De Wereldwinkel gaat commercieel

16-11-2006
Door: Nico Hammelburg
Bron: OneWorld

 

 

 

K.WOLLENSTEIN
Huub Jansen
Huub Jansen, directeur Landelijke Vereniging van Wereldwinkels:

'Al een jaar of 15 geleden hebben we gezegd dat de verkoop van producten ook een doel op zich moest worden, omdat de kleine producenten in de Derde Wereld daar ook een beter leven door kregen. Om meer consumenten te trekken, zijn meer dan 300 Wereldwinkels in de afgelopen vijf jaar overgegaan op één winkelstijl, met dezelfde kleuren en productopstelling.

Voordien werden de winkels vooral ingericht door vrijwilligers, veelal vrouwen van boven de veertig of vijftig jaar, die zo hun eigen smaak hebben. Dat bedoel ik niet kleinerend, maar jonge klanten hadden we nauwelijks.' 

 
Johan Wouters FTO 100
Johan Wouters

Johan Wouters, managing director

 Fair Trade Original (FTO):

'Wij richten ons met onze Fair Trade Shops minder op alleen de geëngageerde consument. Onze shops zijn cadeauwinkels met producten uit ontwikkelingslanden, deels op franchisebasis. Dat betekent dat uit de winkel een bepaald loon moet worden gehaald. Een ondernemer moet ervan kunnen leven. Dat is natuurlijk anders bij een vrijwilligersorganisatie. Maar allebei willen we een zo hoog mogelijke afzet van producten uit ontwikkelingslanden in Nederland. En ja, in enkele steden is zowel een Shop als een Wereldwinkel. Dat kan elkaar wel bijten.'

Fair Support
In Nederland bestaan zo'n 400 Wereldwinkels, grotendeels gedreven door zo'n 12.000 vrijwilligers. De exploitatie ervan wordt ondersteund met overheidssubsidie. Fair Trade Original heeft 8 Fair Trade Shops in het land, die commercieel draaien. De gezamenlijke omzet bedraagt 30 miljoen euro. Met de oprichting van Fair Support moet die omzet stijgen tot 41 miljoen in 2011. De nieuwe inkooporganisatie gaat 8 bestaande en op termijn 11 nieuwe Fair Trade Shops en 29 Wereldwinkels als franchiseformule begeleiden en bevoorraden. De overige Wereldwinkels werken voorlopig op dezelfde voet verder.

De consument maakt tegenwoordig een uitgestippelde tocht langs werelden van sieraden, voedsel en gebruiksvoorwerpen. Jansen ziet dat iemand die een rieten mand uit Kenia of een houten beeldje uit Tanzania koopt, nog wel eens als verkoopargument te horen krijgt dat 'arme mensen daarmee geholpen worden.
'Ik vind dat vreselijk. Onze producten zijn mooi en kunnen net zo goed bij de Bijenkorf liggen. Je moet het niet willen kopen, omdat het door een arme producent is gemaakt. Het moet gewoon een leuk cadeautje zijn. Dat het ten goede komt aan arme producenten is mooi meegenomen.'

Vrijwilligers van de diverse Wereldwinkels kopen al tijden zelf bij importeurs in Nederland hun eigen eerlijke producten uit de Derde Wereld in. Jansen wenst aan die gewoonte niet te tornen.
'De dames die dat doen, vinden dat hartstikke leuk en het is tenslotte vrijwilligerswerk. We hopen wel dat de groep van 29 Wereldwinkels die wel aan de centrale inkoop gaat meedoen, een voorbeeld wordt voor de andere winkels op weg naar professionalisering van de organisatie. Die 29 winkels maken meer omzet, hebben een breder assortiment en krijgen een beter inzicht in de wensen van de hedendaagse consument.'

Dat een cadeaushop met producten uit ontwikkelingslanden winst moeten maken, betekent voor Jansen niet het einde van de betrokkenheid van zo'n 12.000 vrijwilligers.
'Het concept dat ons voor ogen staat, kan mét en zonder vrijwilligers. In een kleine plaats, waar meer binding bestaat met de lokale gemeenschap, blijven de vrijwilligers de hoofdrol blijven spelen. Zij krijgen wel betere adviezen van bovenaf.'

Ook Jansen ziet dat eerlijke producten uit ontwikkelingslanden zoals koffie, thee, groenten en fruit vaker te vinden zijn in supermarkten als Albert Heijn en Super de Boer. 'Onze primaire doelstelling sinds de oprichting is meer eerlijke handel. Het gaat ons erom dat kleine producenten zichzelf een beter leven kunnen verschaffen. Je kunt het wel als vrijwilliger als je privé-belang zien om een wereldwinkel op een bepaalde manier te leiden, maar dat is niet de bedoeling.'

