De moeder Theresa’s van nu

21-05-2012
Door: Hidde Jansen
Bron: OneWorld

De lokale bevolking van een Peruviaans bergdorp uitbuiten en vervolgens de winst van het bedrijf investeren in een waterproject aldaar. Is dat sociaal ondernemen? Sceptici en optimisten gingen tijdens de lustrumconferentie van de Leidse studentenorganisatie SIFE in debat over de betekenis en het nut van sociaal ondernemerschap.

Ruim honderd studenten en andere belangstellenden luisteren in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag naar het openingspraatje van Patrick de Nekker. Zo’n vijf jaar geleden richtte hij Earth Water Europe op, een concept waarbij de winst van verkochte flesjes water volledig naar waterprojecten in Derde Wereldgebieden gaat. ‘Want per dag sterven er zesduizend mensen aan een gebrek aan schoon drinkwater’, geeft Nekker aan. Vol trots toont hij een slideshow waarop hij met enkele bekende ambassadeurs te zien is. “Luis Figo steunt ons, en hier sta ik met de ex van Madonna. En Lee Towers doet ook mee.”

Maar wat is sociaal ondernemerschap nou eigenlijk? Wie een negatief mensbeeld heeft zal geneigd zijn om Earth Water te zien als ‘het afkopen van een schuldgevoel’. Nekker had immers al carrière gemaakt bij onder meer Hero en Heineken, dus nu het geld binnen was kon hij mooi een goede naam opbouwen als filantroop. Of moeten we sociale ondernemers zien als Moeder Theresa’s 2.0?

Rigide regelgeving
Oud-minister en voormalig VN-gezant Jan Pronk probeert een definitie te geven van sociaal ondernemerschap. “Sociale kosten en opbrengsten van een bedrijf worden meegenomen door de ondernemer. Bedrijven dienen niet alleen gebruik te maken van mens en milieu, ze moeten er ook iets aan teruggeven. De ene onderneming doet dat vanuit ethisch oogpunt los van eigenbelang, de andere in het belang van de onderneming.”

‘De hoeveelheid regels belemmert de effectiviteit van projecten’, luidt de eerste stelling van het debat. “Onzin”, roept Pronk meteen. “Grote bedrijven verschuilen zich achter deze drogreden. Wie oprecht sociaal wil zijn wurmt zich er makkelijk doorheen. Bovendien is regelgeving op lange termijn een noodzakelijk kwaad, wil je overzicht blijven houden.” Joanne Meyboom, directeur van de groenafdeling bij energiebedrijf Joulz, kan zich daar niet in vinden. “Te veel regels, te veel ingewikkelde termen, als sociaal ondernemer word je continu tegengewerkt en dat frustreert.”

“Eigenlijk is de term ‘sociaal ondernemerschap’ overbodig”, dient Pronk Meyboom van repliek. “Een ondernemer hoort altijd oog te hebben voor de omgeving. Dat is ethiek. Helaas blijkt dat in de praktijk niet het geval. Geld is wat met name grote bedrijven als Shell drijft. Daar heb je die regelgeving dan voor. Maar staar je er ook niet blind op.”

Sociaal of maatschappelijk verantwoord?
Hoewel de term ‘sociaal’ veelvuldig valt in de discussie, ontbreekt uitleg over de betekenis van het begrip. “Ik heb van niemand nog gehoord wat sociaal ondernemerschap nou precies inhoudt”, luidt een opmerking vanuit de zaal. “En waarin verschilt het van maatschappelijk verantwoord ondernemen?” In plaats van een antwoord, krijgt de zaal een wedervraag toegespeeld van Ruurd Brouwer, directeur van de Nederlandse ontwikkelingsbank. “Wie weet er wat er met zijn of haar spaargeld gebeurt?” Slechts een handjevol mensen steekt de hand op. Brouwer schrikt. “Dan zouden jullie niet eens bij dit debat aanwezig mogen zijn.”

Jan Pronk valt de zaal bij. “Vragen wat er met je spaargeld gebeurt kon nog in de jaren zestig. Wie nu z’n bank opbelt en dat vraagt krijgt eerder een promotiepraatje dan een eerlijk antwoord.” Pronk probeert een verschil aan te geven tussen maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en sociaal ondernemerschap. “MVO is vooral gericht op ‘rekening houden’ met mens en milieu tijdens de bedrijfsvoering. Sociaal ondernemerschap is concreet wat terug doen in de vorm van bedrijfsopbrengsten investeren in bijvoorbeeld onderwijsprojecten of ze zelf opzetten.”

Samen er tegenaan
Na ruim een uur discussie is het tijd voor een pauze. Onder het genot van een kopje thee of koffie wordt de eerste debatronde nabesproken. Een kwartier later stroomt de zaal weer langzaam vol en gaat de discussie verder. Centraal staat nu de samenwerking tussen het bedrijfsleven en NGO’s. Carol Gribnau van ontwikkelingsorganisatie Hivos begint positief. “Het wantrouwen tussen bedrijven en NGO’s neemt af en dat leidt tot meer samenwerking. Dat is gunstig, want ze kunnen elkaar goed aanvullen bij de opbouw en uitwerking van projecten.”

Sabine Luning, docent Ontwikkelingssociologie aan de Universiteit van Leiden, doet onderzoek naar de rol van grote Canadese mijnbouwbedrijven in West-Afrika. Ze is na haar ervaringen in Afrika een stuk sceptischer dan Gribnau. “Waar hulp vroeger voortkwam uit ‘social movements’, zijn het nu grote bedrijven die het voortouw nemen. Dat is niet goed. Zij laten zien dat een gebrek aan kennis en winstbejag goede ontwikkelingen in de weg staan. We moeten kritischer kijken naar de rol van bedrijven en hoe ze effectief kunnen samenwerken met NGO’s.”

Ron Jansen bestuurslid van SIFE Nederland probeert positief af te sluiten. “Bedrijven en NGO’s moeten kijken waar ze elkaar kunnen aanvullen. Minder negativisme en durven dromen. Wie met beide benen op de grond blijft staan, komt geen stap verder."

Reacties