Onzeker, maar lucratief avontuur

17-04-2010
Door: Jeroen Visser
Bron: IS Online
kliniek in Nairobi

Na microkrediet wordt investeren in het midden en kleinbedrijf in Afrika steeds populairder. Een aantal Nederlandse pioniers pakken samen met Afrikaanse partners de kansen.Begin 2008 namen de Keniaanse doktoren Wairioko Ndiba en Peter Wambugu een ingrijpende beslissing. Hun drie privé klinieken in Nairobi liepen goed, ze maakten winst en de vraag naar medische hulp bleef groeien. Meridian Medical Centre moest uitbreiden. Het enige probleem: kapitaal. “We gingen bij verschillende banken langs om geld te lenen, maar de gevraagde rente lag steeds rond de 18 procent. Dat konden we niet betalen”, vertelt dokter Ndiba in zijn kliniek in het luxe Yaya winkelcentrum in Nairobi.
De twee artsen besloten om een deel van hun bedrijf te verkopen aan een investeerder. Ze kwamen terecht bij het Nederlandse TBL Mirror Fund, dat investeert in Keniaanse SME’s; Small en Medium Enterprises, oftewel het midden- en kleinbedrijf. Het TBL-fonds kocht in juni 2008 een ‘significant minderheidsbelang’ in Meridian. Met het ingebrachte geld konden de twee artsen flink uitbreiden, zonder een zware schuldenlast. Een jaar later blijkt de samenwerking succesvol. Ndiba: “In een jaar tijd is onze winst verdubbeld en hebben we drie keer zoveel mensen in dienst. En in december openen we onze achtste kliniek.”

Grootste portefeuille
De andere eigenaar van die klinieken huist in het oer-Hollandse Kortenhoef. Tegen een decor van dobberende bootjes leidt Jacco Brink (35) hier het TBL Mirror Fund. Samen met goede vriend Joachim Westerveld startte hij twee jaar geleden het fonds na ervaringen met het opzetten van een handel in stierensperma in Pakistan. Brink: “Er bleek daar een enorm gat op de kapitaalmarkt, er was bijna geen aanbod tussen microkrediet en institutionele investeringen. Veel lokale bedrijven zaten echt te springen om geld zodat ze konden groeien.”
Terwijl zijn partner in Pakistan de zaken waarnam ging Brink langs potentiële investeerders om geld op te halen voor een MKB-investeerdersfonds. In oud Bols-topman Robert-Jan van Ogtrop vond Brinkhij een goede investeerder èn partner. Van Ogtrop wilde destijds eigenlijk een microfinancieringsbank opzetten, maar Brink haalde hem over om geld te stoppen in het MKB. “Ik vertelde hem dat je in de MKB-sector echt een impact kunt maken. Vooral in Oost-Afrika groeien moderne bedrijven in de ICT en dienstverlening fors.” Dat sprak aan. Mede dankzij het netwerk van Van Ogtrop investeerden tot nu toe zestig personen samen totaal zeven miljoen euro in het TBL fonds. Onlangs legde de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO daar nog eens drie miljoen bij.
Dat is geen toeval. Naast het TBL Mirror Fund werden in de afgelopen twee jaar nog drie andere Nederlandse fondsen opgericht die in het MKB in ontwikkelingslanden investeren; InReturn, SOVEC en XSML. Ook in het beleid van FMO is deze trend terug te zien. De bank investeert nu volgens directeur private equity Yvonne Bakkum meer dan 200 miljoen euro in 38 Afrikaanse fondsen, waarvan zeker dertig weer investeren in kleine en middelgrote bedrijven. Anderhalf jaar geleden waren dat er nog geen twintig.
Hoewel de MKB-investeringen in absolute getallen nog achterblijven bij andere regio’s, is er dus wel degelijk een aandachtsverschuiving naar het continent. “Afrika is nu al onze grootste investeringsportefeuille”, aldus Bakkum. De International Finance Cooperation (IFC), de private tak van de Wereldbank, investeert al meer dan 500 miljoen dollar in financiële instituties gericht op het MKB in Afrika. En de organisatie EMPEA rekende uit dat er door Afrikaanse private equity fondsen in 2008 drie keer zoveel geld werd opgehaald als in 2005, namelijk 2,2 miljard dollar.

