Bert Giskes, van VVD-jongere tot Noord-Zuid-activist

01-05-2005
Door: Tekst: Koos Dijksterhuis


Bert Giskes is zestig geworden en zojuist met vervroegd pensioen gegaan na 25 jaar Noord-Zuid-werk. Betaald Noord-Zuid-werk. Onbetaald werk verricht hij al sinds hij in 1963 in Delft ging studeren, en daarmee gaat hij gewoon door.

Afkomstig uit een Oud-katholiek gezin en opgeleid aan het gymnasium in Hilversum was Bert aanvankelijk niet de rooie rakker die hij later zou worden. Maar van huis uit kreeg hij wel maatschappelijke betrokkenheid mee. 'Ik was lid van de JOVD', vertelt hij grijnzend, 'en heb Hans Wiegel daar meegemaakt. Die was mij te links.' Ondertussen zijn Femke Halsema en Jan Pronk hem te rechts. Want in Delft zou Bert bij de JOVD-afdeling een voordracht houden over Vietnam. Hij juichte de Amerikaanse interventie daar toe en dook ter voorbereiding van zijn betoog in de literatuur. 'Toen kwam ik erachter wat daar echt gebeurde en veranderde mijn standpunt', weet hij nog.

Steeds linkser

Het studentencorps had hij na zijn ontgroening wel gezien. 'Wat een rotclub was dat!' De TH in Delft werd overspoeld door de democratiseringsgolf en hoewel Bert een studieloon voor studenten overdreven vond, verlinkste hij gestaag. In studiegroepen besprak hij de marxistische denkers van de Frankfurter Schule en tijdens de afkalving van zijn geloof draaide hij een tijdje mee in de oecumenische Sjaloombeweging. Dat was een sociaal geëngageerde club waarin UNCTAD-boekjes circuleerden over handel en ontwikkeling. In die tijd woonde twee etages boven Bert in de studentenflat een man die op zijn kamer rietsuiker verkocht. De rietsuikeractie was een protest tegen het Europese landbouwbeleid dat producenten in ontwikkelingslanden uitsloot. 'Nog steeds verschansen rijke landen zich in een handelsbastion', schampert Bert. 'In die zin is er weinig veranderd.'

Eind jaren zestig stond Giskes achter een marktkraam zuivere koffie en kristalheldere rietsuiker te verkopen. Eerlijke handel bleef de rode draad in zijn loopbaan. Hij schopte het tot voorzitter van het landelijk bestuur van de Vereniging van Wereldwinkels. Van studeren kwam ondertussen steeds minder. 'Ik deed vliegtuigbouwkunde en merkte dat de vliegtuigindustrie voornamelijk voor Defensie werkte. Toen ik tijdens een stage bij Fokker aan de F-27 werkte, kwam ik erachter dat dit civiele toestel in Biafra als bommenwerper werd gebruikt. Dat was de druppel. Ik stopte met mijn studie.'

In Delft kregen Turkse gastarbeiders een aanmerkelijk minder hartverwarmend welkom dan Bert tijdens een stage bij de Turkse luchtvaartmaatschappij in Istanbul ten deel was gevallen. Dat bracht hem tot de oprichting van een werkgroep voor steun aan gastarbeiders, in zijn woonplaats vooral Turken. 'We hielden ontmoetingsavonden en hielpen met huisvesting', vertelt hij. 'Prompt kwam de Vreemdelingenpolitie langs. Die agent deed zich voor als medestander en vroeg of een vriend stage bij ons kon lopen. Die vriend bleek dus bij een inlichtingenorganisatie te werken. Ze waren kien op Griekse gastarbeiders, want die waren vaak op de vlucht voor het kolonelsregime en dat was een NAVO-bondgenoot.'

