'Made in Nigeria' duikt meer en meer op

01-05-2017 Bron: OneWorld
Timmerman Aliu Abiodun van WOODstyles zet met een collega een kast in elkaar. Foto: Femke van Zeijl
In een Nigeriaanse supermarkt zoek je vergeefs naar Nigeriaanse producten. Maar mede door Afrikaanse trots duikt ‘Made in Nigeria’ meer en meer op. “Lokaal gemaakt gaat dit land veroveren.”
Achtergrond – 

Met een hamertje tikt Moses Barnabas op de zuurstokroze stof die hij net op de voering heeft gelijmd, om eventuele bubbels tussen de lagen weg te slaan. Als de lap traditionele Nigeriaanse aso-oke stof droog is, gaat deze om de schoenleest om vorm te krijgen. De Nigeriaanse Barnabas en zijn collega’s maken zo wekelijks twintig paar exclusieve schoenen van het lokale merk Ethnik.

Barnabas studeerde psychologie, maar is allang blij dat hij in miljoenenstad Lagos werk heeft gevonden. “Mode is ook gedrag”, zegt de 31-jarige Ethnik-werknemer in het atelier achter een bungalowtje in middenklassewijk Surulere. “De helft van mijn studiegenoten is nog steeds op zoek naar een baan. Made in Nigeria heeft de toekomst.”

Aso-oke, traditioneel Nigeriaanse stoffen 

De economie van Nigeria heeft het zwaar te verduren. De daling van de olieprijs maakte een eind aan jarenlange economische groei en stortte Afrika’s volkrijkste land in een diepe recessie. De naira kelderde in waarde, waardoor alle import bijna drie keer zo duur werd. Dat terwijl vrijwel niets van de koopwaar in supermarkt, warenhuis en kluswinkel uit het land zelf komt. De Nigeriaanse maakindustrie vertegenwoordigt nog geen 10 procent van het Bruto Nationaal Product – ter vergelijking, in landen als China en Zuid-Korea is dat ruim  30 procent. Dat daar verandering in moet komen, vinden economen al heel lang, maar de recente crisis heeft ook de Nigeriaanse politiek doordrongen van het belang van de maakindustrie. Onlangs spoorde president Muhammadu Buhari zelf  zijn landgenoten aan meer Nigeriaanse waar te kopen.

Kan deze uit nood geboren aandacht voor eigen productie bijdragen aan een stijging van de welvaart en een daling van de werkeloosheid – volgens het Nigeriaanse bureau voor de statistiek zo’n 20 procent? Tunde Owolabi denkt van wel. Bij het opstarten van Ethnik, begin 2015, had de bedenker en eigenaar van de schoenenlijn van handgeweven aso-oke vier mensen in dienst, nu zijn dat er negen. “Tien als je mijn vrouw erbij telt, die de boeken doet”, zegt Owolabi lachend. De 38-jarige ondernemer vertrouwt erop dat zijn bedrijf verder zal groeien.

Populaire cosmeticalijn 

Een bedrijf beginnen in Nigeria is geen sinecure. Er zijn weinig landen in de wereld waar het zo slecht gesteld is met de elektriciteitsvoorziening, waar de bureaucratische rompslomp zoveel tijd in beslag neemt en waar lenen van de bank zo duur is. Toch ziet Thessa Bagu, sinds 2007 consultant voor internationale ondernemers geïnteresseerd in de Nigeriaanse markt, een kentering in het ondernemerschap: “Nigerianen van nu zeggen: of het moeilijk is of niet, we gaan in eigen land produceren.”

Geld lenen kan alleen tegen twintig procent rente


Naast de economische noodzaak nu import zoveel duurder is geworden, is dat ook Afrikaanse trots, meent ze. De geïmporteerde artikelen zijn zelden gericht op de Afrikaanse markt, en daar springen ondernemers nu op in: “Zij weten wat Nigerianen willen.” Als voorbeeld noemt ze de populaire Nigeriaanse tandpasta met kruiden en een lokale cosmeticalijn voor zwarte vrouwen. “‘Lokaal gemaakt’ gaat dit land veroveren”, zegt Bagu.

De consultant ziet twee soorten ondernemers. Allereerst de starters met een goed idee die met hun eigen spaargeld een bedrijfje beginnen, zoals Owolabi. Doorgroeien is voor hen moeilijk, omdat een banklening met de huidige rente van meer dan 20 procent meestal geen optie is. Ten tweede zijn er de entrepreneurs met toegang tot financiering, die hun bedrijf groter kunnen aanpakken. Ondernemers die op deze schaal beginnen, kunnen als banenverschaffers een grotere economische rol spelen.

Na een kwartier rijden over kriskras-zandweggetjes in Ajah, op het Lekki-schiereiland in het uiterste oosten van de hoofdstad Lagos, sta je opeens voor de loods van meubelfabriek WOODstyles. Een Nigeriaanse vlag wappert hoog boven de fabrieksmuren. Op de tweede verdieping zet Aliu Abiodun een kast in elkaar die zojuist door zijn collega’s in een computergestuurde machine op maat is gezaagd. Abiodun is een van de 120 mensen in vaste dienst van het bedrijf, dat op maat gemaakte interieurs bouwt.

Voordat hij anderhalf jaar geleden bij WOODstyles aan de slag kon, had Abiodun zijn eigen timmerwerkplaats, een houten keet langs de weg. “Soms kwam er wekenlang geen enkele klus binnen”, herinnert de 26-jarige timmerman zich. “Hier krijg ik elke maand salaris en leer ik werken met moderne machines”, zegt hij, terwijl hij een nieuw bitje in zijn accuboor klemt.

