Advertentie

Nacht van de VN

Hoe reageer je als bedrijf wanneer je hoort dat het product dat je al meer dan veertig jaar verkoopt, bij gebruikers de kans op een agressieve vorm van kanker meer dan verdubbelt? Op het hoofdkantoor in St. Louis in de Amerikaanse staat Missouri hebben medewerkers van landbouwgigant Monsanto in de herfst van 2008 al een standaardreactie geformuleerd: “Hoe bestrijden we dit?”

Rechtszaak San Francisco

Dat valt te lezen in één van honderden e-mails die op 1 augustus j.l. openbaar zijn gemaakt in het kader van een lopende rechtszaak in San Francisco. Schadeclaimadvocaten vertegenwoordigen in deze zaak circa duizend boeren en hobbytuiniers, en in sommige gevallen hun nabestaanden, die ernstig ziek zijn geworden. Hun ziekte zou te wijten zijn aan het gebruik van Roundup, de populaire onkruidverdelger van Monsanto.

Roundup stond lange tijd te boek als relatief veilig, en groeide mede daarom uit tot de bestseller van Monsanto. Sinds de introductie van genetisch veranderde soja door het bedrijf in 1994, nam Roundup pas echt een grote vlucht. De gentechplanten zijn resistent tegen het gif, waardoor boeren nu ook tijdens het groeiseizoen het onkruid kunnen bestrijden. Middelen zoals Roundup, die werken op basis van de stof glyfosaat, behoren inmiddels tot de meest gebruikte pesticiden ter wereld. In 2015 verkocht Monsanto voor bijna 5 miljard dollar aan bestrijdingsmiddelen, met name dankzij het merk Roundup.

‘Wetenschapper en moeder’

De interne e-mail komt van Donna Farmer, al sinds 1991 werkzaam als toxicoloog bij Monsanto. In een bedrijfsfilmpje dat op YouTube te vinden is, presenteert Farmer zich als ‘wetenschapper en moeder’ die waakt over de veiligheid van Roundup: “We weten dat moeders en vaders veilig voedsel voor hun gezin willen”, aldus Farmer, terwijl op de achtergrond pianomuziek klinkt, “en dat is precies wat wij ook voor onze families willen”. Maar uit nieuw ontsloten e-mails komt een meer cynisch beeld van Farmer naar voren: als toxicoloog helpt ze jarenlang de gevaren van Roundup te verbergen.

Donna Farmer van Monsanto Bron: www.youtube.com

“Dank dat je dit aan me doorstuurt”, schrijft ze op 8 oktober 2008 wanneer een collega haar wijst op een studie die aantoont dat boeren die Roundup gebruiken, meer kans hebben op lymfklierkanker; de resultaten zijn eerder dat jaar gepubliceerd in het tijdschrift International Journal on Cancer. “We kennen deze studie al een tijdje…”, schrijft ze. “Ik heb een aantal experts gevraagd ernaar te kijken. Als ik die beoordeling heb zullen we een document opstellen en dat gebruiken als weerwoord.”

Uit de ‘Monsanto Papers’, de papieren die publiek zijn geworden als gevolg van de rechtszaak in Californië, bleek in maart dit jaar al dat het chemiebedrijf in het geheim als ghostwriter meeschrijft aan studies die Roundup veilig verklaren. Nu blijkt, op basis van nieuw ontsloten stukken, dat het bedrijf het bewijs van een verhoogd risico op kanker binnenskamers indertijd in detail besprak.

save-pp-page-61

Meest in het oog springend is een vertrouwelijke bedrijfspresentatie uit 2008, waarin Monsanto de conclusies van een Franse studie met zee-egels samenvat: “Roundup beïnvloedt één van de cruciale fasen van de celdeling”, valt daarvan af te lezen, “wat op lange termijn mogelijk tot kanker leidt”.

Het gaat om de onderzoeksresultaten van de Franse wetenschapper Robert Bellé, werkzaam voor het Station Biologique de Roscoff, een zee-onderzoekscentrum aan de Atlantische kust in Bretagne, Frankrijk. Bellé concludeerde begin deze eeuw in een serie onderzoeken dat Roundup in staat is het DNA van cellen bij embryo’s van zee-egels te beschadigen, een indicatie voor risico op kanker.

