Boerenbos in Albanië bloeit in de luwte van de macht

01-09-2006
Door: Tekst: Erik van Oudheusden


Het eerste wat opvalt in de bossen rond de provinciehoofdstad Peshkopi, is de lucht. Die ruikt vruchtbaar en voelt gezond aan. Frisgroene bomen van hoogstens vijf jaar oud bekleden de heuvels. Albanië is nog steeds een woest land, maar deze bossen liggen er perfect verzorgd bij. Nog niet zo heel lang geleden was het hier echter een dorre woestenij.

Illegale houtkap

In 1992 ontwaakte Albanië uit een communistische nachtmerrie. Het land was op dat moment een inefficiënte en afgeleefde uithoek van Europa. Dictator Enver Hoxha had Albanië bijna vijftig jaar lang weten te isoleren. Hij bouwde het land vol met bunkers - 700 duizend op een bevolking van 2,7 miljoen, oftewel één bunker op vier Albanezen. Hoxha deed er alles aan om zijn land volstrekt onafhankelijk te maken van het buitenland, waar volgens hem alleen maar vijanden van de communistische heilstaat woonden. Voedsel werd, als het even kon, zelf verbouwd en niet geïmporteerd. Halverwege de jaren zestig beschikte de dictator dat de bosrijke heuvels hun langste tijd hadden gehad. 'Laten we de heuvels net zo productief maken als onze velden', was de inspirerende leuze waarmee Hoxha een dreigende hongersnood wilde afwenden. Gekapt moest er worden.

Bosbouwingenieur Rexhep Udrew zag deze ontwikkeling met lede ogen aan. Tijdens het communistische regime werkte hij voor staatsbosbeheer in de provincie Dibër. 'Wij gaven destijds duidelijk aan dat het een onverantwoord idee was. Maar we kregen het vriendelijke verzoek er nog een nachtje over te slapen en vervolgens een kritisch rapport te schrijven waarin het overheidsstandpunt bevestigd werd. Het was dat of de gevangenis.'

En dus ging de bijl in de oerbossen van Albanië. Er ontstonden nieuwe akkers, waarbij niets gedaan werd om erosie te voorkomen. Drie jaar later was de vruchtbare grond weggespoeld en het land waardeloos geworden. Na de ineenstorting van het communisme lagen veel heuvels er kaal bij. De zeven anarchistische jaren die daarop volgden, werden bovendien gekenmerkt door illegale houtkap, waardoor de boompopulatie nog verder kelderde.

Ieder voor zich

Tegenwoordig is Udrew voorzitter van de lokale bosfederatie en probeert hij zijn vroegere werk ongedaan te maken. Hij krijgt daarbij hulp van SNV. Vanuit een kantoor in Peshkopi werkt de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie sinds 1999 aan een duurzaam bosbouwproject. Dit heeft drie doelstellingen: het bos herstellen, de boeren helpen inkomen te genereren door er 'boerenbos' van te maken, en de bevolking aanmoedigen om voor verbeteringen en veranderingen niet automatisch naar de staat te kijken, maar eigen initiatief te nemen en zo te participeren in het democratisch proces.

Op alle drie de fronten gaat het goed. De heuvels rond Peshkopi vertonen weliswaar nog kale plekken, maar het groen domineert weer, al zijn de meeste boompjes nog jong. De voornaamste inkomstenbron is nog steeds de zoon die in Griekenland in de bouw werkt, maar als het aan de Albanese boeren ligt, zal dat snel veranderen. De bossen produceren veevoer, brandhout, meubelhout, paddenstoelen, hazelnoten, walnoten en medicinale kruiden, zij het nog op bescheiden schaal.

De boeren waren aanvankelijk argwanend. Getekend door het collectivisme tijdens de communistische periode moesten zij in het begin niets hebben van welke vorm van samenwerking dan ook. 'Ieder voor zich gold als het hoogst haalbare ideaal', vertelt Fuji Kreidler, coördinator van SNV in Peshkopi. 'Het woord "samenwerken" heeft in Albanië zo'n kwade reuk. Je zou denken dat succes juist tot navolging leidt en iedereen mee wil doen met het project. Als het goed gaat met iemand, heeft zijn omgeving hier echter nog steeds de neiging hem naar beneden te halen. "Als je succes hebt, zul je wel corrupt zijn", redeneert men dan. We hebben heel hard moeten werken om mensen over te halen om mee te doen. Nu worden onze workshops goed bezocht.'

Tijdens deze bijeenkomsten leren de boeren hoe ze goed voor hun bos kunnen zorgen, hoe ze als gemeenschap samen kunnen werken en hoe ze bosbouwproducten commercieel kunnen exploiteren. 'De mensen hier zijn verzamelaars en werken vooral voor eigen consumptie. Wij willen ze in contact brengen met de markt', aldus Kreidler. 'De boerenbossen gaan erosie tegen en zijn goed voor het natuurlijk evenwicht. Het regenwater blijft beter in de bodem zitten en het land ziet er mooier uit. Uiteindelijk is dat weer goed voor het toerisme.'

Bosbouwingenieur Rexhep Udrew hangt eigenhandig posters op om boeren op te roepen een vergadering bij te wonen:'Samen kunnen we echt een vuist maken!'

Beeld: Erik van Oudheusden

Voor veel boeren is het nog steeds verleidelijk om een stuk bos te kappen en snel een flink bedrag te incasseren met de verkoop van het hout. Maar de meer duurzame wijze om inkomsten te genereren, krijgt langzaam maar zeker de overhand. Boer Daut Mera (58) uit het dorpje Cetush rooit met beleid een aantal boompjes uit zijn hazelnotenbos. 'Ik werk vooral zo hard om mijn zoon een bloeiende toekomst te bieden. Ik wil dat hij dit land straks van me overneemt. Daar kan 'ie mooi van leven.'

