Betaalt het Zuiden de rekening?

29-04-2004
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS/OneWorld

1. Hoe belangrijk is de uitbreiding voor de EU?

De nieuwe uitbreiding van de Europese Unie is vooral in historisch opzicht een mijlpaal. De diepe kloof die de Tweede Wereldoorlog tussen Oost- en West-Europa heeft geslagen, kan snel worden gedicht.
Politiek zet de EU waarschijnlijk ook een stap vooruit: als de 25 lidstaten elkaar de komende jaren weten te vinden, krijgt de Unie meer invloed op het internationale toneel. Zo kan de EU meer gewicht in de schaal leggen als er in internationale organisaties als het Internationaal Monetair Fonds of de VN gestemd wordt over te nemen besluiten.
De economische betekenis van de uitbreiding van de EU is minder groot. De economie van de 10 nieuwe lidstaten is ongeveer even groot als die van de Benelux. Ze doen het Europese bruto binnenlands product met niet meer dan 5 procent stijgen.

map nieuwe landen plus drie

[De 10 nieuwe lidstaten plus 3 kandidaat-lidstaten Turkije, Roemenië en Bulgarije]

 
2. Wat vinden de optimisten van de uitbreiding?

Er wordt veel over de kosten van de uitbreiding gesproken. Net zoals bij de voltooiing van de Europese binnenmarkt of de invoering van de euro zijn er optimistische en pessimistische geluiden te horen.
De optimisten hebben vooral oog voor de vergrote binnenmarkt met 455 miljoen consumenten en de mogelijkheden om goedkoper te produceren en handel te drijven. De Europese Commissie stelt dat de nieuwe landen door die factoren hun jaarlijkse economische groei met 1,3 tot 2,1 procent kunnen opvijzelen, de oude lidstaten met 0,7 procent. De nieuwe landen maken vanaf 1 mei bovendien deel uit van een zone waar stabiliteit zo goed als gegarandeerd is. Dat doet economieën goed.

De optimisten zeggen ook dat de directe kosten van de toetreding van de 10 nieuwe lidstaten erg meevallen. Het Belgische Europarlementslid Bart Staes stelt dat de EU van 1991 tot 2006 ongeveer 48 miljard euro zal hebben uitgegeven voor de uitbreiding. Daarvan moeten de nieuwe landen 16 miljard euro terugbetalen. EU-commissaris voor Uitbreiding Günter Verheugen schat bruto-uitgaven voor de oude lidstaten voor 2004, 2005 en 2006 op ongeveer 25 miljard euro. Netto zou dat neerkomen op zo'n 12 miljard euro; of voor elke inwoner van de huidige 15 lidstaten ruwweg 10 euro per jaar. De economische winst - aldus de optimisten - zal vele malen hoger liggen.

3. En de pessimisten..?

De pessimisten vrezen de gevolgen van de neerwaartse druk op de lonen en op de sociale zekerheid. Gemiddeld kost een arbeidsuur in de nieuwe landen nu 6 euro. Voor veel bedrijven in de oude EU is dat een ideaal middel om hun werknemers tot inleveren te dwingen. Ook tegen de zware sociale lasten die bedrijven hier betalen, zal waarschijnlijk meer verzet komen. Een algemene verlaging van lonen en uitkeringen zou een negatieve economische spiraal op gang kunnen brengen.

Sceptici stellen ook dat de EU veel meer geld op tafel zal moeten leggen om de welvaartskloof tussen de oude en de nieuwe lidstaten enigszins te dichten en de economische opleving in arme gebieden mogelijk te maken. Op Slovenië na komt het inkomen per inwoners van nieuwe Oost-Europese lidstaten niet eens aan de helft van het gemiddelde inkomen in de 15 oude lidstaten. Dat verschil wegwerken, is een werk van lange adem. Duitsland investeerde sinds 1989 tot de dag van vandaag al 1.250 miljard euro in de 'Aufbau Ost' - de poging om de voormalige DDR economisch te laten aansluiten bij de rest van Duitsland. En er is nog altijd geen licht aan het einde van de tunnel.

