Burundi, een vergeten acute crisis.

13-04-2016 Bron: OneWorld
Art Rooijakkers in een vluchtelingenkamp in Tanzania
Terwijl de Europese Unie miljarden uitgeeft voor de opvang van vluchtelingen in Turkije om te voorkomen dat deze de oversteek naar Europa maken, is van het benodigde geld voor de opvang van Burundese vluchtelingen in Tanzania in 2016, 14 procent bij elkaar gebracht. Voor de Burundese vluchtelingen die naar Congo en Oeganda vluchtten is de situatie nog dramatischer, voor de hulp aan hen heeft de Internationale gemeenschap tot nu toe geen cent over.
Nieuws – 

Directeur van Stichting Vluchteling, Tineke Ceelen, bezocht afgelopen week samen met presentator Art Rooijakkers de Burundese vluchtelingen in Tanzania. De omstandigheden waaronder zij moeten leven, zijn erbarmelijk. Ceelen: "Burundi is al een van de armste landen ter wereld. De vluchtelingen konden vaak niets van thuis meebrengen, en zijn voor hun overleving volledig afhankelijk van hulporganisaties. De, niet zelden versleten, tenten in Nyarugusu vluchtelingenkamp zijn meestal leeg, of nagenoeg leeg. Er zijn geen huisraad of voorraden in te vinden."

In Burundi woedt een conflict tussen de zittende regering van president Nkurunziza en oppositiegroepen. De president heeft zich in 2015 voor een derde termijn laten kiezen, een verkiezing die op basis van de grondwet van het land niet legaal is. Een ieder die zich tegen deze verkiezing heeft verzet heeft het heel zwaar te verduren in Burundi.

Inmiddels zijn er ruim 257 duizend mensen uit Burundi gevlucht naar de buurlanden Tanzania, Oeganda, Rwanda en de Democratische Republiek Congo; meer dan de helft van deze vluchtelingen zit in Nyarugusu kamp in Tanzania.

In dat kamp is een schrijnend gebrek aan onderdak voor de enorme toestroom van vluchtelingen en de situatie rond voedsel en water is precair.

Aandacht van de donorlanden lijkt uit te gaan naar de vluchtelingen die naar Europa komen. Vluchtelingen in crises als die in Burundi, maar ook in andere brandhaarden als de Centraal Afrikaanse Republiek (minder dan 1 procent van het hulpbudget gedekt), Zuid-Soedan (15 procent) of Congo (7 procent), kunnen mede daardoor op nog veel minder steun rekenen dan in het verleden al het geval was. "De grote vraag is natuurlijk", zegt Ceelen, "hoe lang die situatie stand kan houden als voor deze vluchtelingen en de ontvangende landen vrijwel elke steun ontbreekt. Extra zuur is het dat politici deze dagen de mond vol hebben van 'opvang in de regio', maar in de praktijk van die opvang heel weinig werk gemaakt wordt."

Reacties