Cocktail

Uit zijn onderzoek kwam nog iets anders, opmerkelijks naar voren. Bellé liet zien dat pure glyfosaat alleen bij zeer hoge dosering dit effect had, maar dat Roundup – een cocktail waarin naast glyfosaat ook vele andere, deels onbekende chemicaliën zitten – het DNA van cellen al kan beschadigen bij doseringen die vele malen lager liggen dan die waar boeren aan worden blootgesteld.

Wijst dit ons in de richting van de mengstoffen in Roundup?

De interne e-mails tonen aan dat Donna Farmer deze conclusie van Robert Bellé – Roundup is gevaarlijker dan glyfosaat – zeer serieus neemt: “Het interessante punt is”, schrijft ze in 2002 over de resultaten van Bellé die dan net zijn gepubliceerd, “dat glyfosaat vrijwel geen effect had, maar het geformuleerde product wel – wijst dit ons in de richting van de mengstoffen?”.

Het Amerikaanse chemiebedrijf neemt de conclusies intern serieus, maar publiekelijk bestrijdt het de bevindingen, zegt Robert Bellé. “Monsanto stelde op de Franse televisie dat de effecten bij de zee-egel geen betekenis hebben voor andere organismen”, vertelt de emeritus hoogleraar in een telefonisch interview met OneWorld. “Maar in 2006 hebben we gepubliceerd over het genetisch materiaal van de zee-egel. Daaruit blijkt dat cellen van zee-egels een mechanisme kennen dat identiek is aan dat van menselijke cellen. Het bevestigde de relevantie van ons onderzoek.”

Speciale werkgroep

De studie van Bellé uit 2002 is aanleiding voor Monsanto om in Europa de verdediging van Roundup op te schroeven, blijkt uit de notulen: “Er was een discussie over de zee-egel kwestie”, staat genotuleerd over een bijeenkomst op 28 augustus 2002. “De consensus was dat het uiteindelijk tot een bevredigend einde was gebracht, maar dat met name de eerste dagen schadelijk waren, omdat niemand het probleem oppakte en verantwoordelijk was voor de reactie.”

Het bedrijf besluit één persoon verantwoordelijk te stellen: “Eén coördinator…die de reactie organiseert door een expert erbij te betrekken, een team te creëren, of die het probleem zelf direct elimineert.” Deze ‘coördinator’ zal zorg dragen voor actuele informatie voor journalisten, zo valt te lezen, en tevens de ‘belangrijkste activiteiten’ van Europese actiegroepen monitoren.

En als het gaat om Bellé, doet Monsanto nog meer om zijn werk te bestrijden.. In 2012 verschijnt in het Journal of Toxicology and Environmental Health een overzichtsstudie waarin al zijn onderzoeken de revue passeren. De studie is betaald door Monsanto, en wordt uitgevoerd door het bedrijf Exponent. Exponent is een Amerikaanse consultancybedrijf dat gespecialiseerd is in de verdediging van gevaarlijke producten, en is berucht om haar staat van dienst voor de tabaksindustrie.

Ghostwriter

Monsanto zou daarbij ook nog als ghostwriter hebben meegeschreven aan deze studie, wat – als dat klopt – neerkomt op wetenschappelijke fraude. Dat suggereren de nieuw ontsloten e-mails althans:

“John, in de bijlage de eerste 46 pagina’s”, schrijft Donna Farmer op 18 november 2010 aan John DeSesso, medewerker van Exponent, met aan de e-mail gehecht een conceptversie van de studie die in 2012 zal verschijnen. In de tekst zijn tientallen wijzigingen van Farmer zichtbaar, en bovendien tonen de track changes dat ze haar eigen naam én die van Monsanto van het titelblad heeft verwijderd.

