon Valley, een klein team in de Verenigde Staten en Kenia aan. Maar  dit gaat niet zonder slag of stoot.
Vernon: “We hebben veel tegenslagen gehad. Toen we na maanden bouwen vol trots een prototype van ons systeem aan een lokale verpleger lieten zien, keek hij ernaar en zei: Waardeloos. Dit hebben we allang geprobeerd. Je zag hem denken: Domme blanke. Konden we weer opnieuw beginnen.”

In no time weg
Je kunt met startkapitaal naar Afrika vertrekken, maar ook op de bonnefooi met een zak spaargeld uit je vorige baan. Software-ontwikkelaar Richard Marron was programmamanager bij Microsoft in de Verenigde Staten en volgde zijn vriendin, die een baan kreeg in Kenia, naar Afrika. Ze zijn van plan een jaar te blijven. Nog geen maand in Nairobi en hij droomt al van een start-up. Iets met een sensornetwerk op mobiele telefoons. Althans, dat is zijn eerste idee. Marron: “Ik weet nog niet precies wat ik wil gaan doen. Je kunt op zoveel manieren derdewereldlanden helpen. Het leven hier is zo goedkoop dat ik de kans heb om dingen uit te proberen. Het is tot nu toe een geweldige ervaring.”

Erik Hersman in de door hem opgezette iHub, techhotspot in Nairobi.

Erik Hersman. 

Foto: Gemma van der Kamp & Albertine Piels

Niet iedereen is blij met dit soort experimenten. Nicholas Barnwell, regiodirecteur van accelerator 88mph die tech start-ups in Nairobi op weg helpt: “Je ziet te vaak dat jonge techondernemers invliegen in derdewereldlanden omdat het goed staat op hun cv, maar bij de eerste tegenslag binnen no time weg zijn.” Daarbij, hoe kunnen zij aan de andere kant van de wereld of na krap een maand in het land, inzien waar problemen precies liggen?  “Draai het eens om”, zegt Erik Hersman, een Afrikaan die in Nairobi iHub, een bekendste hotspot voor techbedrijven, heeft opgezet. “Zet een Afrikaanse groep techneuten in Amsterdam met de opdracht in een jaar tijd de lokale problemen op te lossen zonder enige culturele context. Dat werkt niet.”  

Babysitten in een ontwikkelingsland
Het Frugal Innovation Lab van de Amerikaanse Santa Clara University, op een half uur van Silicon Valley, pakt het anders aan. Silvia Figueira, coördinator van projecten met mobiele technologie in het Lab: “Sociale ondernemingen wereldwijd benaderen ons met de vraag of onze studentingenieurs een app willen bouwen. Denk aan een applicatie voor daklozen in Mexico waarmee ze de dichtstbijzijnde kliniek, kleding depot of opvanghuis kunnen vinden. Het idee komt van de mensen uit het land zelf, en dus van onderaf. Je kunt niet van onze studenten verwachten dat ze weten wat er in de landen speelt. En ze twee weken naar een land sturen om zogenaamd problemen te inventariseren is zinloos. Dan ben je alleen maar aan het babysitten.”

Ik zeg altijd tegen wannabe ondernemers: Voordat je echt iets kunt bereiken, ben je tien jaar verder

Quizzen
Ga je dan toch, dan moet volgens de Amerikaanse Toni Maraviglia, medebedenker van de onderwijsapp Eneza Education, je hart in het land waar je werkt liggen en je intentie zijn daar ook echt te blijven. “Ik zeg altijd tegen wannabe ondernemers: Voordat je echt iets kunt bereiken, ben je tien jaar verder. Daar schrikken veel start-ups van.”
Voordat Maraviglia de app waarmee schoolkinderen met quizzen voor toetsen oefenen bedacht, werkte ze drie jaar als lerares op het Keniaanse platteland. Ze emigreerde naar Kenia en werkt nu fulltime voor de start-up die redelijk succesvol is: verschillende scholen gebruiken de betaalde applicatie, en met prijzengeld en bijdragen van investeerders kon ze haar team uitbreiden.
Het binnenhengelen van fondsen slokt het merendeel van haar tijd op. Maraviglia: “Investeerders aan boord krijgen is een soort daten. Ze moeten je leuk vinden, vertrouwen in je krijgen. Het kan maanden duren voordat je beet hebt.” En dan moet het ook allemaal maar aanslaan.

Studenten aan het werk in het Frugal Innovation Lab op Santa Clara University.

Studenten aan het werk in het Frugal Innovation Lab in Silicon Valley

De bottom-up werkwijze van het Frugal Lab wordt bejubeld na de jarenlange top-down benadering van veel ontwikkelingswerk. Toch komen er weer andere problemen om de hoek kijken.

Figueira: “De stand van zaken na ongeveer drie jaar is dat er uiteindelijk maar een handvol projecten echt werken. De grootste horde ligt in de landen zelf. Daar is vaak training nodig om de mobiele technologieën te gebruiken en daar hebben wij de capaciteit niet voor. En dan blijft zo’n app of systeem soms gewoon in de kast liggen. Daar moeten we iets mee, maar het kan voor ons als universiteit niet ons voornaamste doel zijn. Dat is studenten leren te ontwerpen voor een heel andere markt.”

Culturele context
Voor Miti Health is het de komende maanden erop of eronder. Vernon: “Het is lastig om het van een afstand te regelen. We werken nu samen met 15 apotheken in Kenia, dat is een begin maar nog veel te weinig om op eigen benen te staan. Vernon besteedt haar weekenden aan het aanvragen van een nieuw fonds. Opnieuw van Stanford. “Als we dit geld niet krijgen, weet ik niet of we nog lang door kunnen gaan.”
Het blijft lastig. Met en zonder geld, want ook na jaren in een ander land, ken je als westerling de culturele context nog niet door en door. Erik Hersman: “We doen er beter aan om een klas vol slimme Afrikaanse techneuten en visionairs op te leiden op Stanford in Amerika. Die kennis kunnen ze daarna in hun thuisland inzetten.”

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Postcode Loterij Fonds van Free Press Unlimited.

Gemma van der Kamp

Journalist, antropoloog en docent online journalistiek. Onderzoekt de impact...

Lees meer van deze auteur >
Albertine Piels

Journalist, documentairemaker en oprichter Hackastory. Onderzoekt de impact...

Lees meer van deze auteur >

Reacties