Uitgebreide rapportage
Bakkum verklaart de groei uit het verbeterde investeringsklimaat in Afrika. “Het is politiek stabieler en we zien ook een structurele economische groei in veel Afrikaanse landen.” Zelfs Brink van het TBL- fonds zegt nauwelijks last te hebben gehad van politieke instabiliteit, terwijl hij begin 2008 te maken had met twee politieke crises in zowel Kenia als Pakistan. “Even dacht ik dat ik beter een friettent in Baghdad had kunnen beginnen”, lacht Brink, “maar na een week konden we in Kenia alweer aan het werk.”
TBL heeft ook een lokaal kantoor in Nairobi, waar fondspartner Eline Blaauboer zich actief bemoeit met de in totaal vier bedrijven waarin tot nu toe werd geïnvesteerd. Daarnaast is ze voortdurend op zoek naar nieuwe potentiële partners. Aan de investering gaat steeds een uitgebreide rapportage vooraf, die moet worden beoordeeld door de board of investors van het TBL fonds. Ook worden bij elke deal TBL-investeerders uit Nederland betrokken die speciale kennis van zaken hebben – in het geval van Meridian een bestuurder van ziekenhuizen en iemand uit de medische advieswereld. Zo wordt er naast geld ook kennis in de nieuwe partner geïnvesteerd.
Winst is het hoofddoel, want uiteindelijk verwachten de investeerders een rendement op hun investeringen. En TBL moet er zelf ook aan verdienen. Brink: “Wij zijn altijd minderheidsaandeelhouder. Het grootste gedeelte van de bedrijven is in handen van Kenianen, dus het meeste geld blijft daar. En bovendien bouwen we een bedrijf op dat bijdraagt aan de lokale economie.”

Pakken sinaasappelsap
Het scheppen van meer banen is geen vast omschreven doel bij TBL. Anders ligt dat bij het Nederlandse fonds XSML. Dit fonds investeert direct in het MKB – in Congo en in de Centraal Afrikaanse Republiek – en indirect in verschillende MKB-fondsen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. “Door de bedrijven te laten groeien creëren wij werkgelegenheid. Dat is essentieel. En we willen dat lokale arbeidskrachten genoeg verdienen om geld over te houden voor gezondheidszorg en onderwijs”, vertelt oprichter en directeur Jan Vos (37). Samen met de Universiteit van Amsterdam wil hij een ‘meetmethode’ ontwikkelen om de sociale impact van de investeringen te meten.
Ontwikkelingssamenwerking werkt volgens Vos vaak eerder afhankelijkheid in de hand dan zelfredzaamheid. In zijn ogen moet vooral het ondernemerschap in ontwikkelingslanden worden gestimuleerd. “In Ghana vallen de sinaasappels overrijp uit de bomen, maar tegelijkertijd worden pakken sinaasappelsap uit Amerika geïmporteerd. Nu zijn er lokale ondernemers opgestaan die met investeringskapitaal uit Nederland een sapfabriek hebben opgezet: dat is toch prachtig!”
Vos verwacht dat het rendement op zijn investeringen in MKB-fondsen rond de 17 procent zal liggen. Ontwikkelingsbank FMO deed onlangs een interne analyse waarin ze haar private equity investeringen over de laatste tien jaar tussen rijke, middelrijke en arme landen vergeleek. Hoewel de middelste categorie de beste resultaten opleverde, lag het gemiddelde rendement op investeringen in de arme landen, waar bijna alle Afrikaanse landen in vallen, boven de 20 procent. Daarmee deden de arme landen het relatief beter dan de allerrijksten.

Pionier Vos wijt de voorlopig schoorvoetende belangstelling voor investeren in Afrika, aan het slechte imago van Afrika. Hij wijst liever op het potentieel van Afrikaanse landen. “In Congo wonen 70 miljoen mensen maar op de markt zijn er bijna geen koelcellen voor de opslag van vlees en vis. In Kinshasa stond ik in een koelcel met een ondernemer die geen geld had om een nieuwe generator te kopen. In die mensen wil ik graag investeren.”
Voorzitter van de raad van commissarissen van het TBL fonds Robert Jan van Ogtrop komt met een andere oorzaak. “De meeste klassieke investeerders vinden Afrika nu nog te eng. Het risico op valutaschommelingen en politieke crises is voor hen nog te groot.” Daarnaast is het werken met lokale banken soms lastig. Geldtransacties zijn duur voor de relatief kleine MKB-investeringen die gevraagd worden, zegt Van Ogtrop. Hij noemt investeren in het Afrikaanse bedrijfsleven dan ook nog ‘een avontuur’. De investeerders van het TBL fonds met wie hij het fonds begon kende hij in het begin allemaal persoonlijk. “We hebben het bij mij in de huiskamer opgezet. Iedereen van ons had wat met Afrika en wilde daar graag geld en kennis in investeren.”
Maar als je het zo brengt dan lijkt investeren in Afrika nog een beetje op liefdadigheid. Maar daar is Van Ogtrop het niet mee eens. “Dit werkt alleen als je het ook zakelijk benadert. Ik noem het investeren met een sociale slag. Je stelt je zakelijk op maar intussen doe je wel wat terug voor dat deel van de wereld.”

Reacties