‘Bedrijvenlobby in Europees parlement heeft vrij spel’

12-10-2006
Door: OneWorld Redactie
Bron: OneWorld

In juli ging een groep Europarlementsleden die lid zijn van het European Energy Forum voor drie dagen naar de Barentsregio in Noorwegen. De trip, inclusief cruise en verschillende excursies, werd betaald door het Noorse oliebedrijf Statoil. In Noorwegen ijveren verschillende oliebedrijven voor toestemming om te mogen boren naar olie. Europese goedkeuring zou daarbij handig zijn.

 

Volgens het deze week door CEO gepubliceerde rapport over 'intergroepen' (zie kader) van Europarlementariërs proberen bedrijven op verschillende manieren om via Europarlementariërs de Europese wet- en regelgeving te beïnvloeden. Inmenging in de vele informele clubjes die bestaan onder Europarlementsleden, is een veelvoorkomende maar ondoorzichtige manier, aldus CEO. 

 

 

In het Europese parlement bestaan 25 geregistreerde intergroepen, informele themaclubjes van Europarlementariërs uit verschillende partijen. Verder zijn er wel 80 informele intergroepen. Tenslotte zijn er nog de zogenaamde MEP-industriefora. Daarin zetelen zowel lobbyisten uit het bedrijfsleven als europarlementariërs.
De twee laatste groepen hoeven zich niet officieel laten registreren, maar vergaderen wel geregeld over parlementsonderwerpen. 

Ten aanzien van de niet-geregistreerde groepen bestaat volgens CEO veel onduidelijkheid over hun financieringsbronnen en ledenlijsten. Bedrijven zouden een jaarlijkse contributie betalen van 5.000-25.000 euro om lid te worden van een MEP-industrieforum.
Bovendien sponsoren ze lunch- of dinerbijeenkomsten of voeren ze het secretariaat. 

In een artikel in de EUobserver vertelt een lobbyist uit de voedingsindustrie: 'Omdat ze het zo druk hebben, hebben europarlementariërs vaak al aan een goed argument genoeg om een beslissing te maken. Het beste is al vroeg in het beslissingsproces 
bijvoorbeeld de parlementariër te spreken die verantwoordelijk is voor het eindrapport'.

 

Sponsoring

 

Vaak is volgens CEO niet duidelijk wie er achter de sponsoring zit van bepaalde activiteiten en waar parlementariërs hun informatie over de onderwerpen waarop gestemd wordt, vandaan halen.

 

Jules Maaten van de VVD is lid van de ALDE-fractie (Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa) in het Europees parlement. Hij woont regelmatig de bijeenkomsten van de Health and Consumer intergroep bij. Die heeft het over aangelegenheden als etiketten op voedsel en richtlijnen voor medicijnen.

 

Maaten: 'Ik ben niet tegen bedrijfslobby. Grote bedrijven lobbyen even hard als Greenpeace. Zolang het evenwicht er maar is, vind ik het goed. Maar het moet wel transparant zijn. Een tijd geleden was ik op een lunchvergadering. Daar werd me langzaam maar zeker duidelijk dat een groot bedrijf erachter zat en ook actief aan het lobbyen was. Dat vind ik niet kunnen.'

'Wij pakken dat anders aan. Ik organiseerde laatst een lunchbijeenkomst over de bestrijding van tabaksconsumptie. De lunch werd gesponsord door Pfizer, een groot farmaceutisch bedrijf dat nicotinepleisters produceert. Ze hebben niet gespeecht, ook geen folders uitgedeeld, maar hun naam stond wel op de uitnodiging, dus iedereen wist dat zij betaalden. Ongetwijfeld was dat PR-technisch heel handig.'

 

Praktijkervaring

 

Ieke van den Burg, lid van de PES (Partij voor Europese Sociaal Democraten), vindt de manier van lobbyen binnen intergroepen en andere informele clubs heel waardevol.

 

'Hoe je het ook draait of keert, de bedrijven hebben veel ervaring in de praktijk. Die is heel waardevol voor ons, want om goede wetgeving te maken, heb je mensen met kennis van zaken nodig. We willen niet zomaar achter de tekentafel theoretische wetten gaan ontwikkelen, daar heeft niemand iets aan.'

 

'Dat die lobbyisten zich richten op groepen, vind ik ook een goede zaak. Liever dat dan dat ze achter gesloten deuren, een op een, mensen proberen te overtuigen. In groepen is er ruimte voor een goede discussie. Natuurlijk is het belangrijk ook goed naar belangengroepen te luisteren, en te beseffen dat die vaak minder middelen hebben om hun boodschap over te brengen. Zolang we ons daar bewust van blijven, kunnen we evenwichtige beslissingen nemen.'

 

Onafhankelijke kenniscentra

 

Dat parlementariërs zich vaak tot de bedrijfslobby wenden voor adequate achtergrondinformatie, baart CEO zorgen. De organisatie pleit ervoor dat het Europese Parlement investeert in onafhankelijke kenniscentra binnenshuis. Dat kan de invloed van particuliere belanghebbenden verminderen.  

 

De aanwas van verschillende intergroepen moet volgens CEO aan banden worden gelegd. Er zijn inmiddels meer informele intergroepen dan officieel erkende. CEO pleit daarom voor verplichte registratie van groepen waarin twee of meer europarlementariërs en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven samen in zetelen. Ze wil ook dat deze groepen volledige transparantie bieden over hun fondsen en inkomsten.

Rapport Corporate Europe Observatory
Europarlement
Artikel over lobby voedingsindustrie

Reacties