IKEA en WNF blikken terug op 13 jaar samen

02-01-2015
Door: Hsin-Chi Berenst
Bron: OneWorld
In 2002 begonnen IKEA en het Wereld Natuur Fonds samen een partnerschap. Inmiddels zijn we twaalf jaar verder en de tijd is gekomen om een balans op te maken. Wat heeft dit partnerschap tot nu toe opgeleverd en hoe logisch is het dat 's werelds grootste meubelbedrijf samenwerkt met de bekendste NGO op het gebied van natuurbescherming?
Achtergrond – 

De slogan van IKEA is affordable solutions for better livingmaar de vraag is hoe een megaconcern als IKEA dit voor elkaar krijgt. Volgens Simon Henzell-Thomas, IKEA Sustainability Policy & Partnership Manager Zweden, lukte dit ook niet alleen. “Toen we in 2002 ons partnerschap met het Wereld Natuur Fonds begonnen, zijn we gaan kijken hoe we bepaalde zaken ten goede konden beïnvloeden, zoals de werkomstandigheden van katoenleveranciers in Pakistan en India en de houtkapindustrie in Rusland en China. IKEA deed al veel om de standaarden te verhogen, maar sommige problemen waren structureel en te groot voor ons om alleen aan te pakken. Samen met een strategische partner zoals het WNF, die jarenlange hands-on ervaring en de nodige expertise hebben, komen we veel verder.”

Mariann Eriksson, director of Marketing van het WNF in Zweden, beaamt dit. “Deze partnerschap was- en is erop gericht om de hout- en katoenindustrie te verbeteren, voor zowel de mensen die in deze industrieën werken, als voor het milieu." Hout en katoen zijn belangrijke grondstoffen voor IKEA. Er wordt geschat dat één procent van al het commercieel hout in de wereld wordt gebruikt om IKEA producten te maken. Na hout komt katoen het meeste voor in de artikelen van de meubelgigant. In 2012 gebruikte het bedrijf 150.000 ton katoen in haar producten. Eriksson vervolgt: "We willen duurzame bedrijfsvoering bevorderen in, economisch gezien, meer ontwikkelde markten, maar ook in snelgroeiende en opkomende markten zoals China en India. We willen daarin graag een rolmodel zijn voor andere bedrijven, maar ook voor leveranciers en regeringen, zodat ze ons voorbeeld gaan volgen.”

De resultaten
Tot nu toe heeft de samenwerking tussen het WNF en IKEA de volgende resultaten opgeleverd: sinds 2002 werken ze samen om het Forest Stewardship Council (FSC) te promoten, een organisatie die is opgericht om verantwoord bosbeheer te bevorderen en illegale houtkap tegen te gaan. Dit heeft bijgedragen aan het feit dat er in tien verschillende landen (zoals eerder genoemd Rusland en China, maar ook Litouwen, Letland, Oekraïne, Bulgarije, Roemenië, Laos, Cambodja en Vietnam) projecten
lopen met beschermd bosbeheer, met een totale oppervlakte van 35 miljoen hectare bos, een gebied ter grootte van grofweg Duitsland en Zwitserland samen. In Rusland is het aantal FSC-gecertificeerd hectare bos gestegen van 3 miljoen tot 26 miljoen.

Better Cotton Initiative is een keteninitiatief dat tot doel heeft om samen met haar leden en partners katoenproductie wereldwijd te verduurzamen. Inmiddels telt het 449 leden en zijn bedrijven zoals H&M en Nike aangesloten.

In 2004 stonden ze aan de wieg van het Better Cotton Initiative (BCI), een organisatie die katoenboeren helpt om op een betere en duurzamere manier katoen te verbouwen door minder chemicaliën en water te gebruiken, waardoor het milieu minder belast wordt en wat tegelijkertijd resulteert in hogere opbrengsten voor de boeren.  Begonnen ze in 2005 met 500 katoenboeren uit India en Pakistan, inmiddels hebben meer dan 110.000 boeren zich bij het BCI aangesloten en is het aantal nog steeds groeiende. In Pakistan wordt er door de aangesloten katoenboeren 47% minder pesticiden gebruikt, terwijl hun inkomsten met 26% is gestegen. Het doel voor 2015 is om alle katoen die gebruikt wordt voor producten zoals banken, lampen en dekbedovertrekken, afkomstig te laten zijn uit duurzame bronnen. 

De samenwerking
Desalniettemin, IKEA blijft een bedrijf met winstoogmerk en WNF is een NGO die de natuur zoveel mogelijk wilt beschermen en ontzien. Hebben ze nooit last van conflicterende belangen? Mariann Eriksson: “Er is altijd wel ruimte voor verbetering en als WNF zouden we willen zien dat de maatregelen om het milieu te beschermen veel sneller en vaker genomen worden, maar juist als je het milieu wilt beschermen, dan moet je bij de grote ondernemingen zijn. Als je kijkt naar wie er de meeste druk uitoefent op overheden om duidelijke CO2 reductiemaatregelen te nemen, dan zijn het de grote bedrijven.”

