Er is leven na subsidie

21-11-2014
Door: Peter Vlam
Bron: OneWorld
Nairobi. Foto: Peter Vlam
Actueel – 

Een aantal jonge organisaties in de ontwikkelingssector krijgt over een jaar geen structurele subsidie meer. Ze bereiden op dit moment de stap naar de commercie voor. Hoe pakken TTC, 1%Club en Butterfly Works dat aan? “Het is altijd onze opzet geweest om zonder subsidie te kunnen bestaan.”

Butterfly Works
Butterfly Works is een stichting die innovatieve educatie- en communicatieprojecten realiseert in ontwikkelingslanden. Een voorbeeld is ‘Learning About Living’, een onderwijsprogramma over seksualiteit en sociale vaardigheden, gemaakt in Nigeria, Senegal en Mali. Jongeren leren door middel van een computerprogramma en mobiele telefoon op een vermakelijke en informatieve manier over onderwerpen die aansluiten op hun belevingswereld.
De stichting is opgericht in 2004 en er werken momenteel vijftien mensen. Butterfly Works ontving twee keer de zogenaamde MFS-subsidie (in 2007 voor vier jaar en in 2010 voor vijf jaar) van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Momenteel maakt Butterfly Works deel uit van de Impact-alliantie onder aanvoering van Oxfam Novib. Aan het einde van 2015 houdt deze subsidie op; er is geen nieuwe aanvraag ingediend.  

Hanja Holm, director of operations Butterfly Works

Hanja Holm, director of operations bij Butterfly Works: “We kiezen voor een bestaan zonder subsidies. Spannend natuurlijk, maar we vinden dat die stap ons goed op scherp zet. Ik denk dat het ergens ook goed is voor de sector dat er minder geld is, omdat het om creatieve oplossingen vraagt. Wij worden nu gedwongen om heel alert te zijn op onze toegevoegde waarde en om onze experimenten heel bewust te kiezen. Organisaties kunnen ons inhuren om hun doelen te bereiken met behulp van onze co-creatie-methode. In deze methode laten we alle betrokkenen bij een sociaal probleem vanaf de start meedenken over de best werkende oplossing.
We moeten voldoende opdrachten binnenhalen om onze organisatie te laten draaien. We richten ons daarbij niet op het bedrijfsleven, maar we sluiten het ook niet uit. En het ziet er vooralsnog veelbelovend uit, we hebben al een redelijk aantal nieuwe partnerships.”

Miffy
“Wat er bij ons ook zal veranderen, is dat we onze innovatiekracht gerichter inzetten. We gaan nu pas nieuwe concepten ontwikkelen als er vraag naar is. En bestaande projecten pas uitrollen als zij succesvol blijken – zoals ‘Play and learn with miffy’ (lokaal ontworpen vriendjes van Nijntje) en de Bitsen (opleidingen in ICT en creatief ondernemerschap voor jongeren uit de sloppenwijken). Dit gebeurt telkens op basis van een duidelijke sociale opgave of een vraag vanuit partners of opdrachtgevers. We hebben in de gesubsidieerde jaren veel knowhow kunnen ontwikkelen, en die moeten we nu gaan toepassen.”

Soms zien we kansen waarvoor de vraag bestaat maar nog niet is gesteld, en dan beginnen we gewoon zelf

“Tegelijkertijd blijven we natuurlijk ook zelf innoveren. Het gevaar is dat je straks alleen kunt luisteren naar de markt en zo je eigen edge verliest. Soms zien we kansen waarvoor de vraag bestaat maar nog niet is gesteld, en dan beginnen we gewoon zelf. Zo zien we dat in opkomende economieën meer jongeren toegang hebben tot telefoons dan tot computers, en ontwikkelen we nu zelfstandig ‘Oh my body’ – seksuele voorlichting via mobieltjes. Voor deze, en andere innovaties, zoeken we continu naar nieuwe partners.”

1%Club
Op het crowdfundingplatform 1%Club kun je online geld en kennis mobiliseren voor goede ideeën die de wereld een stukje beter maken. Het doel is om zoveel mogelijk mensen in staat te stellen een positieve verandering teweeg te brengen. In principe richten ze zich op de hele wereld. 1%Club startte in 2008 met twee mensen en heeft nu een team van vijftien mensen. De afgelopen vijf jaar ontving de club structureel subsidie van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Directeur Bart Lacroix van I%Club

Directeur Bart Lacroix: “Precies een jaar geleden hebben we een radicaal nieuwe strategie gekozen. Onze missie, mensen in staat stellen om goede initiatieven te realiseren voor een betere wereld, is hetzelfde gebleven, maar onze strategie hoe dit te bereiken is behoorlijk veranderd. Onze strategie was eerst om zoveel mogelijk mensen te vinden die een goed project hebben en vervolgens zochten we zoveel mogelijk mensen die hier 1% van hun kennis of tijd of geld aan willen doneren. Aan beide groepen moet je heel hard trekken om ze te activeren.”
“We hebben er nu voor gekozen om ons volledig te richten op de crowdfund campaigner, oftewel: diegene die online geld of vaardigheden wil verzamelen – crowdfunding (geld) en crowdsourcing (kennis) dus. De gebruiker van ons platform staat centraal, wij stellen hem in staat mensen in zijn omgeving te mobiliseren.

