Eerlijk zaken doen in Vietnam

08-01-2015 Bron: OneWorld
Het MT van de Vietnamese fabriek met (rechts) Monique Ansink, (eigen foto)
De Nederlandse ondernemer Monique Ansink wil zo duurzaam mogelijk ondernemen in Vietnam. "Ik wil graag meer loon betalen".
Interview – 

Monique Ansink is directeur van Excellent Products; een bedrijf in sleepkabels en spanbanden. In 2011 heeft het bedrijf een zusteronderneming in Vietnam opgezet. Het bedrijf wil zo veel mogelijk met respect voor mens en natuur produceren. Hoe doen ze dat? En waar loopt het bedrijf tegen aan?

fabriek Excellent Product in Vietnam

Wat is voor jou verantwoord ondernemen? En op welke manieren probeer je dat in je bedrijf door te voeren?
“Ik wil in Azië net zo met mensen omgaan zoals we dat in Nederland gewend zijn. Dat is heel moeilijk. Hier is veel regelgeving; dat vinden we vanzelfsprekend. In Vietnam ontbreekt het aan veel regels. Als je daar iets wilt veranderen dan vinden ze dat snel gek, dat zijn ze niet gewend. Het is een hele kunst om een bedrijf naar een hoger niveau te tillen. Denk aan betere arbeidsvoorwaarden, het vergoten van veiligheid en hogere salarissen: ik wil me houden aan de norm van het living wage. Dat bedrag wordt voor ieder land vastgesteld door de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en ligt hoger dan het minimumloon. Het bedrag komt overeen met het bedrag dat één volwassene en één kind nodig hebben om van te leven; inclusief kosten voor de huur, ziektekosten en scholing. Het minimumloon is eigenlijk te laag om van te leven. Veel ondernemers weten dat niet; die denken als ik me maar aan het minimumloon hou, dan zit het wel goed.
Wat het milieu betreft; laatst hebben we op een beurs in Frankfurt witte spanbanden geïntroduceerd. Gewoonlijk hebben banden een kleurtje, maar het verven is heel vervuilend. Dat verven doet ons bedrijf niet zelf, maar ik heb gezien dat het afvalwater ongezuiverd geloosd wordt. Wij kunnen wel zelf wit, ongeverfd band leveren, die dus veel minder vervuilend zijn. Van afnemers kreeg ik te horen dat consumenten die banden niet willen omdat ze sneller vies worden. Maar van gekleurde banden wordt de oceaan vies. Als ik dat zeg, dan kijken afnemers je toch aan van ‘dat mens is niet goed bij haar hoofd’.”

Monique Ansink

Je hebt met een subsidie van ontwikkelingssamenwerking een bedrijf in Vietnam opgezet. Doet jullie bedrijf ook aan ontwikkelingssamenwerking?
“Eerlijk gezegd vind ik dat we 100 procent aan ontwikkelingssamenwerking doen. We zorgen voor banen en goede arbeidsomstandigheden, we betalen 20 procent meer dan het minimumloon en we hebben veel vrouwen in dienst. Dan weet je ook zeker dat het geld goed terecht komt.”

Was subsidie doorslaggevend om het bedrijf op te zetten?
“Zonder subsidie hadden we het bedrijf wel op kunnen zetten, maar dan was het  langzamer gegaan. Het was zeker belangrijk, ook omdat je van een bank niet snel een lening krijgt voor een investering in een ontwikkelingsland. Banken vinden het risico te groot dat het geld niet terugkomt. De subsidie krijg je trouwens niet zomaar. Er staan allerlei voorwaarden tegenover, zoals het werken volgens speciale standaarden en het aanbieden van cursussen. Zonder het programma had ik daar niet zo snel aan gedacht. Ik ging er in eerste instantie vanuit dat de standaarden daar vergelijkbaar waren met die van hier. Die subsidie (private sector investeringsprogramma- PSI) bestaat trouwens niet meer. Daar is het Dutch Good Growth Fund voor in de plaats gekomen; dat geeft leningen aan bedrijven. Met een lening ligt het grootste risico echter bij de onderneming. Volgens mij moeten bedrijven ook aan veel minder volwaarden voldoen dan bij de PSI-subsidie.”

Wat het extra lastig maakt is dat er voor het type producten dat wij maken, geen fairtrade-logo is