De conclusies van Exponent zijn volledig in lijn met Monsanto’s kritiek

De conclusies van de studie van Exponent zijn, weinig verrassend, volledig in lijn met Monsanto’s eerdere kritiek op Bellé: “De relevantie van zulke [zee-egel]studies voor de inschatting van het risico van glyfosaat voor mensen is twijfelachtig”, valt in de gepubliceerde tekst te lezen. “De relatie tussen celdeling bij zee-egeleitjes direct blootgesteld aan hoge concentraties van pesticiden en de gezondheidseffecten voor mensen…blootgesteld aan lagere concentraties…is op z’n best onbeduidend te noemen.”

Saillant detail is dat voedselagentschap EFSA ook op deze studie vertrouwde toen het in 2015 de veiligheid van glyfosaat onderzocht. Dat blijkt uit het zogeheten Renewal Assessment Report (RAR), het literatuuroverzicht waarop EFSA zich baseert: de Exponent-studie wordt daarin liefst zeventien keer aangehaald. Het is daarmee de derde studie waarmee gesjoemeld zou zijn waarop de Europese autoriteiten hebben vertrouwd, die nu boven water komt dankzij de Monsanto Papers.

Groen licht

In november 2015 oordeelde EFSA dat glyfosaat veilig is. Hun conclusie vormt de wetenschappelijke grondslag voor het voornemen van de Europese Commissie om opnieuw groen licht te geven voor de onkruidverdelger, met tien jaar is het huidige voorstel dat op tafel ligt.

Maar waar EFSA de conclusies van de door Monsanto gefinancierde studie letterlijk overnam, heeft het de studies van Robert Bellé naar de effecten van Roundup op zee-egels geschrapt: ‘Niet betrouwbaar’, vinden de Europese autoriteiten. Volgens EFSA is Bellé’s onderzoek minder bruikbaar omdat het niet specifiek ingaat op glyfosaat, maar kijkt naar de effecten van Roundup zelf:

“De Europese wet schrijft EFSA voor om het actieve ingrediënt te onderzoeken, en niet het totale geformuleerde product”, antwoordt EFSA-woordvoerder Fabio Fergnani in een e-mail op vragen van OneWorld. “Voor de Europese beoordeling waren daarom studies met glyfosaat relevanter dan onderzoeken naar de formulering, waar ook andere chemicaliën in voorkomen”.

'Speelt rol'

Maar het onderzoek van Bellé suggereert nu juist dat de cocktail gevaarlijk is. De interne e-mails van Monsanto tonen ook het bedrijf zelf het meest beducht is voor wetenschappelijk onderzoek dat kijkt naar Roundup als geheel: “Als iemand me zou benaderen, en zou stellen Roundup te willen onderzoeken, dan weet ik hoe ik zou reageren”, schrijft een medewerker in 2001: “met grote zorg”.

Monsanto vermoedt dat stoffen in de cocktail kankerverwekkend zijn: “De oppervlakte-actieve stof in de formulering komt bovendrijven in de studie die ingaat op tumorvorming”, schrijft bestuurder William Heydens op 6 augustus 2015, “omdat we denken dat het daar inderdaad een rol speelt”.

In de publieke communicatie van Monsanto valt het de goede toehoorder ineens op: het bedrijf beweert nergens dat Roundup veilig is, maar beperkt zich tot de stelling dat glyfosaat veilig is. De reden wordt duidelijk in de interne e-mails:

“Je kunt niet zeggen dat Roundup niet kankerverwekkend is”, schrijft Donna Farmer op 24 november 2003 in een e-mail waarin ze instructies geeft hoe om te gaan met vragen van journalisten, “we hebben niet de noodzakelijke studies gedaan op de formule om dat te kunnen stellen”.

Is het niet zorgwekkend dat de producent van een bestrijdingsmiddel zelf de stelling niet aandurft dat haar product veilig? Het Europees voedselagentschap EFSA wil daar niet op ingaan, maar verwijst door naar de Europese lidstaten: “De veiligheid van elke pesticide-formulering wordt op een later moment door de individuele lidstaten bekeken”, schrijft woordvoerder Flavio Fergnani.

