Ruim baan voor het bedrijfsleven

31-03-2011
Door: Rudolf ten Hoedt
Bron: IS Online
economische groei

Al vóór de komst van het kabinet-Rutte was het duidelijk. Ontwikkelingssamenwerking moet Nederlandser worden en meer aandacht schenken aan economische groei en de rol van het bedrijfsleven bij armoedebestrijding. Nu voelt Ontwikkelingssamenwerking de hete adem in de nek vanuit het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Dat blijkt uit een reeks vertrouwelijke gesprekken die IS met betrokkenen voerde.

De hulp ziet een lobby van de ‘BV Nederland’ op zich afkomen. Hoge ambtenaren van EL&I zetten hun collega’s van Ontwikkelingssamenwerking onder druk om zich meer te laten leiden door belangen van het Nederlands bedrijfsleven in opkomende markten. Het had niet zover hoeven komen. In het vorige kabinet zette minister Koenders de samenwerking tussen ontwikkelingssamenwerking en bedrijfsleven op de agenda. Vóór hem was minister Agnes van Ardenne er ook al eens aan begonnen. Ver is het daar nooit mee gekomen en daarmee heeft Ontwikkelingssamenwerking ruimte gegeven aan anderen om het initiatief te nemen. Het kabinet-Rutte maakt daar nu dankbaar gebruik van. Maxime Verhagen, co-architect van het huidige kabinet, laat zijn invloed op Ontwikkelingssamenwerking gelden. Niet langer als minister van Buitenlandse Zaken, maar als minister van Economische Zaken.

Industriepolitiek
In Nederland is het ministerie van Economische Zaken traditioneel een tamelijk marginaal ministerie, buiten de eerste ring van de macht. Maxime Verhagen maakte van Economische Zaken echter een superministerie, met landbouw en alle innovatie onder zijn vleugels en met een groter budget. Bovendien laat hij het buitenlands beleid niet los. Dat komt tot uiting in het onlangs gelanceerde ‘bedrijfslevenbeleid’ van de minister van EL&I dat uitdrukkelijk is gericht op het buitenland.

Nederlandse bedrijven uit negen sectoren (waaronder de water- en agrofood-sectoren die ook in het nieuwe beleid van staatssecretaris Knapen tot speerpunten zijn benoemd) worden geholpen om hun internationale concurrentiepositie te versterken. Op dat beleid is inhoudelijk kritiek omdat het riekt naar ‘industriepolitiek’ uit het verleden, rechtstreekse steun aan het bedrijfsleven. Dat is inefficiënt en kostbaar gebleken. Het is na 1990 ingewisseld voor ‘voorwaardenscheppend beleid’ waarin de versterking van de marktwerking centraal staat. Onder Verhagen komen anno 2011 ondernemer en bedrijf echter terug in het centrum van de aandacht.

Kansen verzilveren
Het ministerie van EL&I probeert Ontwikkelingssamenwerking in het nieuwe bedrijvenbeleid te betrekken. Maar dat valt niet mee. In zijn brief aan de Kamer waarin hij zijn plannen uit de doeken doet, wekt minister Verhagen de indruk dat van het beschikbare budget van 1,5 miljard, 20 procent (300 miljoen euro) afkomstig is van Ontwikkelingssamenwerking. Die 300 miljoen is echter een bedrag dat door Ontwikkelingssamenwerking zelf in de eigen begroting is bestemd voor ondersteunend beleid richting bedrijfsleven. EL&I wil de besteding van dat geld naar zich toe trekken. Met het geld dat andere ministeries op hun begroting hebben staan voor steun aan het bedrijfsleven en innovatie, wilde Verhagen hetzelfde doen. Dat plan is echter in de ministerraad in eerste instantie geblokkeerd. Maar daarmee is niet gezegd dat zijn opzet definitief van de baan is.