Vrijwilligerswerk

Bert deed vrijwilligerswerk bij de blindenbibliotheek. 'Vooral boeken inspreken. Ook mijn vervangende dienstplicht heb ik er vervuld: ik vertaalde lesboeken in braille. Het brailleschrift had ik in een week onder de knie - ik kan het nog steeds wel lezen. Het "weigergesprek" duurde heel lang. Ik was namelijk wel voor de gewapende strijd in Zuid-Afrika en Latijns Amerika. Maar omdat ik zei dat ik zelf niet onmiddellijk naar de wapens zou grijpen als ik naar Bolivia zou verhuizen, accepteerde men mij toch als gewetensbezwaarde.'

Bert vertrok in 1978 naar Groningen, waar hij zijn vervangende dienst kon voortzetten bij de bibliotheek. Ook zijn zoontje en diens bewust ongehuwde moeder verhuisden later naar het noorden. Bert meldde zich meteen als vrijwilliger bij de Wereldwinkel, die hem woog en 'basisdemocratisch' bevond. Hij mocht achter de eerlijke kassa en bracht de boekhouding op orde. Tijdens zijn winkeldienst stapte er eens een Gronings Statenlid binnen met een zak subsidiegeld. Met dat geld werd POOG gesticht, het Provinciaal Overleg Ontwikkelingssamenwerking Groningen. Bert ging er in 1979 aan de slag als betaalde kracht. Maar zijn vrijwilligerswerk voor de Wereldwinkel zegde hij niet op. Nog tot in de jaren negentig zou hij zich met training en begeleiding van wereldwinkeliers bezighouden. De Wereldwinkel verzette zich in die tijd nog hevig tegen de landelijke accentverschuiving van bewustwordings- en actiecentrum naar verkooppunt - eind jaren zeventig was iedereen nog voor 'aksie'!

Bert probeerde lokale overheden te bewegen een ontwikkelingsbeleid op te stellen met aandacht voor tropisch hardhout, gemeentebanden met ontwikkelingslanden en vooral zuivere koffie. Zo fietste hij met een tentje op de bagagedrager de provincie door en klopte aan bij elk gemeentehuis. Menig wethouder of burgemeester werd zich er daardoor van bewust dat de ontwikkelingsproblematiek niet ophoudt bij de grenzen van arme landen, maar óók te maken heeft met wat er gebeurt in, zeg, Westerdiepsterdalen. De gemeente Hoogezand-Sappemeer schonk vanaf dat moment zuivere koffie en meldde zich bij de Novib voor het opzetten van gezamenlijke ontwikkelingsprojecten.

Ervarend leren

Achter de Wereldwinkel was een derdewerelddocumentatiecentrum ingericht, dat subsidie kreeg van de NCO (de voorloper van de NCDO). Op aandringen van de NCO fuseerde dat documentatiecentrum met POOG. Dit COS sloot zich vervolgens aan bij een koepel van provinciale centra voor ontwikkelingssamenwerking en ontwikkelde zich steeds meer tot een adviescentrum. Politieke stellingname raakte op de achtergrond. Maar Bert bepaalde zoveel mogelijk zijn eigen agenda. Onvermoeibaar bleef hij ambtenaren, studenten, huisvrouwen, vakbondsleden, actiegroepen en teruggekeerde SNV'ers steunen in hun Noord-Zuid-activiteiten. Ervarend leren vanaf de basis - die strategie van Paolo Freire had hem altijd aangesproken. Hij organiseerde acties tegen de salpeterimport via Delfzijl uit het Chili van Pinochet, tegen het importeren van veevoer uit ontwikkelingslanden, voor zuivere koffie. Wie in Groningen iets met ontwikkelingssamenwerking te maken had, kon niet om Bert heen. En dat geldt nog steeds, want Bert mag dan wel gestopt zijn met betaalde arbeid, zijn onbetaalde werk gaat onverminderd door. Hij blijft actief in de internationale werkgroep van de AbvaKabo en in de buitenlandgroep van GroenLinks. Hij heeft de boekhouding op zich genomen van een Groningse groep die uitgeprocedeerde asielzoekers aan huisvesting helpt. Hij pleit nog altijd voor een horizontale besluitvorming en denkt dat die prima kan samengaan met doelgericht en zakelijk werken. Oeverloos vergaderen gebeurt immers in elke organisatie en ligt volgens hem eerder aan een gebrekkige vergadertechniek dan aan de organisatiestructuur. En vergadertechniek is te leren. 'Maar niet alleen de geldschieters eisen een hiërarchische structuur waarin ze zelf steeds meer invloed krijgen, ook de medewerkers willen dat vaak', zegt Bert. 'Mensen doen blijkbaar liever iets wat iemand hen opdraagt.