Je geeft zelf 20 procent boven het minimumloon en zou die lat eigenlijk hoger willen leggen. Waarom kun je er niet gewoon een schepje boven op doen?
“Dan wordt de kostprijs hoger en ben je niet meer concurrerend. Als bedrijf hebben we al kleine marges. Daarom moet ik zo’n verhoging wel doorberekenen. Afnemers, en uiteindelijk de consument, moeten dus wat meer willen betalen. Maar die zijn aan de lage prijzen gewend. Daar loop je constant tegen aan, dat is wel frustrerend.
Wat het extra lastig maakt is dat er voor het type producten dat wij maken, geen fairtrade-logo is. Het is heel moeilijk om de extra dingen die je doet op het gebied van verantwoord ondernemen inzichtelijk te maken voor afnemers en consumenten.
Je kunt wel een audit laten doen waarbij gekeken wordt naar zaken zoals kinderarbeid, arbeidsomstandigheid en brandpreventie. Een afnemer uit Engeland wilde aanvankelijk graag dat we een SA 8000 audit zouden doen. Dat is een Amerikaanse standaard; een sociaal certificaat voor fatsoenlijk werk. Als je daar aan wilt voldoen, dan moet je onder meer de ‘living wages’ betalen aan de medewerkers. Daarnaast heb je een ketenverantwoordelijkheid; ook de leveranciers moeten dan aan hogere standaarden voldoen. Dat wilde ik wel doen, maar vervolgens was afnemer was niet langer geïnteresseerd omdat ze niet meer wilde betalen.”

Zie je een rol weggelegd voor de overheid om bedrijven die maatschappelijk willen ondernemen te ondersteunen?
“Zeker. De overheid kan vooral zorgen dat er goede regels komen en dat iedereen zich daar aan houdt. Ze kan sancties opleggen als bedrijven regels ontduiken. De EU kan afspraken maken waar alle geïmporteerde goederen aan moeten voldoen. Zoals de normen van BSCI en SA 8000. Dat zou je in certificaten kunnen vastleggen die je met containers meelevert.
Als ik het als simpele Harrie kan doen, dan moet een ander het ook kunnen doen. Het is gewoon te doen. De douane kijkt ook of een product van Chanel of Puma wel ‘echt’ is en of er invoerrechten zijn. Dan moeten ze toch ook kunnen checken of iets verantwoord is geproduceerd? De overheid hier kan meer samenwerken met overheden in ontwikkelingslanden om betere standaarden door te voeren. En bijvoorbeeld waterzuivering verbeteren. De technieken zijn voorhanden, ze hoeven daar niet alles opnieuw uit te vinden.
Het BSCI speelt ook een belangrijke rol. Er zijn 1300 tot 1400 bedrijven bij BSCI aangesloten.Daar zitten grote bedrijven bij als de Bijenkorf, Hema, Coolcat en Miss Etam. Die zoeken allemaal hulp bij hun MVO-beleid. BSCI geeft ook cursussen in ontwikkelingslanden. Ik stuur onze medewerkers in Vietnam naar die cursussen. Je kunt externe audit laten doen en je krijgt dan een ‘Code of conduct’ in de taal van het land mee. Die hangt aan het prikbord in de fabriek in Vietnam.”

code of conduct

Je legt de verantwoordelijkheid voor MVO ook bij de fabriek?
“Ja, dat kun je niet vanachter je bureau hier doen. Wel gaan we regelmatig naar Vietnam. Als je er een tijdje niet bent geweest, dan zie je de dingen verslappen. Dan zijn er nieuwe naaimachines gekocht en liggen alle snoeren met kroonsteentjes zo op de vloer. Dan denk je wel 'Oh my God’.
Wij hebben allerlei standaarden, maar het besef is er daar vaak nog niet. Als je zegt dat we toch afspraken hebben gemaakt over veiligheid dan zeggen ze: ‘We zijn er nog niet aan toegekomen maar je ziet de draden toch? Dan stap je er toch gewoon overheen?’”

Wat raad je bedrijven aan die verantwoord willen ondernemen?
“Ga praten met andere bedrijven die ervaring hebben. BSCI organiseert bijeenkomsten met workshops en netwerkborrels. Ik heb veel geleerd van andere bedrijven. Een probleem is wel dat grote bedrijven niet open durven te zijn over waar ze tegen aan lopen. Vooral omdat ze bang zijn voor de media. Als er iets mis gaat word je direct door het slijk gehaald.

Ga zelf kijken in het land waar je onderneemt of wilt ondernemen en laat je onderbuikgevoel spreken

Verder moeten bedrijven maatschappelijk verantwoord ondernemen echt onderdeel maken van de bedrijfsvoering. Ik spreek wel eens MVO-medewerkers van grote bedrijven. Dit zijn vaak jonge mensen die niet geïntegreerd zijn in het management en nog nooit naar een ontwikkelingsland zijn geweest. Dat kan toch niet! Die medewerkers moeten ook in het MT zitten en bijvoorbeeld naar de inkoop kijken en vragen stellen aan de leveranciers.
"Het allerbelangrijkste: ga zelf kijken in het land waar je onderneemt of wilt ondernemen en laat je onderbuikgevoel spreken. Kijk of je tegen de voorwaarden daar zaken wil doen. Ik geloof dat ondernemers die het hart op de juiste plaats hebben wel dingen willen veranderen. Het verschil tussen hier en daar is gewoon te groot. Bij mij is ook pas later het besef gekomen dat er echt iets moet veranderen. Dat gebeurde pas toen ik het met eigen ogen had gezien.”

Edith van Ewijk

Edith van Ewijk is senior onderzoeker bij Kaleidos Research, onderdeel van...

Lees meer van deze auteur >

Reacties