Brinkhorst: ‘Schaf minister Ontwikkelingssamenwerking af’

20-06-2002
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

‘In Nederland hebben we sinds jaar en dag een minister voor de rijke en een minister voor de arme landen. Ze benaderen het buitenland vanuit verschillende, soms tegenstrijdige, invalshoeken. Die constructie bemoeilijkt een integrale afweging van het beleid, bijvoorbeeld op het gebied van immigratie,’ aldus Brinkhorst.

Een geïntegreerd buitenlands beleid is noodzakelijk, stelt de Landbouwminister, om effect te sorteren. Voorbeelden zijn zulk ‘ontschot’ beleid zijn de koers ten aanzien van Afghanistan, de Nederlandse inspanningen op de Balkan, in Ethiopië en Eritrea, maar ook het gemeenschappelijke Europese landbouwbeleid.

Als de ontschotting van Buitenlandse Zaken wordt voltooid, wordt de coherentie van het buitenlandbeleid een feit, meent Brinkhorst.

’Onzalige gedachte’

Minister Herfkens voor Ontwikkelingssamenwerking riep maandag in een discussie nog het tegendeel. Volgens haar is een staatssecretariaat ‘een onzalige gedachte’, omdat het coherent beleid juist zal ondermijnen. Een minister voor Ontwikkelingssamenwerking die aanwezig is bij het kabinetsberaad kan de belangen van de armsten landen verdedigen en erop toezien dat ander nationaal beleid daar niet haaks op staat.

Volgens Brinkhorst kan dat dus het beste door ‘het totaal van het buitenlands beleid in één persoon samen te ballen’. Deze minister wordt bijgestaan door staatssecretarissen voor Europesa en ontwikkelingssamenwerking, die zich wat Brinkhorst betreft ‘in het buitenland best minister mogen noemen’. De staatssecretaris Ontwikkelingssamenwerking zou zich kunnen richten op een of meer regio’s in de wereld, ‘in het bijzonder Afrika’, en zich daar bezighouden met ‘alle aspecten van onze betrekkingen met de regio’.

Brinkhorst is voorstander van het handhaven van de 0,8-procentsnorm (0,8 procent van ons nationaal inkomen aan hulp), maar dat moet wel ‘op gelijke voet kunnen worden ingezet voor verschillende doelstellingen van buitenlands beleid’. Brinkhorst vindt dat het armoedecriterium niet langer zaligmakend mag zijn.


Mariska van Beek (Secretariaat Integrale Beleidsontwikkeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid Utrecht) schrijft:
"Ik kan me indenken dat het zijn standpunt vanuit economisch oogpunt door vele wordt gedeeld. Maar dat ligt nu juist het punt, dit is puur uit economisch oogpunt. Als de minister van buitenlandse zaken ook ontwikkelingsamenwerking in zijn portefeuille krijgt, kun je er donder op zeggen dat de meeste beslissingen op dit vlak vanuit Nederlands economisch oogpunt worden genomen en niet vanuit de welzijn kant en wat er nu werkelijk goed is voor deze arme landen.


Heel jammer zou dat zijn. Niet voor ons, maar vooral voor hen."

Huidige drie bewindslieden op ministerie van Buitenlandse Zaken

Reacties