De kleine letters van de schulddeal

24-06-2005
Door: Ariena Chantre
Bron: OneWorld
economie – 

Het Europese Netwerk voor Schuld en Ontwikkeling (Eurodad) heeft het voorstel tegen het licht gehouden en de voordelen, tekortkomingen en kleine letters op een rij gezet.

Allereerst benadrukt Eurodad dat het nog maar om een voorstel gaat. Het wordt in september voorgelegd aan de jaarlijkse vergadering van Wereldbank en IMF.

Beperkt aantal landen
 
De kwijtschelding geldt voor slechts achttien landen. Dit aantal loopt in de komende jaren waarschijnlijk op tot 27. Maar er zijn nog veel meer landen met een laag of gemiddeld inkomen die ook een torenhoge schuldenlast hebben.

De landen die voor de schuld in aanmerking komen, zijn landen die het HIPC-programma van Wereldbank en IMF hebben doorlopen. HIPC staat voor Higly Indebted Poor Countries. Dit schuldsaneringsprogramma legt strenge en omstreden eisen op aan de deelnemende landen. De instanties schrijven regeringen deels voor hoe ze hun begroting moeten inrichten.
In het G8-voorstel wordt veel nadruk gelegd op het belang van goed bestuur en transparantie in het beleid. Dit kan worden gezien als een pleidooi voor nog meer bemoeienis met het beleid van de deelnemende landen.

Niet alle schulden

Het gaat bij de G8-overeenkomst alleen om kwijtschelding van schulden bij drie instellingen; de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (AfDB). Er zijn echter volgens Eurodad 19 multilaterale instellingen die geld hebben geleend aan arme landen.

Ghana bijvoorbeeld, heeft schulden uitstaan bij negen multilaterale organisaties. Veel Latijns-Amerikaanse landen staan zwaar in het krijt bij de Inter American Development Bank (IADB). Verder tellen schulden in de privésector ook niet mee.

Voor de landen die nu buiten de boot vallen, wordt de kans om van hun schulden af te komen mogelijk juist kleiner, zegt Eurodad. Schuldeisers kunnen deze overeenkomst aangrijpen om te wijzen op de buitengewone moeite die ze al hebben gedaan voor de armste landen.
 
Dat de schulden bij het IMF ook worden kwijtgescholden is een groot pluspunt in het voorstel, aldus Eurodad. Het IMF is de belangrijkste schuldeiser.
 
Geen extra geld

De indruk dat Afrikaanse landen na de lastenverlichting meer geld te spenderen hebben, klopt niet. Het bedrag van de kwijtgescholden leningen wordt gekort op nieuwe leningen en schenkingen. Om te zorgen dat er toch extra geld naar de arme landen gaat, krijgt de bank het kwijtgescholden bedrag terug van haar donors. Dit wordt herverdeeld onder alle landen die lenen bij de bank. Zo kunnen dus ook landen die niet voor de schuldverlichting in aanmerking komen een klein beetje profijt hebben van de deal.

Als land X bijvoorbeeld jaarlijks 100 miljoen dollar aan rente en aflossing betaalt aan de International Development Association (IDA) van de Wereldbank, wordt dit bedrag nu kwijtgescholden. Nieuwe leningen en giften van de IDA aan land X worden met 100 miljoen gekort. De compensatie van 100 miljoen die de bank hiervoor krijgt, wordt verdeeld onder de 66 IDA-landen. Land X krijgt nu bijvoorbeeld maar 10 miljoen in plaats van 100 miljoen aan nieuwe leningen en giften.

Ontwikkelingsbudget
 
De compensatie voor de financiele instellingen moet worden opgehoest door de landen van de G8 en andere landen (zoals Nederland). Deze landen mogen dit bekostigen uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Daardoor gaat de schulddeal mogelijk ten koste van andere ontwikkelingsprojecten.

Eurodad wijst erop dat het voorstel weliswaar een stap in de goede richting is, maar dat er nog veel meer is om voor te strijden als het om schuldverlichting gaat. Het netwerk roept activisten dan ook op om juist nu te blijven hameren op verdergaande stappen.

Charles Mutasa, directeur van het Afrikaanse Netwerk voor Schuld en Ontwikkeling (Afrodad): 'Als we zeggen dat een half brood beter is dan niks, lijkt het alsof er vooruitgang is. Maar halfbakken oplossingen hebben hun beperkingen.'

Ongelijkheid blijft
 
De ongelijke verhouding tussen rijk en arm wordt door Mutasa aan de kaak gesteld: 'In de overeenkomst staat niks over de echte mondiale macht en ongelijkheid. De schuldencrisis heeft een duurzame oplossing nodig waarin beide partijen hun zegje kunnen doen.'

Volgens Eurodad ligt de zwakke plek van de overeenkomst in het feit dat de schuldeisers niet erkennen dat zij medeschuldig zijn. Er wordt nergens een vermelding gemaakt van de onderliggende oorzaken die de voortgang van schulden mogelijk maakt, zoals de nadelige positie van arme landen op de wereldmarkt.

 

 

Nederland steunt het voorstel van de G8 omdat het aan de Nederlandse wensen grotendeels tegemoet komt. Nederland heeft nog wel een aantal aanvullende eisen:

  • Landen die minder dan 0,7 procent van hun BNP aan ontwikkelingshulp besteden, mogen de kwijtschelding niet betalen uit het hulpbudget. Nederland is één van de weinige landen die aan de internationale afspraak van 0,7 procent voldoet. Nederland vindt dus dat het zelf wel het hulpbudget mag gebruiken voor de schuldkwijtschelding.
  • Er moeten voorwaarden komen waardoor landen niet opnieuw diep in de schulden kunnen raken.
  • Rijke landen moeten toezeggen dat ze hun markten meer open zullen stellen voor ontwikkelingslanden.
  • Voor de financiering van de schuldkwijtschelding van het IMF moet een verantwoorde oplossing komen. Het IMF wil de kwijtschelding betalen bestaande reserves. Nederland vindt dat de financiële positie van het fonds niet mag worden aangetast en wil niet meebetalen aan de IMF-kwijtschelding.

 

Reacties