Kleine brouwers met een missie

14-01-2015 Bron: OneWorld
Bierflessen van De Prael worden handmatig afgevuld. Foto: De Prael
Van een ‘pilswoestijn’ in de jaren tachtig is Nederland een snoepwinkel voor bierliefhebbers geworden. Zo’n 250 onafhankelijke brouwers zijn er inmiddels. Sommigen dienen behalve de dorstige mens een sociaal doel, zoals De Prael en Halbe.
Reportage – 

Ahmet (1970) staat achter de bar en tapt geroutineerd een Heintje (‘een witbier, de meeste vrouwen drinken dat’). Het is zaterdagavond en het proeflokaal van brouwerij De Prael op de Wallen in Amsterdam is gezellig druk. Vanaf het entresol in het Proeflokaal kijken de drinkers via een raam in de muur zo de brouwerij in. De eerste maanden dat Ahmet bij De Prael werkte, werkte hij aan de andere kant van dat raam. Flessen vullen, doppen erop doen, etiketten plakken, inpakken. Toen dat goed ging, maakte hij de stap naar het Proeflokaal. “Als je hier achter de bar wil werken, moet je wel stabiel zijn,” zegt Ahmet. Dat is hij nu. Het heeft hem wel een tijd gekost. Hij was verslaafd aan cocaïne en zwaar depressief. Na een afkicktraject bij verslavingszorg en psychiatrische hulp, kon hij terecht bij Brouwerij De Prael voor een baan. Via Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam heeft hij ‘recht op zes dagdelen werken per week’. De dienst betaalt een deel van zijn inkomen. Toen De Prael begon, werden de meeste werknemers betaald uit zorggelden, nu dekken de zorggelden nog zo’n 20 procent van de personeelskosten.

Brouwen als dagbesteding
Sinds 2001 brouwt De Prael speciaalbieren vernoemd naar volkszangers (iemand een Nick & Simon?). Grondleggers van de sociale brouwerij: twee psychiatrisch verpleegkundigen, Arno Kooy en Fer Kok. Ze vonden dat de dagbesteding voor mensen met een psychiatrische achtergrond beter kon. Kok (54): “Het meeste was toch echt dagbesteding, macrameeën.” Dat moest stoerder kunnen, iets wat meer voldoening geeft. Kok was zelf al hobbybrouwer in de huiskamer, en zo ontstond het plan. Al een paar jaar na de oprichting werd de brouwlokatie op de Wallen gevonden, in de buurt waar de eerste brouwerijen in Amsterdam stonden. Er werken nu 120 mensen, de meesten in deeltijd.

fer kok (de prael)

De Prael ontstond vrij vooraan in de golf van onafhankelijke brouwers. In 1980 werd er alleen maar pils gebrouwen in Nederland, door slechts 13 brouwers, zegt Jochem Kroezen. Hij promoveerde vorig jaar met een onderzoek naar de ontwikkeling van de Nederlandse biermarkt. “Nederland was een pilswoestijn. Alles was in handen van grote brouwers. Je kunt wel stellen dat de consument in die tijd dorstig was naar alternatieven, ja. Als er sprake is van een dominantie in de markt, is er vaak een vraag onder consumenten om je te kunnen onderscheiden. Als je Heineken drinkt ben je doorsnee, als je iets anders drinkt dan voegt dat iets toe aan je identiteit. Meestal is die behoefte latent.”

Voor bijna al die nieuwe brouwerijen is winst niet zo belangrijk

Heropvoeden
Inmiddels zijn er zo’n 250 kleine brouwers in Nederland, dat is inclusief brouwers die hun bier brouwen in de installaties van anderen. De biermarkt is, net als in bijvoorbeeld Amerika, in rap tempo enorm verbreed. “Voor bijna al die nieuwe brouwerijen is winst niet zo belangrijk. De meesten hebben een idealistische inslag, ze willen Nederlanders heropvoeden in de rijke biertraditie, en Nederlanders leren dat bier er niet alleen is om te comazuipen, maar dat je bier kan drinken zoals je wijn drinkt, door van de smaak te genieten.”
Volgens Kroezen was De Prael de trendsetter voor sociaal ondernemend brouwen. “De Praght in Dronten heeft het concept ongeveer gekopieerd, en je hebt nog De zeven Deugden, ook in Amsterdam dat op dezelfde manier werkt. En nog een paar anderen.”

