‘Biotechnologie is een kwestie van keuze’

16-03-2001
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

Het debat werd georganiseerd door het Biotechnology and Development Monitor, een centrum dat is opgezet door de Universiteit van Amsterdam. Vertegenwoordigers uit alle windstreken discussieerden over de titelvraag van het debat: Transgenic Crops - Who’s Choice?

Ditmaal geen verhalen over de gevaren voor mens en natuur of, omgekeerd, de voordelen ervan voor de mondiale voedselvoorziening. De kwestie betrof de nieuwe technologie zelf en hoe deze is ingebed in de huidige globale machtsverhoudingen. De conclusie luidde dat biotechnologie in de verkeerde handen is. De mensen voor wie het eigenlijk bestemd is, de kleine boeren in ontwikkelingslanden, hebben er nauwelijks iets over te zeggen.

Regeringen in ontwikkelingslanden zouden de nieuwe techniek in goede banen kunnen leiden. Maar volgens de sprekers spelen veel regeringen onder één hoedje met de multinationals.

In India bijvoorbeeld is de regering voorstander van gengewassen, ondanks het grote verzet van de bevolking. Biswajit Dhar, verbonden aan het Onderzoeks- en Informatie-instituut van de niet-gebonden ontwikkelingslanden, zegt dat er proefvelden worden aangelegd door Indiase bedrijven. Deze bedrijven werken onder de vleugel van Monsanto, een grote speler in de biotechnologie. De regering keurt de proefvelden goed. De kleine boeren, die tegen gengewassen zijn, bevinden zich in het machtsveld van de overheid en de multinationals.

Ook Elenita Dano, woordvoerster van Searice, een organisatie in de Filippijnen, ziet een verstrengeling tussen de multinationals en de nationale regering. De lokale bevolking is tegen de nieuwe technieken, maar de multinational Monsanto legt desondanks proefvelden aan.

Philip Bereano, professor aan de Universiteit van Washington, constateert een toenemende verbondenheid tussen multinationals en overheid in de Verenigde Staten. ‘Werknemers wisselen vaak van baan tussen ministeries en Monsanto.’

Biotechnologie is geen democratische technologie
John Mugabe, directeur van het Afrikaanse Centrum voor Technologie en Ontwikkeling, merkte op dat sommige ontwikkelingslanden geen keus hebben als het gaat om biotechnologie. Zijn eigen land Kenia bijvoorbeeld, had ten tijde van grote voedseltekorten dringend behoefte aan voedsel. Toen Kenia genetisch gemodificeerde maïs aangeboden kreeg, was er feitelijk geen sprake van een vrijwillige keuze.

Het gebrek aan keuze zal moeten worden gezocht in de machtspositie van de multinationals die zich met genzaden en aanverwante artikelen bezig houden. Volgens Elenita Dano is de biotechnologie zelf niet het probleem. ‘Biotechnologie is een manifestatie van de huidige globale machtsrelaties.’ De rijke landen, en met name een paar grote bedrijven, hebben de macht over de techniek.

Philip Bereano is daarom vooral bezorgd over het gebrek aan democratische controle over de biotechnologie. ‘De keus voor biotechnologie is gemaakt door een kleine groep, niet door de meerderheid van de bevolking. In de VS bevat 70 procent van het voedsel aangepaste onderdelen. De consument heeft hier helemaal geen keus in, want de regering verbiedt het labellen van genvoedsel.’

‘Biotechnologie is een uitkomst van de keuzes van een handjevol machtige mensen. Kijk maar naar het patentrecht. Dat is totaal niet democratisch tot stand gekomen. In 1980 deed een rechter de uitspraak dat micro-organismen patenteerbaar zijn. Er is geen volksvertegenwoordiging aan te pas gekomen,’ aldus Bereano.

Geen democratische controle betekent dat niemand zicht heeft op het productieproces van genvoedsel. Multinationals hoeven hun onderzoeksgegevens namelijk niet openbaar te maken. En dat baart Bereano zorgen.

De sociaal wetenschapper Miguel Rojas uit Costa Rica probeert de machtskwestie rond biotechnologie ietwat te relativeren. Zo vindt hij niet dat de multinationals overheersend zijn in ontwikkelingslanden. In Argentinië bijvoorbeeld, een belangrijk landbouwland, zit er een schakel tussen de multinationals en de lokale boeren. Argentijnse bedrijven fungeren als buffer tussen beide partijen. Rojas krijgt echter geen bijval.
’Biotechnologie niet meteen naar de prullenbak verwijzen’
Dat biotechnologie in handen is van commerciële bedrijven, is niet bevorderlijk voor het mondiale voedselvraagstuk, zegt Jaap Hardon, bestuursvoorzitter van Agromisa. Multinationals zijn geïnteresseerd in korte-termijn winsten en niet in lange-termijn menselijke behoeften. Hij is er niet zeker van de biotech-industrie aandacht zal schenken aan de voedselproblemen.

Hardon: ‘Kijk maar naar de farmaceutische industrie. 10 Procent van het budget gaat naar de 5 grote ziekten, waaronder aids en malaria. De rest is bestemd voor onderzoek naar levensverlengende medicijnen.’ Daar zit namelijk het grote geld. ‘Genetisch gemodificeerde organismen zijn geen algemeen goed meer, maar commerciële producten.’

Ondanks de beangstigenden geluiden over een machtsconcentratie van biotechnologie bij hooguit 15 a 20 grote bedrijven, zijn de panelleden niet onverdeeld negatief over de mogelijkheden van biotechnologie zelf. ‘Er worden voor de toekomst voedseltekorten voorspeld,’ zegt Jaap Hardon. ‘Dan is het niet handig om meteen nee te zeggen tegen een techniek die daar mogelijk een antwoord op kan zijn.’

Ook John Mugabe vindt biotechnologie op zich niet slecht. ‘Je moet de biotechnologie als geheel niet direct afwijzen. Beoordeel afzonderlijke genproducten op hun merites. Laat arme landen in hemelsnaam zelf de keus maken. En geef ze de macht over het productieproces.’

Alle panelleden zijn het tenslotte over eens dat er meer neutrale informatie beschikbaar moet komen. Dhar: ‘Keuzes maken, okee, maar stel mensen in staat om goede keuzes te maken. Neutralere informatie over biotechnologie is daarom gewenst.’

Reacties