Bengalese vakbondsleiders lobbyen voor voortzetting veiligheidsakkoord

14-10-2016
Door: Hilde Janssen
Bron: OneWorld
JJH Textiles
Sinds de Rana Plaza ramp in 2013 is er het nodige veranderd in de kledingindustrie in Bangladesh. Toch moet er nog veel gebeuren, volgens minister Ploumen. Maar gaat dat wel lukken als de veiligheidsakkoorden Accord en Alliance in 2018 eindigen?
Achtergrond – 

Een internationaal gezelschap van kledingproducenten, merken en inkopers, veiligheidsexperts en analisten, ambtenaren en vakbondsvertegenwoordigers is eind september in Dhaka aangeschoven om het verduurzamingproces van de kledingbranche te bespreken. Ook minister Ploumen is erbij. De Sustainable Sourcing conferentie is haar initiatief. Zij promoot het Nederlandse poldermodel om de samenwerking tussen textielprocenten en westerse inkopers te  bevorderen en daarmee eerlijke handel en verduurzaming te stimuleren. De veiligheidsakkoorden die merken en kledingbedrijven in 2013 ondertekenden zijn een eerste stap.

Accord, Alliance & National Action Plan

Doel: Bevorderen veilige en gezonde kledingindustrie Bangladesh, gericht op exportfabrieken, via inspecties van elektra, brand- en bouwveiligheid en trainingen van inspecteurs en fabrieksarbeiders. Accord en Alliance richten zich op fabrieken van aangesloten leden. De overheid van Bangladesh neemt de resterende kledingfabrieken voor rekening**.

 

 

 

 

                                      *data ILO juli 2016, totaal 3780 fabrieken (incl. 164 gezamenlijke inspectie Accord/Alliance), verschillen in data door fluctuaties in fabrieken door sluiting, nieuwbouw etc.

** exclusief  zo’n 1000  fabrieken zonder exportvergunning

Rana Plaza

Overheid en kledingindustrie konden de misstanden niet langer negeren na het instorten van het Rana Plaza fabriekscomplex. Er vielen meer dan 1100 doden en zeker 2000 arbeiders raakten gewond. De belangen waren te groot. Bangladesh is een van de grootste kledingexporteurs ter wereld. De sector is de motor van de nationale economie en biedt vier miljoen mensen werk.

Op de conferentie wordt de balans opgemaakt. Op het videoscherm verschijnen glimmende brandblusapparaten, fluorescerende pijlen op fabrieksvloeren die de weg naar de nooduitgang wijzen en ijzeren brandtrappen. ‘Onze fabrieken zijn nu de veiligste van de wereld,’ verkondigt de Bengalese minister van Handel trots. De afgelopen jaren hebben Accord,  Alliance en overheid zo’n 3700 exportfabrieken gecontroleerd op brand- en bouwveiligheid. De meest gevaarlijke fabrieken zijn gesloten, de anderen moeten van de inspectiediensten de genoteerde tekortkomingen wegwerken. Wie weigert krijgt geen opdrachten meer van de westerse ondertekenaars van de akkoorden. Dat werkt. ‘Onze fabrikanten hebben veel geld geïnvesteerd om de veiligheid te verbeteren,’ meldt de minister. Maar de beloning blijft uit. ‘De prijzen van hun producten gaan niet omhoog.’

Prijzenslag

De winstmarges in de kledingbranche worden steeds kleiner, bevestigt een prijsanalyse van textielconsult Peter Rinnebach. Niet alleen in Bangladesh maar wereldwijd. De concurrentie is moordend, links en rechts sneuvelen bedrijven in de prijzenslag. De westerse consument profiteert van deze race to the bottom. De gemiddelde winkelprijs van T-shirts en broeken  is de afgelopen tien jaar 20 tot 40 procent gedaald. Om kosten te drukken eisen winkelketens en merken lagere prijzen van fabrikanten, die op hun beurt weer bezuinigen op loonkosten en werk uitbesteden aan niet-gecertificeerde fabrieken. Uiteindelijk betaalt de textielarbeider de rekening.