4. Waar gaat het Europese geld naar toe?

Vanaf 2007 moet het geld voor de uitbreiding van de EU uit de algemene Europese begroting komen. De nettobetalers onder de lidstaten willen de uitgaven niet verhogen. Daardoor is het weinig waarschijnlijk dat de totale begroting voor de komende jaren wordt opgekrikt.
Met de nieuwe lidstaten erbij zal er stevig gediscussieerd worden over de verdeling van dat geld. Het Europese budget is opgedeeld in zeven grote categorieën. De belangrijkste daarvan zijn 'landbouw' en 'structurele maatregelen', initiatieven om de arme Europese regio's te ontwikkelen.

poolse boerenVoor die twee beleidsdomeinen wil de commissie tussen 2007 en 2013 respectievelijk 300 en 336 miljard euro uitgeven. Dat zijn gigantische budgetten. Maar gelet op de noden in de nieuwe lidstaten zijn de bedragen waarschijnlijk nog onvoldoende. Landbouw is in de nieuwe EU-landen nog veel belangrijker dan in het oude Europa, en 36 van de 41 regio's die de EU er op 1 mei bij krijgt, komen in aanmerking voor structurele hulp.

5. Wat betekent de uitbreiding voor de ontwikkelingslanden?

Ook voor de buitenwereld van Europa wegen de politieke gevolgen van toetreding van 10 nieuwe lidstaten waarschijnlijk zwaarder  dan de economische. De tien landen en hun 75 miljoen inwoners gaan immers een belangrijke fractie vormen binnen de Europese beleidsorganen, vooral dan binnen de Raad, waar ze 10 van de 25 zetels bezetten. In het Europees Parlement zullen waarschijnlijk meer conservatieve vertegenwoordigers plaatsnemen, terwijl in de Europese Commissie de centrumlinkse vleugel versterkt zou kunnen worden. Dat alles zou in theorie tot accentverschuivingen kunnen leiden in het buitenlands beleid van de Unie.

Waarnemers verwachten niet dat de nieuwe lidstaten zich vaak als één blok zullen opstellen, behalve wanneer hun belangen gelijk lopen - bijvoorbeeld als het over de steun aan achtergebleven gebieden binnen de EU gaat. De Oost-Europese landen hebben hun buitenlands beleid altijd sterk gericht op hun onmiddellijke buurlanden en Centraal-Azië. Hierdoor zou de Europese aandacht voor regio's als Afrika, Latijns Amerika en de Cariben kunnen afnemen. Omdat de nieuwe lidstaten doorgaans veel oor hebben voor de zorgen van de Verenigde Staten, zou de aandacht voor ontwikkelingssamenwerking in de EU als geheel kunnen verminderen ten nadele van internationale veiligheidskwesties. Ook het immigratievraagstuk zal waarschijnlijk meer op de voorgrond komen.

6. Wat betekent uitbreiding voor de samenhang van het Europese beleid voor ontwikkelingssamenwerking?

Het is nog koffiedik kijken in hoeverre het Europees handelsbeleid zal veranderen door de toetreding van de nieuwe lidstaten. Europa is de belangrijkste handelspartner van veel ontwikkelingslanden. Die wachten met spanning af of Europa de komende jaren werk zal blijven maken van de beloofde opening van zijn landbouwmarkt en de afbouw van subsidies voor de Europese boeren.

suikerbietenIn de nieuwe lidstaten werken relatief veel mensen in de landbouw, waardoor de neiging groter kan zijn de markt zo goed mogelijk te blijven afschermen.
Constructies als het suikerprotocol, dat goedkope suikerproducenten als Brazilië en Australië van de Europese markt moet houden, krijgen dan meer steun. Zowat de helft van de nieuwe lidstaten produceren meer suiker dan ze verbruiken. Anderzijds hebben veel van de Oost-Europese landen zich in iets meer dan 10 jaar ontpopt als fervente voorstanders van vrijhandel - al zijn daardoor niet alle protectionistische neigingen verdwenen.