Het bedrijvenbeleid van EL&I wil ondernemingen nadrukkelijk helpen groeikansen in opkomende markten te benutten, zodat Nederlandse bedrijven hun kansen kunnen ‘verzilveren’ in Afrika, Azië en Latijns Amerika. Het buitenlandbeleid moet daarop worden afgestemd. De term ‘economische diplomatie’ is in Den Haag inmiddels binnen en buiten de ministerraad razend populair.
Verhagen claimt het begrip zelfs te hebben uitgevonden, al vinden sommigen dat die eer toekomt aan voormalig staatssecretaris Frank Heemskerk. Bij Buitenlandse Zaken menen ambtenaren dat zíj, ruim twee jaar geleden, de term economische diplomatie hebben gemunt. Met economische diplomatie bedoelde Buitenlandse Zaken een netwerk van posten in dynamische markten om onze internationale positie te versterken. De recent geopende ambassade in Baku, de hoofdstad van het olie- en gasrijke Azerbeidzjan aan de Kaspische Zee is daar een voorbeeld van. Concreet zaken doet Nederland er (nog) nauwelijks, maar de voormalige Sovjetrepubliek speelt een sleutelrol in de energiezekerheid van de Europese Unie. Ambassadeur Arjen Uiterlinde bemant er met anderhalve medewerker in een hotel in Baku een nuttig bruggenhoofd.

Knoop doorhakken
In de definitie van EL&I is economische diplomatie echter eerder een netwerk van posten in markten waar het Nederlandse bedrijfsleven actief is. Economische diplomatie moet in die visie veel dichter bij de belangenbehartiging van het Nederlandse bedrijven staan. Belangenbehartiging van de BV Nederland botst hier met het politieke denken op de lange termijn en met het algemeen strategisch belang van Nederland. Daarover is nu een gevecht gaande. Het is onderwerp van discussie in de ministerraad. Op 4 maart zou er een knoop over worden doorgehakt, maar dat is uitgesteld. Begin april komt minister Rosenthal hierop terug met een brief over het postennet aan de Tweede Kamer

Het besluit over het postennet raakt ook Ontwikkelingssamenwerking. Nederland gaat het aantal landen waar het met Ontwikkelingssamenwerking actief wil blijven, drastisch reduceren. De zestien landen die overblijven bieden een indicatie waar het zwaartepunt komt te liggen: bij versterking van de economie in arme landen of aanwezigheid in landen waar het Nederlands bedrijfsleven de meeste kansen denkt te hebben.

De aanpak vanuit EL&I van de hulp gaat echter verder. Een van de grootste zorgen bij Ontwikkelingssamenwerking is momenteel de EL&I lobby voor ‘gebonden hulp’. Dat wil zeggen dat Nederland ontwikkelingsprogramma’s aanbiedt waarbij de uitvoering door Nederlandse bedrijven is inbegrepen. Staatssecretaris Knapen heeft al eerder verklaard ontwikkelingssamenwerking niet te willen veranderen in een loket voor Nederlandse bedrijfsbelangen. Maar men is er niet gerust op. Een doorbraak is niet binnen nu en zes maanden te verwachten. De weerstand tegen gebonden hulp is vooralsnog te groot. Maar met name topambtenaren van het oude EZ blijven erop hameren, zo blijkt uit onze gesprekken. Ben Knapen kan inmiddels binnen Buitenlandse Zaken wel op sympathie rekenen, maar er is twijfel of hij overeind blijft in de onderhandelingen met EL&I, met name over gebonden hulp.

Zwaar weer
In Europees verband is er een trend gaande om een eigen EU-diplomatie op te tuigen. Onze eigen diplomatie op het gebied van internationale politiek en veiligheid zal daardoor een stapje terug moeten doen. Als economische diplomatie ook nog eens wordt weggehapt door EL&I en Ontwikkelingssamenwerking wordt gemarginaliseerd, of zelfs ondergebracht in een aparte uitvoeringsdienst zoals door de WRR wordt voorgestaan, dan hoeven diplomaten zich alleen nog druk te maken over cultuur en mensenrechten. In mensenrechten is minister Rosenthal echter niet bijster geïnteresseerd. NRC-commentator Marc Chavannes waarschuwde onlangs al in zijn column: “Buitenlandse Zaken moet vrij snel zijn echte werk weer gaan doen. Op een eenentwintigste-eeuwse manier. Anders lijft Verhagen ook dat oude ambacht in bij zijn snel groeiend imperium.”

Voor de toekomst voorzien waarnemers een onmiskenbare marginalisering van Ontwikkelingssamenwerking ten gunste van economische diplomatie. De uiteindelijke samenstelling van de Eerste Kamer kan daar nog wel verandering in brengen. Niet alleen als het kabinet gedwongen wordt tot meer overleg met de oppositie, maar ook als Verhagen binnen het CDA door de verkiezingsnederlaag aan macht inboet. Misschien geeft dat ruimte aan Ontwikkelingssamenwerking om adem te halen en vooral, het initiatief terug te winnen bij de noodzakelijke hervormingen van de hulp.

Reacties