WOODstyles geeft de 120 werknemers maandelijks een salaris.

Glossy brochure 

Het meubelbedrijf dat zich richt op interieurs van nieuwe bedrijfspanden opende twee jaar geleden zijn deuren, en heeft sindsdien een flink deel van de markt veroverd, zegt de Libanese directeur Samir Bader. Hij toont trots de glossy brochure met close-ups van perfect afgewerkte keukens, deuren en vergaderzalen, een afwerkingsniveau dat ver uittorent boven dat van de handgezaagde meubels van kleinere timmerbedrijfjes. “Onze designs zijn uniek, maar we leveren ook kwaliteit”, zegt hij.

Evengoed heeft de meubelbouwer het niet makkelijk in het huidige economische klimaat. Van fineerplaten tot hout, bijna alles moet het bedrijf importeren uit het buitenland, omdat de kwaliteit van Nigeriaanse producten niet hoog genoeg is. Met de huidige wisselkoers betekent dat een exponentiële stijging van de productiekosten. “Onze marges zijn op dit moment bijna nihil”, aldus Bader. Toch biedt de zwakke naira ook kansen: de deuren uit China waar voorheen niet tegenop te concurreren viel, kosten nu geen 80 dollar meer, maar 150. Dat maakt de op maat gemaakte deuren van WOODstyles ineens een stuk aantrekkelijker.

De meubelfabriek is een dochterbedrijf van een bouwconglomeraat in Libanese handen, dat al drie decennia in Nigeria is gevestigd. Volgens Bader toont dat aan dat zijn bedrijf een belang heeft in Nigeria: “Wij blijven hier, want we geloven in dit land.” Hij ziet de toekomst optimistisch in: “We zijn hier met 160 miljoen mensen die allemaal eten, leren en leven. Dit is een land klaar voor enorme economische groei. Wanneer en hoe precies is alleen nog niet duidelijk.”

Er zijn hier 160 miljoen mensen die moeten leven, leren, eten 

Vrouwen op de fabrieksvloer 

Nonso Obikili, onderzoeker bij Economic Research Southern Africa, waarschuwt voor te veel nadruk op de maakindustrie als redding van de Nigeriaanse economie: “Juist deze sector kreeg een klap door de koersdaling van de naira, omdat de meeste grondstoffen uit het buitenland komen. Daarnaast produceert Nigeria bijna uitsluitend voor de interne markt, maar zou het zich ook op export moeten richten. Zo hebben landen als China en Zuid-Korea hun economie weten te stimuleren.

Op dit moment is Nigeria echter niet in de positie om te concurreren met het buitenland. Daarvoor zijn de economische randvoorwaarden te slecht.” Bovendien is de maakindustrie als banenmotor op zijn retour door de steeds verdergaande automatisering, vult de econoom aan: “De banen voor laagopgeleiden verdwijnen als eerste, en juist voor hen hebben we werk nodig in dit land.” Obikili pleit voor een bredere economische diversificatie naar Indiaas voorbeeld, waar is ingezet op de dienstensector en de ICT. Dat zou ook vrouwen betere kansen bieden: in Nigeria tref je die niet snel aan op de fabrieksvloer.

Stella Okoli, oprichter en eigenaar van Emzor Pharmaceuticals ltd.

Export van medicijnen 

De gemiddelde Nigeriaanse producent mag zich dan richten op de interne markt, de hoestsiropen, hoofdpijnpillen en diarreeremmers van Emzor Pharmaceuticals Ltd gaan wel degelijk de grens over. Emzor is een begrip in Nigeria, exporteert zijn medicijnen naar Ghana, Sierra Leone en Liberia, en groeide sinds oprichtster Stella Okoli midden jaren ’80 van apotheker medicijnfabrikant werd, uit tot een bedrijf met meer dan duizend werknemers. Okoli profiteerde in de jaren ’80 van overheidsbeleid om de farmaceutische productie in Nigeria te stimuleren. Zij pleit ook nu weer voor structureel beleid ten bate van de maakindustrie in plaats van de ad-hocmaatregelen die het ene moment worden genomen en het andere moment even makkelijk weer afgeschaft.

Ook investeren in onderwijs is noodzakelijk, meent de 72-jarige die nog altijd zelf haar bedrijf leidt: “Ons onderwijssysteem moet in de revisie. Goed opgeleide mensen vinden is nu zo moeilijk, dat ik als werkgever kijk naar houding en intelligentie. Dan geven wij ze zelf trainingen.”

In een van de Emzorfabrieken, niet ver van het vliegveld in Lagos, laat Kehinde Gbadamosi witte tabletten vallen in buisjes die in een perspex ring steken, die daarna in water wordt gedompeld. Zo controleert ze de oplostijd van de zinkpillen met sinaasappelsmaak, bestemd voor kinderen met ernstige diarree. In de smetteloos witte gangen van de medicijnfabriek hangt de geur van sinaasappel. De biochemicus zegt veel te hebben bijgeleerd sinds ze een jaar geleden bij Emzor ging werken. “Daarvoor pakte ik welke job dan ook aan”, zegt de 34-jarige, die in 2009 afstudeerde en daarna werkte voor een telefoonprovider en een bank. Haar gebaar naar de blinkende roestvrijstalen machines en haar controlelijst verraadt iets van trots: “Ik heb geluk gehad dat ik een baan vond die bij mij past. De meeste van mijn studiegenoten zijn nog altijd op zoek.”

Femke van Zeijl

Femke van Zeijl woont en werkt als freelance correspondent in Lagos, Nigeria....

Lees meer van deze auteur >

Reacties