Beleidsverdamping

01-09-2005
Door: Tekst: Frans Bieckmann


Volgens het jaarverslag 2004 van het Ontwikkelingscomité (DAC) van de OESO zit Nederland zowel kwantitatief als kwalitatief nog steeds in de kopgroep. Samen met de 'Nordics' (Noorwegen, Zweden en Denemarken). Maar, aldus de OESO, als alle toezeggingen die de DAC-leden hebben gedaan, worden gerealiseerd, is Nederland binnen een paar jaar een middenmoter. Het valt nog maar te bezien wat deze toezeggingen waard zijn, stelt ook DAC-voorzitter Richard Manning in zijn Overview: 'We moeten nog zien of de DAC-leden hun beloftes ook waarmaken.'

Veel belangrijker dan de hoogte van de bedragen is wat ermee wordt gedaan. Ook kwalitatief scoort Nederland meestal relatief goed (net als de Nordics, Engeland en Ierland), als wordt uitgegaan van de DAC-normen. Dan gaat het om de mate waarin structurele armoedebestrijding hoofddoel is van het ontwikkelingsbeleid, of om het doorvoeren van een aantal internationale standaardenwaarover de experts het in grote mate eens zijn.

Voortrekker in verkeerde richting

In het DAC wordt de ODA-definitie vastgesteld: wat mogen landen aanmerken als Official Development Aid, en wat niet. In dat opzicht heeft Nederland het afgelopen jaar wél een voortrekkersrol gespeeld, al werd dat niet door iedereen positief beoordeeld. Minister Van Ardenne was de belangrijkste aanjager van het debat over verruiming van de ODA-definitie richting veiligheidstaken, het trainen van politie en leger van ontwikkelingslanden en het financieren van vredesoperaties. Zij deed dit vanuit de gedachte dat veiligheid een voorwaarde is om aan armoedebestrijding te kunnen werken. De tegenstanders - binnen het DAC veruit in de meerderheid - zijn bang dat daarmee militaire hulp en andere zaken die niets met armoedebestrijding te maken hebben, ook binnen de ontwikkelingsdefinitie zullen vallen. Waarschijnlijk verwijst Manning daar in zijn Overview naar, als hij stelt dat niet moet worden uitgegaan van alleen maar militaire veiligheid, maar dat het concept van 'human security' richtinggevend is '... met zijn focus op het bouwen van open en verantwoordelijke staten die de levensomstandigheden en veiligheid van hun mensen waarborgen'. Manning - ex-topambtenaar van DFID - maakt gewag van zijn zorgen dat de anti-terrorismeagenda steeds meer het OS-budget gaat bepalen.

Dat verwijt wordt Nederland ook gemaakt in het laatste rapport van The Reality of Aid. Volgens de schrijfster van het Nederlandse hoofdstuk, Nicole Metz van Novib, dreigt 'vervuiling' van de begroting: kwijtschelding van schulden door exportkredietverzekeringen en uitgaven voor het Clean Development Mechanism (in het kader van het Kyoto Protocol) horen net als conflictbeslechting niet in de OS-begroting thuis.

Middenmoter

Een recent verschenen onderzoek van Alliance 2015 - het Europese samenwerkingsverband van Hivos, Cesvi (Italië), Concern (Ierland), Deutsche Welthungerhilfe (Duitsland), Ibis (Denemarken) en People in Need (Tsjechië) - heeft een heel andere opzet. Nederland scoort ook hier goed, maar dan vooral op het formuleren van prachtig beleid. Want Nederland laat het vooral bij mooie woorden, zo stelt het rapport. De bijdrage van vijf landen en de Europese Commissie aan de Millenniumdoelstellingen werd onderzocht in vier stappen: beleidsformulering (krijgen de MDG's voldoende prioriteit in het algemene ontwikkelingsbeleid en wordt er voldoende geld voor uitgetrokken?), begroting (het omzetten van de MDG's in concrete uitgaven voor de MDG-sectoren), programma's (de praktische uitvoering en vertaling van het beleid naar landen en sectoren) en evaluatie (het meten van de impact van het beleid).

Scoort Nederland in de beleidsformulering nog uitstekend, vooral in de uitvoering en evaluatie haalt het een laag cijfer. Veel van de voornemens zijn dus nog niet omgezet in programma's in de partnerlanden. Het Brusselse onderzoeksbureau EEPA, dat het rapport voor Alliance opstelde, had ook kritiek op het gebrek aan transparantie van de Nederlandse overheid: de landenjaarplannen van Buitenlandse Zaken zijn niet openbaar.

In de Nederlandse evaluatie van het ontwikkelingsbeleid worden criteria gebruikt die geen relatie hebben met de MDG's. 'Nederland is een typisch voorbeeld van beleidsverdamping', aldus EEPA-directeur Mirjam Van Reisen bij de presentatie. 'Hoe verder in het proces richting uitvoering en evaluatie, hoe meer afwijkingen er te constateren zijn van de oorspronkelijke doelstelling.'

Meer lezen?

DAC-jaarverslag

Rapport Alliance 2015

Rapport Reality of Aid



Reacties