Nu de bezuinigingen in de zorg nog zwaarder worden, moet de brouwerij nog meer leunen op bierverkoop

Commerciëler werken
Nu de zorggelden flink teruggeschroefd worden, moet De Prael het businessplan aanpassen. De eerste jaren van de brouwerij kreeg De Prael zes ton aan ‘sociaal geld’ binnen, dat is nu nog drie ton, terwijl het aantal medewerkers van De Prael in die tijd flink is gestegen. Nu de bezuinigingen in de zorg nog zwaarder worden, moet de brouwerij nog meer leunen op bierverkoop. “We zijn nu bezig om van een stichting een bedrijf te worden, we moeten meer commerciëler werken om hetzelfde te kunnen blijven doen. Want dat vinden we gewoon leuk en belangrijk: werken met mensen met een psychiatrische achtergrond,” zegt Kok. In 2015 wordt het aantal te brouwen liters flink opgeschroefd. In 2014 stroomde 130.000 liter uit de tank, dit jaar wil De Prael 200.000 liter brouwen. “Dat wordt wel opgedronken, aan vraag hebben we geen gebrek.”

Halbe bier

Drinken voor de kunsten
Dat aantal liters lijkt voor biermerk Halbe nog utopie. Halbe bier is opgezet om de kunsten te steunen. Het merk is bedacht en opgezet door kunstenaars, onder wie Teun Castelein, in de tijd dat de kunstbezuinigingen door het land waarden, in 2011. “We drinken allemaal bier, ook op al die kunstfestivals. De winst daarvan gaat naar de familie Carvalho-Heineken, maar we zouden ervoor moeten zorgen dat de winst naar de kunsten gaat.” Simpel idee, maar best lastig uit te voeren. Een tijd lang sjouwde Castelein met flesje café’s af met de vraag of ze Halbe in de koelkast wilden zetten. Maar dat schoot niet op, geen bargast die naar die Halbe vroeg.

Pils, dat drink je de hele nacht door

Het nieuwe, ‘meer zakelijke’ team, gooit het nu over een andere boeg. Halbe werd al verkocht op kunstenaarssociëteit De Kring, waar om de zoveel tijd de opbrengst (1 euro per verkochte liter) via een pitch toegewezen werd aan een kunstenaar, nu is het doel om op festivals te verkopen. “Deze zomer wordt er Halbe verkocht op Oerol. Aan het einde van het tiendaagse festival gaat de pot met geld die bij elkaar is gedronken naar de beste pitch van een van de aanwezige theatermakers.”
Halbe is nu een blond bier (van 6%). Castelein twijfelt of Halbe niet van een speciaalbier een pils moet worden. “Zo’n biertje, daar neem je er maar één van op een avond. Pils, dat drink je de hele nacht door.” Maar pils is lastiger brouwen, daarvoor moeten ze naar speciale brouwerijen en dat betekent weer samenwerken met de grote jongens waartegen ze op festivals juist concurreren. Lastig. Maar de keuze aan de tap zou voor de consument, mits de smaak prima is, een makkie zijn.  

Meer kleine bierbrouwers‘Een pilswoestijn’, dat was Nederland rond de jaren 80. Grote brouwers die bijna alleen maar pils brouwden, en nauwelijks een speciaalbiertje te bekennen, of het moest geïmporteerd zijn. Jochem Kroezen deed onderzoek naar de ontwikkeling van de biermarkt en promoveerde er vorig jaar mee aan de Erasmus Universiteit.

Rond 1900 waren er nog zo’n 500 brouwerijen, en inmiddels zitten we weer op 250. De nieuwe onafhankelijke brouwerijen werden voornamelijk opgezet door mensen die de bierhistorie van Nederland bekendheid wilden geven en landgenoten wilden heropvoeden in het drinken van bier.
“Nu die kleine brouwers zo aanslaan komt er wel een nieuw type brouwer, de jongens met een commerciële achtergrond,” zegt Kroezen. Een aantal kleine brouwers is ook al weer failliet. “Er zullen er nog wel meer omvallen. Maar als je een vaste klantenkring hebt, en veel bier is lokaal geankerd, dan overleef je.”

Bekijk dit filmpje voor meer over het onderzoek van Kroezen) , of lees zijn proefschrift, als je echt tijd hebt.

Liedewij Loorbach

Freelance tekstschrijver en journalist. Schrijft veel over duurzaamheid,...

Lees meer van deze auteur >

Reacties