Lokale traditie

De eeuwenoude dorpswetten die in het noorden van Albanië nog sterk leven, komen goed van pas om de onlangs georganiseerde boeren een leidraad te geven. Door aan te sluiten bij de lokale traditie van dorpswetten, de zogeheten 'kanun', creëer je betrokkenheid. SNV merkt dat dit beter werkt dan het opleggen van een vreemd model van buitenaf.

Het dorp heeft al twee belangrijke gezamenlijke beslissingen genomen, vertelt boer Mera. 'We kappen niet meer om brandhout te krijgen en we zijn gestopt met het houden van geiten. Er komt geen beest meer in. Sindsdien groeit het bos goed. We dunnen het af en toe uit en houden het mooi bij.'

Voor elke afspraak organiseren de boeren een bijeenkomst in de moskee. Daar worden de afspraken verheven tot dorpswet, die iedereen respecteert. De kanun helpt ook bij de verdeling van het land. De grenzen van het familiebezit zijn gemarkeerd met keien, die half overwoekerd aan de bosrand liggen. Niet iedereen mag zulke stenen plaatsen. Dat is voorbehouden aan dorpsoudsten, die weten hoe het land gedurende generaties is verkaveld. 'Iedereen weet welk land van wie is', zegt Mera. 'Alleen de overheid wil het nog niet weten.'

Op papier is al het land nog steeds van de staat. Nu mogen boeren er in bruikleen voor zorgen, maar de opbrengst mogen ze niet verkopen: officieel is de oogst van de overheid. De boeren nemen wel iets voor eigen gebruik, maar eigenlijk mag dat niet. Het is de bedoeling dat de zeggenschap over de grond wordt overgeheveld naar de gemeenten. Die geven het dan terug aan de boeren. Op 23 juni van dit jaar trokken de boeren naar Tirana om de regering tot spoed te manen bij de grondhervormingen. Zij vonden de jongeren van protestbeweging Mjaft, een soort Albanese Loesje, aan hun zijde. Voor de meeste boeren was het de eerste keer dat ze ergens tegen demonstreerden.

Barbaren

Het lokale bosbouwdepartement steunt de boeren. Regiodirecteur Nunir Hoxha schreef vijftien jaar geleden een rapport over de snelheid waarmee de bossen werden vernield. 'De plattelandsbevolking kapte alles wat los en vast zat, de bossen stevenden af op een catastrofe. Het laatste wat je moet doen, is het bos laten beheren door die barbaren, was mijn overtuiging.' Nadat hij op uitnodiging van SNV een werkbezoek had gebracht aan Nederland en Oostenrijk om te zien hoe het bosbeheer daar wordt aangepakt, veranderde hij van inzicht. 'Ik vind Nederland fantastisch, omdat er zo goed naar lokale partners wordt geluisterd. Ook zonder strenge wetten van hogerhand worden de bossen goed verzorgd. Als het bos van de boeren zelf is, zorgen ze er ook beter voor.'
Bij terugkomst besloot Hoxha het project een kans te geven, maar hij stuitte al snel op een muur van onwil bij zijn superieuren in Tirana. Zij waren nog niet overtuigd van de zegeningen van decentralisatie. 'Nog steeds geloven veel collega's dat je zo veel mogelijk van bovenaf moet opleggen. Delegeren betekent ook macht verliezen.'

Maar zo langzamerhand moet Tirana wel naar de boeren luisteren. Rexhep Udrew van de Bosfederatie verheugt zich op het gesprek dat hij binnenkort namens alle regioafdelingen met de minister van milieu, bos- en waterbeheer mag voeren. Drie jaar geleden was het ondenkbaar om met een minister om de tafel te zitten, vertelt hij. 'We waren een klein stemmetje, nu zijn er al honderd associaties in het hele land. Er staan zoveel mensen achter ons dat we echt een vuist kunnen maken. Eerst zette de overheid ons aan de kant als een paar boertjes. Nu kunnen we zeggen: "Hier zijn we!"'

Beetje bij beetje neemt de druk van de federatie op de overheid toe. In de eerste ronde krijgen de gemeenschappen waarschijnlijk 300 duizend hectare terug. 'Maar er moet nog veel meer bij', zegt Udrew. 'De bedoeling is dat uiteindelijk 75 procent van de bossen in Albanië in handen komt van de gemeenschappen.'

Onomkeerbaar proces

SNV beschouwt het bosproject als een van zijn meest succesvolle projecten. 'Het scheelt enorm dat de provincie Dibër zo afgelegen is', meent Maarten Bremer, directeur van SNV-Balkan in Tirana. 'Af en toe wordt er eens een rapportje geschreven of komt er iemand uit Tirana langs, maar veranderingen kunnen hier grotendeels buiten het zicht van de macht tot wasdom komen. Opeens zijn die veranderingen zo groot dat niemand er nog omheen kan. Zie het als een kasplantje. Dat moet je ook niet direct blootstellen aan de elementen, maar eerst beschermd laten aansterken. Nu is er mijns inziens toch sprake van een redelijk onomkeerbaar proces. Een grote groep mensen heeft echt een stem gekregen.'

Hazelnootboer Mera: 'Vroeger wilden de mensen altijd weg uit deze streek. Iedereen trok naar het zuiden, want daar was meer werk. Maar nu zegt de boer: "Ik blijf hier, hier zie ik de toekomst."' Staande in het bos knikt Mera er plechtig bij en gooit vervolgens zijn lege sigarettenpakje op de grond. 'Nu moet ik dat alleen nog even aan mijn zoons duidelijk zien te maken.'



Reacties