'Armste landen zakken steeds verder af'

07-09-2005
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

Dat stelt het Human Development Report 2005 van de Verenigde Naties, dat woensdag is gepresenteerd. Het rapport is een van de belangrijkste jaarrapporten over ontwikkelingssamenwerking en sociale ontwikkeling wereldwijd.

Verrassend zijn de conclusies van het 370 pagina's tellende rapport niet te noemen. Het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP wil met het rapport de wereldleiders die volgende week bijeenkomen onder druk zetten om daden te stellen. Op de grote VN-top, die van 14 tot en met 16 september in New York wordt gehouden, staan op de agenda onder meer onderwerpen als terrorisme, hervorming van de VN én de millenniumdoelen. Deze doelen hebben de Verenigde Naties in 2000 bedacht om de wereld minder arm en beter leefbaar te maken.

Samenhang

Tegen het licht van deze top heeft het rapport over de menselijke ontwikkeling zich geconcentreerd op de samenhangende thema's ontwikkelingshulp, handel en veiligheid. 'Falen op een van deze terreinen zal toekomstige vooruitgang ondermijnen', waarschuwt Kevin Watkins, directeur van het bureau dat het rapport uitgeeft. 'Effectievere internationale handelsregels zullen weinig opleveren voor landen waar gewelddadige conflicten de kansen om aan handel deel te nemen beknotten. Meer ontwikkelingshulp zonder rechtvaardiger handelsregels levert alleen maar suboptimale resultaten op. En vrede blijft fragiel als er geen vooruitzicht is op beter menselijk welzijn en armoedebestrijding via hulp en handel.'

Op het gebied van hulp en veiligheid weten de wereldleiders elkaar nog wel aardig te vinden, maar in de liberalisering van de handel zit nauwelijks schot, constateert ook het HDR 2005. Nog steeds worden de armste landen door de rijke landen geconfronteerd met de hoogste invoertarieven, een 'perverse belasting', zo schrijven de opstellers onomwonden. Import uit arme landen zou ongeveer eenderde uitmaken van de totale import van rijke landen, terwijl het aandeel van arme landen in de belastinginkomsten van rijke landen tweederde zou bedragen.

Regels omzeilen

De opstellers hebben bovendien becijferd dat donorlanden per jaar 1 miljard dollar besteden aan steun voor landbouw in ontwikkelingslanden. Tegelijkertijd geven zij 1 miljard dollar per dag uit aan binnenlandse subsidies die de positie van de armste boeren in de wereld ondergraven. Zowel de Europese Unie als de Verenigde Staten veranderen bovendien waar mogelijk hun subsidieprogramma's om de handelsregels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) te omzeilen.

Het rapport grossiert in voorbeelden van schadelijke subsidies; Europese suikerboeren krijgen vier keer meer dan de wereldmarktprijs voor hun product. Intussen produceren zij een overschot van zo'n 4 miljoen ton, dat met 1 miljard aan Europese exportsubsidies op de wereldmarkt wordt gedumpt. Met als gevolg dat landen als Brazilië (494 miljoen dollar), Zuid-Afrika (151 miljoen) en Thailand (60 miljoen) enorme inkomsten mislopen.

Hongkong

Handel is belangrijker dan hulp voor de menselijke ontwikkeling, stelt het rapport, maar toenemende handel betekent niet vanzelfsprekend een uitweg uit de armoede. Waar Vietnam stijgende exportverdiensten inzet voor armoedebestrijding, betekent importliberalisering van de landbouw in Mexico de nekslag voor honderdduizenden kleine boeren.

De onderhandelingen over handelsliberalisering zitten al jaren vast. Volgens Watkins kunnen de rijke landen in New York voor een kentering in de handelsronde zorgen, want 'rijke landen zijn het primaire probleem van de Doha-handelsronde'. Cruciaal zal de ministersconferentie van de WTO in Hongkong in december worden.

Het rapport geeft de wereldleiders een aantal aanbevelingen mee. Zo moeten de rijke landen diep snijden in de diverse subsidies voor landbouwproducten. Bovendien moeten zij hun invoertarieven voor ontwikkelingslanden verlagen tot maximaal twee keer hun gangbare tarieven. Ten derde moeten ontwikkelingslanden die tot nu toe handelsvoordelen genoten, gecompenseerd worden als deze voordelen worden afgeschaft zoals de bedoeling is. Tenslotte mag liberalisering niet ten koste gaan van armoedebestrijdingsplannen van ontwikkelingslanden.

Welzijnsranglijst

De UNDP maakt jaarlijks een ranglijst van landen op basis van sociale factoren als scholing en kindersterfte. Sinds 1990 zijn 18 landen er op achteruitgegaan; 12 Afrikaanse landen en 6 landen van de voormalige Sovjet-Unie. Zuid-Afrika viel 35 plaatsen terug; Zimbabwe 23; en Botswana 21. Een van de belangrijkste oorzaken is de HIV/Aids pandemie. Noorwegen leidt de lijst, Niger bungelt onderaan. Nederland zakte van de vijfde naar de twaalfde plaats.

Vooruitgang is er ook. De laatste 15 jaar zijn mensen in ontwikkelingslanden gemiddeld genomen gezonder geworden, hebben ze beter onderwijs gehad en zijn ze minder arm. Bovendien wonen ze steeds vaker in een meerpartijendemocratie. De levensverwachting in ontwikkelingslanden is met twee jaar toegenomen en ieder jaar stierven er twee miljoen kinderen minder. 30 miljoen meer kinderen gaan naar school en ruim 100 miljoen mensen konden omstandigheden van extreme armoede achter zich laten.

 

Human Development Report 2005 (pdf)

Reacties