7. Wat zijn gevolgen voor bijvoorbeeld bananenexporteurs uit arme landen?

Voor sommige exporteurs in de ontwikkelingslanden heeft de uitbreiding vergaande gevolgen. Tot hiertoe konden bananenproducenten bijvoorbeeld hun producten zonder heffingen afzetten in de nieuwe landen, waardoor de vruchten er erg goedkoop zijn. De EU hanteert heffingen en een quotasysteem om eigen producenten te beschermen. Nu die landen vanaf 1 mei het Europese bananenbeleid moeten overnemen, zouden hun bananenprijzen verdubbelen. Daardoor dreigt de afzet vanuit ontwikkelingslanden sterk terug te lopen. De voorbije maanden is er tussen de EU en bananenproducenten heftig gediscussieerd over de extra quota die nodig zouden zijn om het verbruik in de nieuwe landen te dekken.

bananas

8. Blijft er nog genoeg geld over voor ontwikkelingssamenwerking?

De Europese Unie is samen met haar lidstaten goed voor ongeveer de helft van de ontwikkelingshulp die wereldwijd wordt verleend - ongeveer 36 miljard euro in 2003. Het grootste deel van die hulp wordt door de lidstaten afzonderlijk verdeeld, de Unie zelf kanaliseert ongeveer 6 miljard euro. De kans is niet groot dat er op die bedragen wordt beknibbeld om de nieuwe lidstaten meer te kunnen geven. Maar de last van de uitbreiding zou er wel eens voor kunnen zorgen dat de Europese ontwikkelingshulp trager wordt opgeschroefd.

Op de VN-conferentie over Financiering voor Ontwikkeling in Monterrey (Mexico) in 2000 hebben de EU-lidstaten afgesproken tegen 2006 gemiddeld 0,39 procent van hun BNP uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking, elk lidstaat afzonderlijk zou op minstens 0,33 procent moeten zitten. In 2003 haalden de EU-landen een gemiddelde van 0,35 procent.
De uitbreiding betekent gemiddeld weer een stap achteruit. Dat komt omdat de meeste nieuwe lidstaten minder dan 0,1 procent van hun nationale rijkdom uitgeven aan ontwikkelingshulp. Ze beschouwen het optrekken van dat aandeel begrijpelijkerwijze niet als een prioriteit. Dat betekent dat de oude lidstaten meer moeten doen. Maar zolang de economische groei in de Unie niet aantrekt, ligt dat moeilijk. Vooral Duitsland, Italië en Spanje laten het afweten.

9. Waar liggen de prioriteiten van Brussel?

In de hulp die de Europese Commissie zelf biedt, zit de volgende jaren waarschijnlijk ook geen groei. De Europese ontwikkelingssamenwerking valt onder het begrotingsluik 'externe actie', waaronder ook het buitenlandse beleid van de Unie zit. De Europese Commissie stelt voor in 2007 11,4 miljard euro te besteden aan externe actie (nu dus zo'n 6 miljard), en dat bedrag te laten stijgen tot 15,7 miljard in 2013.
Wel heeft de Commissie laten weten dat die extra middelen bestemd zijn voor veiligheid. Europa moet volgens de commissie een aantal 'fundamentele bedreigingen' het hoofd bieden: 'terrorisme, de verspreiding van massavernietigingswapens, de chaos in mislukte staten en interne en regionale conflicten'. Voor ontwikkelingssamenwerking blijft het bij vage voornemens - zo blijft Brussel achter de Millenniumdoelen staan, de acht fundamentele ontwikkelingsdoelstellingen waarover de internationale gemeenschap het in 2000 eens werd en waarvoor volgens de Wereldbank per jaar ruwweg 50 miljard dollar extra zou moeten worden uitgegeven. Dat geld zal de komende jaren nog lastig te vinden zijn. 

10. Wat stelt ontwikkelingssamenwerking voor in de nieuwe lidstaten?

In de nieuwe lidstaten staat ontwikkelingssamenwerking niet hoog op de agenda, onder meer omdat er weinig NGO's actief zijn die een lans breken voor andere verhoudingen met de landen van het Zuiden. De 10 leggen in hun ontwikkelingsbeleid geen nadruk op armoedebestrijding, maar eerder op regionale stabiliteit, internationale veiligheid, milieu en mensenrechten. De omvang van de ontwikkelingshulp die de nieuwe lidstaten ter beschikking stellen is gering - Polen is met 35,5 miljoen dollar de grootste donor; Malta en Estland leggen elk een half miljoen dollar op tafel. Omgerekend per inwoner geven alleen Slovenië, Malta en Cyprus genoeg uit aan ontwikkelingssamenwerking om een donor te mogen heten (ter vergelijk: Nederland geeft 3,8 miljard euro per jaar uit).

EurActiv

Europa in de Wereld, site van Euforic

Portaalsite van de EU

Officiële pagina over uitbreiding van de EU

The Enlarged European Union - Partner of the Developing World (DSE)

Reacties