Lidstaten zijn verantwoordelijk voor veiligheid Roundup

Volgens de Europese wetgeving gaat de EU uitsluitend over de toelating van de zogeheten ‘actieve ingrediënten’ zoals glyfosaat, en zijn het inderdaad de nationale autoriteiten die verantwoordelijke zijn voor de eindproducten die door boeren worden gebruikt en die uiteindelijk ook als residuen in de voedselketen terechtkomen.

In Nederland is dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen (Ctgb); zij zijn uiteindelijk verantwoordelijk is voor de toelating van Roundup. Wanneer OneWorld hen de e-mail van Donna Farmer voorlegt, benadrukt een woordvoerder de veiligheid van Roundup: “Bij het beoordelen van een middel baseert het Ctgb zich op het ingediende dossier, inclusief alle daarvoor (Europees) verplichte literatuur en onderzoeken, dus op feiten en níet op de mening van een medewerker van een producent. Daaruit volgen geen aanwijzingen voor een kankerverwekkend mechanisme [..]”.

Monsanto schrijft mee

Het ‘ingediende dossier’ waarop het Ctgb naar keek, is het zogeheten Renewal Assessment Report (RAR), een overzicht waarin alle literatuur over de veiligheid van glyfosaat is beoordeeld, en waarop ook voedselagentschap EFSA zich heeft gebaseerd. Dat tekst van dat rapport is in grote lijnen letterlijk door Monsanto geschreven, zo berichtten Le Monde en The Guardian in september dit jaar. OneWorld onthulde dit feit al in mei 2016.

Uit de Amerikaanse rechtbankdocumenten valt op te maken dat de medewerker van Monsanto die hiervoor verantwoordelijk was, Richard Garnett heet. Garnett blijkt ook nauw betrokken te zijn bij de productverdediging en het verdoezelen van gevaren van Roundup, zo tonen de Monsanto Papers.

Het is Richard Garnett die in nasleep van de publicatie van Robert Bellé in 2002 binnen Monsanto wordt aangesteld om ‘problemen’ rondom Roundup ‘direct te elimineren’, zo blijkt uit de interne e- mails: “RG [Richard Garnett] werd voorgedragen als coördinator…voor problemen rondom glyfosaat in Europa”, zo valt te lezen in de notulen van de vergadering op 28 augustus 2002 die Garnett zelf doorstuurt. In een andere e-mail, uit 2008, wanneer een houthakker in Duitsland onwel is geworden, en de verdenking valt op Roundup en de mengstoffen daarin, stuurt Garnett zijn team aan: “Bestrijd de aantijging dat glyfosaat en tallow amine synergistisch werken…Bescherm onze formulering.”

Studies geschrapt

En niet verwonderlijk, op aangeven van Garnett zijn in het Europese rapport niet alleen de studies van Bellé geschrapt, maar ook de bevolkingsonderzoeken die wijzen op lymfklierkanker bij boeren. “Hoe bestrijden we dit?”, vroeg Donna Farmer zich af in de herfst van 2008. Eén van de manieren lijkt te zijn geweest door namens de publieke waakhonden te bepalen wat ‘betrouwbare’ wetenschap is.

Wanneer Monsanto de interne e-mails uit dit verhaal krijgt voorgelegd, wil het bedrijf niet ingaan op de details. Monsanto benadrukt dat de stoffen in Roundup uitvoerig zijn getest: “Meer dan 40 jaar gebruik en evaluatie van glyfosaat door publieke agentschappen over de hele wereld, laat zien dat het actieve ingrediënt glyfosaat veilig is en niet kankerverwekkend”, aldus een woordvoerder per e-mail. Volgens Monsanto zijn ook toevoegingen uitvoerig getest, en veilig. Maar is nu zeker dat Roundup geen kanker kan veroorzaken? Op die vraag, helemaal bovenaan het lijstje, komt geen antwoord.

Een versie van dit artikel verscheen vandaag ook bij tijdschrift Knack.

vincent

Vincent Harmsen

Vincent Harmsen is onderzoeksjournalist bij OneWorld en schrijft over voedsel, milieu en duurzame ontwikkeling.
Profielpagina

Advertentie

WeDo2030