Angst voor Amerikaanse claimcultuur onterecht

26-06-2014
Door: Eva Schram
Bron: OneWorld
Het zal wel meevallen met de claims die bedrijven bij de Nederlandse overheid indienen als TTIP in werking treedt. Dat stellen onderzoekers van Universiteit Halle (Duitsland) en de Leiden Universiteit, die op verzoek van minister Ploumen de potentiële risico’s van de geschillenregeling in TTIP onderzochten. Wel stelden de onderzoekers dat er verbeteringen mogelijk zijn in de huidige tekst over investeringsbescherming in TTIP. Ploumen neemt vrijwel alle aanbevelingen over, schreef ze woensdag aan de Tweede Kamer.
nieuws – 

Eén van de grootste bezwaren van tegenstanders van TTIP, het vrijhandelsakkoord tussen de VS en de EU waar al maanden over onderhandeld wordt, is de arbitrageclausule ISDS (Investor to State Dispute Settlement). Die clausule zou bedrijven in staat stellen de regering van een land aan te klagen, als het land een wet aanneemt die de winst van het bedrijf drukt.

Politiek wanbeleid
Dat is geen nieuw fenomeen. Zulke regelingen bestaan al in handelsverdragen en zijn bedoeld om investeerders te beschermen tegen politiek wanbeleid, waarbij bijvoorbeeld land onrechtmatig onteigend wordt of bedrijven uit eigen land voorgetrokken worden. Bij onenigheid beslist een internationaal, onafhankelijk instituut of er internationale verdragen geschonden zijn. Maar bedrijven gebruiken het ook als ze vinden dat hun winst benadeeld wordt door besluiten van een overheid in een land waar ze actief zijn.

Een bekend voorbeeld is die van het Zweedse energiebedrijf Vattenfall, dat in 2012 de Duitse overheid voor het investeringstribunaal van de Wereldbank, ICSID, daagde omdat de Duitsers kernenergie aan banden hadden gelegd. Vattenfall zegt voor 3,2 miljard euro benadeeld te zijn door de beslissing en beroept zich op het Energy Charter Treaty, dat Duitsland geschonden zou hebben.

Kwetsbaar opstellen
Verschillende politieke partijen en ngo’s vroegen zich af of Nederland zich niet kwetsbaar opstelt voor zulke claims met de komst van TTIP, met daarin de ISDS-clausule. Immers: zodra Nederland één van de bepalingen in TTIP overtreedt, staat het bedrijven vrij een claim in te dienen. Kamerleden Bram van Ojik (GroenLinks), Jan Vos (PvdA) en Jasper van Dijk (SP) vroegen handelsminister Ploumen eind 2013 een onderzoek in te stellen naar de “potentiële sociale en milieurisico's en de gevolgen van het ISDS voor Nederland en naar de financiële risico's voor de Nederlandse overheid.” Dat onderzoek  werd uitgevoerd door Christian Tietje van de Universiteit Halle in Duitsland, Freya Baetens aan de Leiden Universiteit en onderzoeksbureau Ecorys en is woensdag naar de Tweede Kamer gestuurd, samen met een reactie van Ploumen.

Tien procent van alle claims tegen overheden wereldwijd werd door Nederlandse bedrijven ingediend.

De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat de risico’s van de geschillenregeling overschat worden. “Daarmee zeggen we niet dat het ISDS-systeem perfect is of dat de onderhandelaars tevreden moeten zijn met wat er nu ligt”, schrijven de onderzoekers, “maar dat de risico’s verzacht of weggenomen kunnen worden met een zorgvuldige behandeling van de TTIP-tekst.”

Van Dijk is er niet gerust op. “Het onderzoek is tamelijk positief, maar dat kan komen door de mensen die betrokken zijn bij het onderzoek. Beiden hebben opgetreden in internationale arbitragecommissies en zijn onderdeel van het systeem. Voor de SP blijven de zorgen over de geschillenregeling recht overeind staan.” Van Ojik reageert: "Ook dit onderzoek maakt niet duidelijk waarom ISDS nodig is. Mijn zorg is dat het door dit mechanisme voor buitenlandse investeerders makkelijker wordt om gedegen nationale rechtssystemen in de EU en de VS te omzeilen. Daar speel je multinationals mee in de kaart."

Stil staan
Tegenstanders van TTIP zijn onder andere bang dat de ISDS-clausule een zogenaamde regulatory chill teweeg zal brengen: dat overheden gaan treuzelen met wetgeving of zelfs wetgeving laten afketsen omdat ze bang zijn zich daarmee open te stellen voor claims van internationale bedrijven. De onderzoekers wijzen erop dat er weinig bewijs bestaat voor die aanname. En het risico op de “regulatory chill” kan verminderd worden door de investeringsbeschermingsstandaarden en uitzonderingen daarop heel specifiek te definiëren.

Ook de aanname dat er met de clausule een ‘Amerikaanse claimcultuur’ zou ontstaan, wijzen de onderzoekers af. Ze schrijven dat juist dat Nederlandse bedrijven nogal claimerig zijn: tien procent van alle ISDS-claims wereldwijd werd door Nederlandse bedrijven ingediend.

Ploumen neemt adviezen over 
Desondanks is er nog heel wat te verbeteren aan de geschillenregeling die nu op de onderhandeltafel ligt. Zo moet de toegang tot ISDS beperkt worden, zodat brievenbusmaatschappijen geen mogelijkheid hebben claims in te dienen. En er moet een systeem komen dat ongegronde claims weert. Ploumen neemt daarom de aanbeveling over dat er een ‘loser pays all’-principe gaat gelden, waarbij het bedrijf dat de claim indient alle kosten van het arbitrageproces draagt als de claim ongegrond wordt verklaard. Ook is ze het met de onderzoekers eens dat bedrijven niet tegelijkertijd een claim via ISDS én via de nationale rechtsgang van een land kunnen indienen. Tenslotte wil Ploumen zich er hard voor maken dat ISDS alleen zal gelden voor bedrijven die al actief zijn in de markt. Op die manier wil ze voorkomen dat bedrijven al forse claims indienen vóórdat ze uberhaupt geld geïnvesteerd hebben in Nederland.

Alternatieven
Van Dijk is het met Van Ojik eens dat het niet duidelijk is waarom er een geschillenregeling moet komen. “Waarom is er in het onderzoek niet naar alternatieven gekeken? Waarom kunnen er niet individuele contracten voor specifieke onderdelen opgesteld worden? Wat is de noodzaak van zo’n algemene regeling?” vraagt hij zich af.

Dat de regeling ook geldt voor Nederlandse bedrijven die in Amerika (of in andere landen waar in de toekomst een vergelijkbare regeling mee getroffen wordt) actief zijn, doet niets af aan de zorgen van de SP. “Als een Nederlands bedrijf een claim indient bij een buitenlandse overheid, is dat misschien heel slecht voor de samenleving daar. Mijn solidariteit ligt dan eerder bij de bevolking van dat land.”

Eva Schram

Eva Schram (1988) werkte als onderzoeksredacteur bij OneWorld en vertrok in...

Lees meer van deze auteur >

Reacties