Mariann ErikssonMariann Erkisson

 

Director of Marketing, WNF Zweden

Volgens haar is dat verre van tegenstrijdig. “Kijk, het WNF werkt in het veld en wij zien de uitdagingen en de problemen die er nu zijn én die gaan ontstaan, dat proberen wij duidelijk te maken aan de CEO's van bedrijven. Meestal zien zij in dat dit voor hen ook een probleem gaat worden, want ook zij zijn er bij gebaat als er geen gebrek ontstaat aan natuurlijke hulpbronnen die nodig zijn voor hun producten. Grote bedrijven zijn zowel onderdeel van het probleem, maar ook deel van de oplossing. Het WNF wil  de markt veranderen door partnerschappen aan te gaan met commerciële ondernemingen, zoals IKEA. Sommige mensen denken dat verantwoord bosbeheer en houtkap tegenstrijdig is, maar dat hoeft niet zo te zijn. Juist diegenen met een commercieel belang bij het behoud van goede en gezonde bossen blijken de beste opzichters.”

Je moet op zoek gaan naar de sweet spot: daar waar de doelen van beide partners overlappen

Ook Henzell-Thomas van IKEA ziet juist de voordelen die het oplevert om als twee verschillende partijen samen te werken. “Je moet op zoek naar het algemeen belang, daar waar de doelen van beide partners overlappen, the sweet spot. Het doel van IKEA is om betaalbare meubels te blijven maken – dat is onmogelijk voor ons als we niet nadenken over onze supply chain, waar onze materialen vandaan komen, wie het aanlevert en op welke manier we dit kunnen verbeteren en verduurzamen, zodat dit ook in de toekomst mogelijk blijft.” Daar waar het WNF problemen en uitdagingen ziet en praktische expertise biedt, daar kan IKEA zijn bronnen ter beschikking stellen. “We hebben veel contacten met lokale leveranciers en daardoor hebben we mogelijkheid om veel invloed uit te oefenen om de markt te veranderen. Omdat we een groot bedrijf zijn, kunnen we ook veel impact hebben.” Ter illustratie: in 2014 gebruikte IKEA 17.6 miljoen kubieke meter hout, waarvan 40% afkomstig is uit de eerder genoemde duurzame bosgebieden.

Simon Henzell-Thomas

Group Sustainability Strategy Manager & Head of Stakeholder Engagement bij IKEA

Beide partners zijn het erover eens dat iedere partnerschap ook uitdagingen kent, maar dat de samenwerking tot nu toe goed bevalt. “Het is belangrijk dat nooit op een punt komt dat je echt problemen met elkaar krijgt," volgens Henzell-Thomas, “dat moet je zien te voorkomen.” Ook is het volgens hem noodzakelijk om, naast een gezamenlijk doel, duidelijk voor ogen te hebben waar allebei de partijen heen willen en elkaar de tijd gunnen om naar elkaars doelen te groeien. “Soms moet je wennen aan de doelen van de ander.” Eriksson voegt daaraan toe dat het cruciaal is om de raad van bestuur en de CEO achter je te hebben staan. “Als de CEO en het bestuur  niet begrijpen wat je wilt toevoegen, dan is het heel moeilijk om succesvolle resultaten te boeken. Als die achter je staan, dan is het belangrijk om milieudoelstellingen te verbinden met zakelijke doelstellingen. Het moet duidelijk zijn voor alle partijen dat je soms voor een duur alternatief moet kiezen, omdat het uiteindelijk duurzamer is en op de lange termijn meer oplevert.”
 
Hoe nu verder?
Voor de toekomst hebben zowel het WNF als IKEA nog grootse plannen. Afgelopen september hebben ze hun partnerschap geëvalueerd en willen ze voorlopig nog drie jaar met elkaar door. Henzell-Thomas: “We hebben ons de afgelopen jaren gericht op bosbeheer en katoen, de komende tijd gaan we onze aandacht richten op waterbeheer. En we willen blijven werken aan de verbetering van de eerder genoemde sectoren.” Op het gebied van waterbeheer willen de partners uitzoeken hoe ze watermanagement kunnen verbeteren, zodat waterzekerheid én de veiligheid van water op peil blijft en verbetert. Bovendien kunnen er nog meer lokale boeren opgeleid worden in landen als India wat betreft het gebruik van efficiëntere irrigatietechnieken.
 
De komende tijd gaan we ons richten op water: er is nog een hoop te doen.
Volgens Eriksson is er nog een hoop werk te doen op het gebied van watermanagement. “We gaan kijken naar de mondiale water-voetafdruk, door te onderzoeken wat de gevolgen zijn van het huidige waterbeleid in bepaalde gebieden, zoals India en Pakistan. Voorlopig richten we ons daarop, omdat in deze landen veel fabrieken en industrie aanwezig is. In India willen we kijken naar grond- en bodembeheer en hoe we dat kunnen verbeteren, in Pakistan gaan we ons richten op waterirrigatiemanagement. We hebben nog niet eerder met IKEA samengewerkt op het gebied van water, we moeten eerst onderzoek doen en van daaruit doelen gaan stellen.”
  

Letterlijk en figuurlijk samen nieuw gebied ontginnen. Ambitieus? Eriksson: “Het WNF kan de wereld niet redden, IKEA kan de wereld niet redden, maar samen kunnen we veel meer invloed hebben op de markt en andere bedrijven inspireren om ons te volgen.”

Ikea: heus geen bedrijfEen fiscale constructie waarbij het moederbedrijf van IKEA in handen is van de Stichting Ingka Foundation zorgt ervoor dat het bedrijf juridisch gezien de status van een non-profit organisatie heeft. Lees hier meer over deze geheimzinnige en gecompliceerde zakelijke constructie van IKEA.

Reacties