'Eerder waren veel Wereldwinkels bang dat hun omzet zou teruglopen, toen de Max Havelaar koffie op de markt kwam. Maar door de naamsbekendheid van Max Havelaar en eerlijke handel in het algemeen kwamen er juist meer klanten naar de winkel. Als iedereen overal eerlijke producten gaat verkopen, worden wij overbodig. Dat hebben we dan in 35 jaar toch maar mooi bereikt!'

De Fair Trade Shops hanteren een strakke formule met een klein assortiment. 'Onze productontwikkelaars houden de trends voor zowel food als non-food scherp in de gaten en geven die door aan onze toeleveranciers. Dat verklaart het succes van het Artesa aardewerk uit Ecuador en het glaswerk  uit Bolivia. Er moet een duidelijke verhouding zijn  tussen prijs en kwaliteit. De producten mogen niet zo maar uit elkaar vallen, zodra de mensen thuis komen met hun aankoop. In het verleden gebeurde dat nog wel eens. Maar ja het was gemaakt door arme mensen in het Zuiden en dat nam je dan maar op de koop toe.'
 

Tot nu toe was de handel in eerlijke producten behoorlijk versnipperd. Wouters zocht naar meer efficiëntie en hogere omzetten. 'We willen daarom de Wereldwinkels en de Fair Trade Shops samenvoegen. Zo kunnen we de expertise van de shops benutten in de Wereldwinkels.'
 

Een goede locatie, een verantwoord assortiment, de manier van presenteren, marketing, het is allemaal van belang voor een commerciële winkel. Het zal wennen worden voor de vrijwilligers maar Wouters heeft respect voor hun gedrevenheid.
'Je zult zien dat zij gaan merken dat ze op deze manier meer omzet maken. Ter vergelijking: een shop heeft een gemiddelde omzet van 400.000 euro op jaarbasis, een doorsnee Wereldwinkel daarentegen brengt zo'n 75.000 euro op.'

Van een vergelijking met Xenos wil Wouters niet weten. 'Xenos is veel meer gericht op goedkoop inkopen. Het is een partijenwinkel met producten uit verre landen Wij  proberen met onze producenten een langdurige relatie aan te gaan en switchen niet voortdurend van leverancier.'

Sinds enige tijd levert Fair Trade Original ook producten aan supermarktketens als Albert Heijn, Jumbo en Super de Boer. Ook ministeries, multinationals en ziekenhuizen, met in totaal zo'n 200.000 werknemers behoren tot de zakelijke klanten en die eisen een scherpe prijs.

'Dat is een lastige afweging. Wij moeten winst maken voor de continuïteit van de organisatie.

Alleen zijn wij geneigd om genoegen te nemen met minder rendement. Bij ons staan de belangen van de kleinschalige producenten in ontwikkelingslanden voorop. Onze handel moet een motor voor ontwikkeling zijn.'

 

 

 

 

 

 

detail WW 100De wereldwinkel
De geschiedenis van de Wereldwinkels is nauw verweven met de ontwikkeling van de Derde Wereldbeweging in Nederland. In de zestiger jaren werd er rietsuiker uit de Derde Wereld huis aan huis verkocht, onder het motto 'geef de arme landen ook een plaatsje onder de welvaartszon'. In mei 1970 werd de Landelijke Stichting Wereldwinkel opgericht. Tien groepen openden een  centrum van actie en informatie waar ook eerlijke producten werden verkocht. Na twee jaar waren er al meer dan 100 Wereldwinkels, inmiddels 400. Over vijf jaar wordt de overheidssubsidie beëindigd.

Fair Trade Original Pandanrijst FTO 100
Fair Trade Original (FTO) bestaat sinds 1959. Toen nog Stichting S.O.S. (Stichting Steun Ontwikkelingsstreken) geheten was de eerste actie het sturen van melkpoeder naar ondervoede kinderen op Sicilië. Inmiddels is de organisatie uitgegroeid naar een professionele ontwikkelingsgroothandel,  gevestigd in Culemborg en met 122 medewerkers. De organisatie heeft 70 handelspartners in 25 landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Het assortiment bestaat uit ruim 2200 food en non-food producten. Samen met de handelspartners in ontwikkelingslanden stelt FTO ontwikkelingsprogramma's op en ziet er ook op toe dat deze naar behoren worden uitgevoerd. FTO noemt zichzelf een ideële handelsorganisatie en wil een zo groot mogelijk publiek bereiken.

 

 

Reacties