'Startup moet geen professionele organisatie willen zijn'

17-07-2014 Bron: OneWorld
Verslag – 

Een pittige stelling maakte Thomas Vaassen (31), mede-oprichter van de Impact Hub Amsterdam, tijdens  de Ondernemen Zonder Grenzen Breakfastclub. “Als startup moet je geen professionele organisatie proberen te zijn.” Op de maandelijkse bijeenkomst wisselen ondernemers, onder het genot van een ontbijtje, inzichten uit om te voorkomen dat zij in valkuilen stappen.

Vaassen heeft als serial entrepreneur de Hub consultancy Realize en coachcafés van Blik-Opener opgericht. Met koffie en croissant in de hand vertelt hij over zijn ervaringen bij de oprichting van de Impact Hub. Door zijn ervaringen is hij veel te weten gekomen over informal investments in groeiende startups.

Thomas Vaassen

Ontmoetingsplek
Met een groep vrienden wilde Vaassen een ontmoetingsplek creëren waar ondernemers samenwerken aan een betere toekomst. Samen met drie anderen werd de eerste Hub in Nederland gestart. “We kwamen er al snel achter dat een uitgebreid netwerk ontzettend belangrijk is in de opstartfase.” Het netwerk vormt je doelgroep en ondersteunt je bij het binnenhalen van de cruciale eerste investeerders. Omdat deze investeerders uit je persoonlijke netwerk komen, is de relatie anders dan met een bank waar je een lening afsluit. “Deze relaties kosten veel tijd en persoonlijke aandacht. Tegelijkertijd delen de investeerders hun ervaring en investeren ze op meerdere niveaus in jouw groei.” Het is belangrijk om de startfase echt te gebruiken om samen te kijken naar wat werkt, net zoals met een bandje oefenen in de garage van je ouders. Ruimte voor creativiteit en innovatie zorgt in de beginfase voor groei.

Bij fondsen komen vaak ook veel eisen kijken

Netwerk opbouwen
Vaassens opmerkingen roepen vragen op bij de aanwezige ondernemers. Zo vraagt een van de ondernemers hoeveel tijd je moet rekenen voor het opbouwen van een betrokken netwerk. Twaalf tot achttien maanden, is Vaassens antwoord. Dit is volgens hem een “heel organische fase” waarin het “dna van je bedrijf en je business model” worden ontworpen. Vaassen: “Je wordt je steeds beter bewust van je behoeftes en dat helpt je in het zoeken van de juiste samenwerking met investeerders.”

Volgens Vaassen bepaalt de fase waarin een onderneming zich bevindt, welke vorm goed werkt. “Dit klinkt misschien heel abstract, maar het is nodig om van te voren goed over je behoefte en beschikbaarheid na te denken. Aan iedere soort geldstroom is een ander type relatie verbonden. In de startfase is er vaak behoefte aan hulp en constructieve kritiek van investeerders, in een verder stadium kan een rationelere en afstandelijkere relatie met een bank toepasselijker zijn.”

Fondsen
Deelnemer Clemens, zelf bezig met een duurzaam houtbedrijf in Equatoriaal-Guinea, vraagt of de Hub ook gebruik maakt van fondsen. “Eigenlijk zo min mogelijk” antwoordt Vaassen. “Bij fondsen komen vaak ook veel eisen kijken. Als de voorwaarden passen binnen jouw plannen is dat prima. Maar op het moment dat ze verschillen, kost het soms meer tijd dan je hebt om de afgesproken doelen te behalen. Je kunt op zo’n moment natuurlijk altijd afwegen of het nuttig is om een extra kracht aan te nemen, weeg hierbij goed de kosten tegen de baten af.”

Netwerkbijeenkomsten zoals de Breakfast Club zijn erg nuttig bij het uitwisselen van ervaringen met financieerders, sluit Vaassen af. “Het is belangrijk om in de verschillende stadia van groei van je onderneming hieraan deel te blijven nemen om nieuwe ideeën op te pikken en kritisch te blijven. “

Kan jij hulp gebruiken bij access to finance? Europa.eu heeft hier een handige tool voor. Ben je geïnteresseerd in deelname aan een Breakfastclub? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief van Ondernemen Zonder Grenzen.

Reacties