De laatste jaren was het beleid van het COS helemaal projectmatig geworden - op straffe van subsidie-intrekking. Dat lijkt goed, maar het gaat bij bewustwording toch om continuïteit? Je moet je wel een doel stellen en de beste strategie daartoe bepalen, maar als je inspanningen dan weer stoppen, pakt dat meestal verkeerd uit. Nu is de trend dat een buurtclubje wat afgedankte computers naar een school in Afrika stuurt, waar een van de leden op vakantie toevallig is geweest. Prima, maar vergeet de achterliggende problemen niet! De structurele ongelijkheid tussen Noord en Zuid vereist een aanpak van lange adem.'

Kritische voorhoede

Op de vraag of Bert nu nooit moedeloos werd van de zoveelste door hem georganiseerde thema-avond voor hetzelfde clubje gelijkgestemden, antwoordt hij: 'Natuurlijk voelde ik me weleens een roepende in de woestijn. Maar ik riep er nooit als enige. Het is mooi als je anderen meekrijgt, maar minstens zo belangrijk is het om draagvlak te behouden. Als een dominee niet voor eigen parochie preekt, is het binnen de kortste keren gedaan met zijn gemeente!'

Hij heeft niet veel op met het huidige ontwikkelingsbeleid. Maar de beweging van anti- of andersglobalisten inspireert hem. Hij zou ze mee willen geven dat ze in de discussie met hun opponenten wel moeten zoeken naar raakvlakken, maar geen water bij de wijn moeten doen. 'Blijf bij je overtuiging. Er is altijd behoefte aan een kritische voorhoede die anderen meetrekt.'

Gelukkig zijn er in zijn veertig jaar bemoeienis met ontwikkelingsvraagstukken ook dingen verbeterd. 'Nou en of', vindt Bert. 'Hoewel het marktaandeel van de Max Havelaar-koffie onze verwachtingen lang niet heeft gehaald, gebruikt bijvoorbeeld Douwe Egberts tegenwoordig wel meer beter betaalde koffie. De handelsbarrières voor ontwikkelingslanden staan ter discussie. En het grootste succes is wel de afschaffing van de apartheid. Nu de Palestijnen nog - daar heerst ook apartheid. Ik ben niet tegen de staat Israël, maar vóór mensenrechten. Ik kan er gewoon niet tegen als mensen onderdrukt worden. Ook het milieu is belangrijk, maar mensen vind ik nog belangrijker. De Palestijnen worden als een rechtenloze bevolkingsgroep opgesloten in thuislanden, net als destijds de zwarten in Zuid-Afrika.'

Geen afscheid

De stichting Groningen-Jabalya stond met een kraam op Berts eigen afscheidssymposium over eerlijke handel. Ook de Wereldwinkel was er, evenals Max Havelaar en verscheidene plaatselijke Noord-Zuid-initiatieven. In de pauzes tussen de debatten, toespraken en Powerpoint-presentaties door werd echter koffie geschonken van Douwe Egberts - een gevallen steekje van het organiserende COS. Onder de paar honderd gasten bevonden zich gedeputeerden en provinciale politici van zowat alle partijen, schrijvers uit Liberia, vluchtelingen uit Sudan, vertegenwoordigers van de Molukse beweging... Nee, Bert nam afscheid van zijn baan, maar niet van het Noord-Zuid-wereldje.

Hij veert overeind als de telefoon rinkelt. Iemand met wie Bert binnenkort naar de Gazastrook reist. 'We hopen dat Groningen-Jabalya de status krijgt van stedenband,' zegt hij, 'zodat we de middelen krijgen daar iets te helpen opbouwen.'



Reacties