Minder hulpclubs

27-01-2012
Door: Jude Kehla Wirnkar
Jude Kehla Wirnkar

Waarom wil het kleine Nederland de verantwoordelijkheid voor ontwikkeling in de hele wereld dragen? Als het aan Jude Kehla Wirnkar ligt brengt Nederland het aantal ontwikkelingsorganisaties drastisch terug en helpen we nog maar een beperkt aantal landen. Als we ons daarbij richten op onze sterke punten kunnen we echt verschil maken.

Het systeem van Nederlandse ontwikkelingshulp stamt nog uit de jaren ’50 en ’60. In die tijd zijn er een heleboel ontwikkelingsorganisaties opgericht. Zoveel organisaties in zo’n klein land zijn helemaal niet nodig, sterker nog, ze lopen elkaar alleen maar voor de voeten. Alle organisaties zijn bezig op dezelfde terreinen: gezondheidszorg, onderwijs, vrouwenrechten. Daarbij hebben al deze ontwikkelingsorganisaties verschillende overtuigingen. De ene werkt vanuit een katholieke opvatting, de andere vanuit een protestante en de derde is helemaal niet christelijk. Het is alleen maar verwarrend. Er is geen Afrikaan die begrijpt waarom er zo veel verschillende Nederlandse ontwikkelingsorganisaties zijn. Het feit dat er zoveel organisaties zijn werkt ook onnodig veel bureaucratie in de hand. Elke organisatie heeft een secretariaat nodig, heeft een eigen bestuur en administratieve kosten. Als er minder organisaties zouden zijn is er ook een hoop minder rompslomp. We kunnen best met één gecentreerde ontwikkelingsorganisatie af.

Nederlands grote kracht
De ontwikkelingssamenwerking in Nederland moet op alle fronten geconcentreerder georganiseerd worden. Ten eerste moeten al die over elkaar heen buitelende organisaties weg. Ten tweede moet Nederland niet elk noodlijdend land te hulp willen schieten, maar zich beperken tot een klein aantal landen en daar effectiever te werk gaan. Tot slot is het belangrijk dat Nederland zijn eigen kracht benut. Naar mijn weten zijn Nederlands grote krachten watermanagement en landbouw. Daar kunnen we andere landen dus ook het best mee helpen. Een land als Bangladesh dat jaarlijks grote overstromingen te verwerken krijgt kan hulp in watermanagement goed gebruiken. Als de interventie gebaseerd is op de sterke punten van Nederland kunnen we echt verschil maken.

De arrogantie van goede bedoelingen
Een groot probleem binnen de Nederlandse organisaties is dat de organisaties niet open staan voor kritiek. Ik heb dat eerder 'de arrogantie van goede bedoelingen' genoemd. Niemand mag kritiek hebben op het goede werk dat ze doen, en een Afrikaan al helemaal niet. Ze zijn ervan overtuigd dat ze goed werk verrichten en als ze kritiek krijgen klappen ze dicht. Ik wordt nu nergens meer uitgenodigd om over ontwikkelingssamenwerking te praten. Zo heeft goedbedoelde kritiek leveren
natuurlijk totaal geen zin. Ontwikkelingsorganisaties moeten meer open staan voor kritiek en verandering.

Jude Kehla Wirnkar groeide op in Kameroen en woont sinds 1989 in Nederland. Hij studeerde Sociale Zekerheidswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg. In 1998 ging hij in de politiek, nu is hij raadslid van de PvdA in stadsdeel Amsterdam Zuidoost.

Reacties