Overstap
Daarnaast zien we dat steeds meer bedrijven hun medewerkers en klanten actief willen betrekken bij hun social corporate responsibility-strategie. Met hen willen we medewerkers en klanten in staat stellen om ideeën voor een betere wereld te realiseren door de inzet van hun tijd, geld en kennis. Vooral hierin zien we een goed verdienmodel. We hebben twee jaar uitgestippeld voor deze overstap en we zitten nu op de helft. De eerste tekenen zijn positief. We hebben een groeiende lijst met potentiële klanten en onze eerste grote klant, Booking.com, is heel positief. We gaan nu beginnen bij onze tweede grote klant, Accenture.”

Je zegt gewoon niet snel nee tegen een subsidie.

“Het gaat goed, maar het blijft natuurlijk ook superspannend of het lukt om als social e onderneming zonder subsidie op eigen benen te staan. Want dit is altijd onze opzet geweest. Door die subsidie raak je afgeleid van je eindgebruikers en van je doel. Er komen mogelijkheden op je pad die niet altijd met de kern van je business te maken hebben. Je zegt gewoon niet snel nee tegen een subsidie. En ik ben ook niet negatief over subsidies. Subsidie geeft je de gelegenheid om te innoveren en te experimenteren, iets wat helemaal niet zoveel gebeurt binnen de ontwikkelingssamenwerkingssector. In het begin van ons bestaan bestond het woord ‘crowdfunding’ nog niet. Die eerste jaren hebben we nodig gehad om te pionieren.”

TTC
TTC (voorheen Text to Change) biedt mobiele diensten aan organisaties die informatie willen overbrengen of op zoek zijn naar informatie. De mobiele telefoon is daartoe het middel. TTC heeft vanaf het begin een businessmodel gehad, ze worden ingehuurd door maatschappelijke organisaties, bedrijven en overheden om bepaalde doelgroepen in zich ontwikkelende landen te bereiken. De organisatie is geen partner in de MFS- subsidie van het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar de organisatie was als “onderaannemer” wel verzekerd van opdrachten vanuit de Connect4Change-alliantie met daarin onder meer ICCO en Cordaid.

De eerste campagne werd gerealiseerd in 2008, toen hun sms-campagne vijftienduizend mensen bereikte in Uganda. Via deze eerste campagne werd hiv/aids-voorlichting gegeven. Nu, eind 2014, zijn er meer dan honderd projecten gerealiseerd in zeventien landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Niet alleen projecten op het gebied van gezondheidsvoorlichting, maar ook prijsinformatie voor boeren en grote datacollectieprogramma’s voor partijen zoals de Wereldbank. In totaal werken er 35 mensen in vier landen (Nederland, Uganda, Bolivia en de VS).

Hajo van Beijma, directeur van TTC

Directeur Hajo van Beijma: “De MFS-subsidie is voor ons een heel belangrijke subsidie geweest. Deze zorgde ervoor dat we onze organisatie konden uitbreiden in tal van landen. We zijn een volwassen organisatie geworden. We wisten natuurlijk dat die subsidie eindig was, maar daar hoefden we onze strategie niet op aan te passen. Vanaf het begin richtten we ons al op opdrachten van maatschappelijke organisaties in de VS, Scandinavische landen en Duitsland. Het maakt je kwetsbaar als meer dan 25 procent van je omzet van subsidies komt.”
“We zijn sinds 2008 een sociale onderneming – dat betekent dat we geen ‘for profit-’doel hebben, maar we mogen ook geen verlies maken. Je ziet dat er steeds meer sociale ondernemingen komen, en dat is goed. In mijn ogen functioneren deze ondernemingen bedrijfsmatiger, ze zijn meer gericht op efficiëntie en kostenbesparing. Wat niet wil zeggen dat de rol van maatschappelijke organisaties is uitgespeeld hoor, het bedrijfsleven gaat niet alle problemen op lossen. Er moet een mooie mix ontstaan.”

Ziekenhuizen in Mali
“Vroeger werden opdrachten van overheden alleen gegund aan niet-gouvernementele organisaties, niet aan bedrijven. Dat gaat steeds meer verdwijnen. De Amerikaanse overheid maakt het bijvoorbeeld vaak niet uit. Een opdracht voor de versterking van ziekenhuizen in Mali bijvoorbeeld, kan nu veel vaker door een bedrijf, een ngo of een consultant gedaan worden. Als de klus maar zo efficiënt en goed mogelijk geklaard wordt. Het Nederlandse ministerie houdt nog wel vaak vast aan de norm dat de opdracht door een ngo moet worden uitgevoerd. Ik denk dat dat gaat veranderen.”

“Een goede crisis in de sector moet je altijd aangrijpen”

“Een goede crisis in de sector moet je altijd aangrijpen. We zijn vol vertrouwen over onze toekomst zonder de structurele subsidie. Ik maak me geen zorgen over nieuwe opdrachten. We zijn altijd creatief geweest in het vinden van nieuwe opdrachten. Dat komt wel goed.”

Peter Vlam

Peter Vlam is een Nederlandse journalist gespecialiseerd in Afrika. Hij is...

Lees meer van deze auteur >

Reacties