Roer moet om

Afdingen op de productieprijs hakt er flink in bij de fabrikant, maar levert de inkopers nauwelijks iets op, rekent Rinnebach de congresgangers voor. Een korting van tien procent kost de fabrikant zeker eenderde van zijn winst, terwijl de inkopers hooguit een procent besparen op de totale kosten. De succesvolle modemerken maken andere keuzes. Zij zetten in op innovatief en efficiënter management en nauwere samenwerking tussen verkopers, ontwerpers en producenten. Daar valt veel meer geld te besparen. Net zoals met investeren in veiligere fabrieken en betere arbeidsvoorwaarden. Een recente studie van de International Labour Organization (ILO) laat zien dat met de stijging van het welzijn van arbeiders ook de productiviteit en winst toenemen. Innovatieve Bengalese ondernemers verkondigen dezelfde boodschap: Verduurzamen is de enige weg vooruit.

Internatonale controle

Voor inkoopagent Steven Kruit van Triton Textile in Dhaka hoort het controleren van arbeidsomstandigheden, milieuregels en keurmerkeisen inmiddels tot het standaard takenpakket. Als lokale vertegenwoordiger van verschillende Europese winkelbedrijven heeft hij de supervisie over het hele productieproces, van ontwerp tot verscheping. ‘Wij inkopers hebben als Accord en Alliance ondertekenaars veel tijd, geld en energie gestopt in het auditeren en verbeteren van fabrieken. Vaak verbeteringen die conform de bouwverordeningen al lang verplicht waren.’ Onder internationaal toezicht van Accord en Alliance worden de wettelijke veiligheidsvoorschriften eindelijk nageleefd, zij het met veel vertraging. ‘Onnodig langzaam,’ vindt Accord directeur Rob Wayss. Dat accepteert Accord  niet langer. De teller staat nu op 70 procent. ‘Die 100 procent gaan we zeker halen voor 2018.’

Fabriekseigenaren hebben veel macht, ze zijn soms zelfs lid van het Parlement

‘En daarna?’ vraagt Kruit zich bezorgd af. ‘Wat gebeurt er als die termijn erop zit?’ De Bengalese minister van Handel zei onlangs dat Accord en Alliance aan het eind van de contractperiode meteen kunnen vertrekken. Internationaal toezicht op de nationale industrie ligt erg gevoelig. Maar de praktijk leert dat overheidscontrole geen betrouwbaar proces is. Voor Kruit en zijn collega’s van het Buyers Forum is een onafhankelijke derde partij noodzakelijk om de veiligheid in de kledingindustrie te waarborgen. ‘De markt groeit, fabrikanten bouwen extra verdiepingen en nieuwe fabrieken. Wie gaat die inspecteren?‘ Ook goedgekeurde fabrieken vereisen regelmatige controle. Een nooduitgang alleen is niet afdoende. ‘De deur moet ook open kunnen en niet geblokkeerd zijn door stapels dozen. En het personeel moet regelmatig brandoefeningen doen.’

Vakbondsleider Babul Akhter van de kleding- en industriearbeiderfederatie BGIWF deelt Kruits zorgen. Zijn federatie werkt nauw samen met Accord. Zij delen alle informatie, zodat ook arbeiders goed geïnformeerd zijn, klachten doorspelen, getraind worden en veiligheidcomités vormen. Dat is afgelopen als Accord stopt. ‘De overheid wantrouwt de vakbonden, maar heeft zelf de capaciteit niet om de rechten van de arbeiders te beschermen. De arbeidswetgeving wordt met voeten getreden. Fabriekseigenaren hebben veel macht, ze zijn soms zelfs parlementslid.’ De nationale inspectie doet geen moeite om de duizend kledingfabrieken zonder exportvergunning te controleren. ‘Terwijl die wel als onderaannemer fungeren voor de exportfabrieken.’

Druk uitoefenen

Minister Ploumen is vol lof over de geboekte resultaten. ‘Er is veel verbeterd, ook wat de arbeidsinspectie betreft, maar dat moet inderdaad wel doorgaan, ook na 2018.’ De zorgen van inkopers en vakbonden zijn terecht, vindt Ploumen. ‘Want het gaat niet vanzelf. We moeten alert blijven, samenwerken én druk uitoefenen op regering, ook via de  EU handelspreferentie en het Nederlands Kledingconvenant.’ Inkoopagent Kruit en vakbondsleider Akhter en hun collega’s zijn al begonnen; in de wandelgangen en achterkamertjes lobbyen zij voor voorzetting van de veiligheidsakkoorden. Accord moet doorgaan, pleit Akhter. ‘Anders wordt de vooruitgang teniet gedaan.’

Reacties